Artikel 99 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen: De volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet worden uitgesloten van de visumverplichting:
Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur aangenomen voor de toepassing van het eerste lid.
In afwijking van het eerste lid, 3°, kunnen de aanstellingen van één jaar of meer in de volgende gevallen wel uitgesloten worden van de visumverplichting:
Artikel 266 van het decreet lokaal bestuur: De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.
De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1°. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.
De gemeenteraad bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle, vermeld in het tweede lid, uitoefent. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.
Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt de voorwaarden die gelden om advies te kunnen vragen aan de financieel directeur over de wettigheid en regelmatigheid van verrichtingen die van de visumverplichting zijn uitgesloten.
Artikel 273 van het decreet lokaal bestuur: De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van artikel 271 en met dien verstande dat de hiernavolgende woorden worden gelezen als volgt:
1° "gemeente" als "openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn";
3° "college van burgemeester en schepenen" als "vast bureau".
Zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad namen reeds in het verleden beslissingen met betrekking tot de visumverplichting volgens het gemeentedecreet.
In het kader van de integratie van de gemeente en het OCMW en het afstemmen van de procedures, worden voor de gemeente en het OCMW dezelfde voorwaarden voorgesteld, op basis van het decreet lokaal bestuur en het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
In principe zijn alle voorgenomen financiële verbintenissen van het OCMW onderworpen aan een voorafgaand visum van de financieel directeur. Het gaat daarbij niet alleen om overheidsopdrachten, maar ook om aanstellingen van personeel, huurcontracten, aankopen van onroerende goederen, enz.
Het is wenselijk bepaalde categorieën van verrichtingen van dagelijks bestuur uit te sluiten van visumverplichting om de goede werking van het OCMW niet in gedrang te brengen. Het is immers organisatorisch niet haalbaar om alle uitgaven te viseren voordat de verbintenis ontstaat.
De algemeen en financieel directeur en het M-team geven positief advies met betrekking tot de voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum.
De volgende categorieën van verrichtingen zijn onderworpen aan de visumverplichting:
De volgende categorieën van verrichtingen worden uitgesloten van de visumverplichting:
De bevoegdheid voor het geven van een voorafgaand visum kan gedelegeerd worden naar de adjunct financieel directeur en het diensthoofd financiën.
De beslissing van 17 februari 2010 door de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende de definitie van het begrip dagelijks beheer en visumcontrole door de OCMW-ontvanger, wordt opgeheven.