Op 9 juni 2021 sloten de sociale partners een sectoraal akkoord af voor het personeel van de lokale en provinciale besturen.
Ze beslisten om de plafonnering van de eindejaarstoelage van de VIA-personeelsleden in de publieke sector te schrappen. Dit was nodig om ook de lagere lonen een volwaardige koopkrachtverhoging toe te kennen.
Daarnaast omvat het akkoord de compensatie aan de lokale besturen voor het personeel dat niet onder het toepassingsgebied van het VIA6-akkoord valt en de koopkrachtmaatregelen voor deze groep van niet-VIA personeelsleden. Deze maatregel maakt een einde aan de indirecte discriminatie van vorige VIA-akkoorden. Het voelde voor een lokaal bestuur als werkgever immers onrechtvaardig aan om alléén voor VIA-medewerkers een koopkrachtverhoging toe te passen.
1. Aanpassing koopkrachtmaatregelen VIA6-akkoord voor de publieke sector
Het VIA6-akkoord van 30 maart 2021 bevat een pakket aan maatregelen die de koopkracht van het personeel in de VIA-sectoren versterken en de kwaliteit van deze voorzieningen verhogen. Het akkoord is van toepassing op zowel de publieke als de private sector. Voor de publieke sector werd onder meer afgesproken dat alle personeelsleden die tot de VIA-sectoren behoren vanaf het jaar 2021 een koopkrachtverhoging van 1,1 % krijgen. Dit gebeurt door een verhoging van het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage van 2,5 % naar 3,6 % van het jaarsalaris. De besluiten over de rechtspositieregeling van het personeel van de lokale en provinciale besturen stellen dat het bedrag van de eindejaarstoelage begrensd is tot een twaalfde van het jaarsalaris. Daardoor kunnen de personeelsleden met de laagste lonen niet volledig genieten van de 1,1 % koopkrachtverhoging zoals afgesproken in het VIA6-akkoord, wat onbillijk is.
2. Compensatieregeling niet-VIA personeel
In Sint-Katelijne-Waver behoren in totaal 65 op 223 personeelsleden (in koppen) tot een VIA-dienst, de overige 158 personeelsleden dus niet. De scheiding loopt zelfs binnen de diensten door. Het is moeilijk verdedigbaar dat binnen eenzelfde lokaal bestuur één personeelsgroep kan genieten van een koopkrachtverhoging omdat ze voor een Vlaamse gesubsidieerde voorziening werkt, en de collega’s van een andere dienst of voorziening dat koopkrachtvoordeel niet ontvangen.
Deze compensatieregeling is recurrent: ze geldt vanaf 2021 en loopt door de volgende jaren, ook na 2025. Het bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de index. Ongeveer 2/3e van de kostprijs van een koopkrachtverhoging van 1,1 % voor de niet-VIA personeelsleden bij de lokale besturen wordt gesubsidieerd.
3. Koopkrachtverhoging voor niet-VIA personeel
Het sectoraal akkoord van 9 juni 2021 bepaalt dat de lokale en provinciale besturen aan alle personeelsleden die onder het toepassingsgebied van de sectorale akkoorden voor het personeel van de lokale en provinciale besturen vallen maar geen VIA-personeelslid zijn, vanaf het jaar 2021 dezelfde koopkrachtverhoging van 1,1 % toekennen. Dit gebeurt door middel van een verhoging van het variabele gedeelte van de eindejaarstoelage tot 3,6 % van het jaarsalaris. Ook voor deze personeelsleden zal de begrenzing van de eindejaarstoelage tot een twaalfde van het jaarsalaris wegvallen.
In navolging van het deelakkoord VIA6 - koopkracht publieke sector van 22 december 2020, en na advies van de Raad van State, wijzigde de Vlaamse Regering op 10 september definitief de twee rechtspositieregelingsbesluiten, waardoor de personeelsleden die onder dit deelakkoord VIA6 vallen, vanaf 2021 recht hebben op een verhoogde eindejaarstoelage. Voor de personeelsleden uit dit deelakkoord die werken in de geregionaliseerde sectoren of de klassieke zorg- en welzijnssectoren, wordt bijkomend een retroactieve verhoging van de eindejaarstoelage van 2020 vastgesteld.
De vakbonden gaven op 7 september een protocol van akkoord.
Om een idee te hebben over welk bedrag het gaat, geven we hier een simulatie voor een administratief medewerker C2, trap 8. Dit personeelslid zal 264 euro bruto meer eindejaarstoelage ontvangen.
Sectoraal akkoord van 9 juni 2021 voor het personeel van de lokale besturen
Omzendbrief van Vlaams minister Bart Somers
Besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 tot wijziging van artikel 135 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en artikel 98 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de eindejaarspremie aan te passen zoals in bijlage in de rechtspositieregeling opgenomen.