Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erediensten, inzonderheid art. 43.
Het ontwerp van meerjarenplan 2020-2025 werd goedgekeurd door de kerkraad van de kerkfabriek van Sint-Catharina in haar vergadering van 2 juni 2022.
Het ontwerp kreeg een positief advies van de Aartsbisschop van Mechelen-Brussel, in zijn hoedanigheid van erkend representatief orgaan, op datum van 9 augustus 2022. Dit advies had niet specifiek betrekking op de aanpassing meerjarenplan, maar wel op de budgetwijziging die hieruit voortvloeide.
De financiële dienst heeft het meerjarenplan 2020-2025 nagekeken. De gemeente is enkel verplicht tot tussenkomst in de tekorten van de kerkfabrieken, niet voor hun privaat patrimonium.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Catharina goed met volgende gemeentelijke bijdragen voor exploitatie en investeringen voor het kerkgebouw:
| Exploitatie | ||||||
| Kerkfabriek | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
| Sint-Catharina | 747,00 |
3.257,00 |
13.115,00 | 16.853,00 | 21.077,00 | 21.498,00 |
| Investeringen Kerkgebouw | ||||||
| Kerkfabriek | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
| Sint-Catharina | 20.000,00 | 5.000,00 | 15.000,00 | 10.000,00 |
De exploitatie betreft normale uitgaven voor het verzorgen van de eredienst en het onderhoud van het kerkgebouw.
De toelage investeringen aan het kerkgebouw betreffen volgende uitgaven:
2020: vervanging plafond- en muurverlichting; vaste internetaansluiting.
2021: herstellen plafondbekleding.
2023: schilderen van ramen en deuren.
2024: vernieuwing installatie klokken.
De gevraagde investeringssubsidie voor het privaat patrimonium wordt niet goedgekeurd, aangezien de gemeente niet verplicht is in tussenkomsten voor privaat patrimonium. De gemeenteraad past de cijfers van de investeringen op die manier aan: investeringen aan kerkgebouw blijven behouden, investeringen aan en bijhorende investeringssubsidie privaat patrimonium worden niet opgenomen.
Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan het erkend representatief orgaan, het centraal kerkbestuur, en de kerkfabriek.