Terug
Gepubliceerd op 21/03/2019

2019_OCMW-Raad_00024 - Voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum - Goedkeuring

Raad voor maatschappelijk welzijn
ma 11/03/2019 - 21:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Jeroen Baeten, Bart De Boeck, Kristof Sels, Eric Janssens, Joris De Pauw, Sven Verelst, Jan Broes, Sarah De Keyser, An Coen, Ronny Slootmans, Jan Van Asch, Maurice Verheyden, Kris Hapers, Tom Ongena, Elke Hellemans, Jos Moeyersons, Greet Saels, Sylke Pex, Geert Vertommen, Katrien Willems, Lore Roelandts, Kathleen Rombauts, Thomas Mariën, Annelies Bal, Gunter Desmet

Afwezig

Jos Ceulemans

Verontschuldigd

Karolien Frans, Wim Marnef

Secretaris

Gunter Desmet

Voorzitter

Jeroen Baeten

Stemming op het agendapunt

2019_OCMW-Raad_00024 - Voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Jeroen Baeten, Bart De Boeck, Kristof Sels, Eric Janssens, Joris De Pauw, Sven Verelst, Jan Broes, Sarah De Keyser, An Coen, Ronny Slootmans, Jan Van Asch, Maurice Verheyden, Kris Hapers, Tom Ongena, Elke Hellemans, Jos Moeyersons, Greet Saels, Sylke Pex, Geert Vertommen, Katrien Willems, Lore Roelandts, Kathleen Rombauts, Thomas Mariën, Annelies Bal, Gunter Desmet
Stemmen voor 16
Eric Janssens, Elke Hellemans, Jan Broes, Kristof Sels, An Coen, Joris De Pauw, Jan Van Asch, Jos Moeyersons, Bart De Boeck, Kathleen Rombauts, Sven Verelst, Sylke Pex, Sarah De Keyser, Greet Saels, Geert Vertommen, Jeroen Baeten
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 8
Kris Hapers, Tom Ongena, Ronny Slootmans, Maurice Verheyden, Thomas Mariën, Annelies Bal, Katrien Willems, Lore Roelandts
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2019_OCMW-Raad_00024 - Voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum - Goedkeuring 2019_OCMW-Raad_00024 - Voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum - Goedkeuring

Motivering

Juridische grond

Artikel 99 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen: De volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet worden uitgesloten van de visumverplichting:

  1. de aanstelling van statutaire personeelsleden;
  2. de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
  3. de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
  4. de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;
  5. de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;
  6. de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.

Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur aangenomen voor de toepassing van het eerste lid.

In afwijking van het eerste lid, 3°, kunnen de aanstellingen van één jaar of meer in de volgende gevallen wel uitgesloten worden van de visumverplichting:

  1. een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  2. een tewerkstelling ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan de werkgelegenheidsmaatregelen, vermeld in punt 1°, voor maximaal vier jaar, in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

Regelgeving: bevoegdheid (bijzonder)

Artikel 266 van het decreet lokaal bestuur: De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.
De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1°. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.
De gemeenteraad bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle, vermeld in het tweede lid, uitoefent. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.
Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt de voorwaarden die gelden om advies te kunnen vragen aan de financieel directeur over de wettigheid en regelmatigheid van verrichtingen die van de visumverplichting zijn uitgesloten.

Artikel 273 van het decreet lokaal bestuur: De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van artikel 271 en met dien verstande dat de hiernavolgende woorden worden gelezen als volgt:

  1° "gemeente" als "openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";

  2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn";

  3° "college van burgemeester en schepenen" als "vast bureau".

Aanleiding en context

Zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad namen reeds in het verleden beslissingen met betrekking tot de visumverplichting volgens het gemeentedecreet.

In het kader van de integratie van de gemeente en het OCMW en het afstemmen van de procedures, worden voor de gemeente en het OCMW dezelfde voorwaarden voorgesteld, op basis van het decreet lokaal bestuur en het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen. 

Argumentatie

In principe zijn alle voorgenomen financiële verbintenissen van het OCMW onderworpen aan een voorafgaand visum van de financieel directeur. Het gaat daarbij niet alleen om overheidsopdrachten, maar ook om aanstellingen van personeel, huurcontracten, aankopen van onroerende goederen, enz. 

Het is wenselijk bepaalde categorieën van verrichtingen van dagelijks bestuur uit te sluiten van visumverplichting om de goede werking van het OCMW niet in gedrang te brengen. Het is immers organisatorisch niet haalbaar om alle uitgaven te viseren voordat de verbintenis ontstaat. 

Adviezen

M-team Gunstig advies

De algemeen en financieel directeur en het M-team geven positief advies met betrekking tot de voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum.

Besluit

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist:

Artikel 1

De volgende categorieën van verrichtingen zijn onderworpen aan de visumverplichting: 

  1. de aanstelling van statutaire personeelsleden;
  2. de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
  3. de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer (behoudens de uitzonderingen, vermeld in punt 2 en 3 hieronder);
  4. de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro (excl. BTW);
  5. de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 5.000 euro (excl. BTW);
  6. de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro (excl.  BTW);
  7. de exploitatiesubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro (excl. BTW);
  8. de verrekeningen die meer dan 10% bedragen van het gegunde bedrag.

De volgende categorieën van verrichtingen worden uitgesloten van de visumverplichting:

  1. de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode kleiner dan één jaar;
  2. een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  3. een tewerkstelling ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan de werkgelegenheidsmaatregelen, vermeld in punt 2°, voor maximaal vier jaar, in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
  4. de verbintenissen waarvan het bedrag lager is dan 10.000 euro (excl. BTW);
  5. de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag lager is dan 5.000 euro (excl. BTW);
  6. de verbintenissen die voortvloeien uit de individuele sociale steunverlening aan personen en gezinnen door het bijzonder comité voor de sociale dienst;
  7. de investeringssubsidies waarvan het bedrag lager is dan 10.000 euro (excl. BTW);
  8. de exploitatiesubsidies waarvan het bedrag lager is dan 10.000 euro (excl. BTW);
  9. de verrekeningen die minder dan 10% bedragen van het gegunde bedrag.

Artikel 2

De bevoegdheid voor het geven van een voorafgaand visum kan gedelegeerd worden naar de adjunct financieel directeur en het diensthoofd financiën.

Artikel 3

De beslissing van 17 februari 2010 door de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende de definitie van het begrip dagelijks beheer en visumcontrole door de OCMW-ontvanger, wordt opgeheven.