Artikel 277 van het decreet lokaal bestuur.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn worden de notulen van de voorgaande raad voor maatschappelijk welzijn ter goedkeuring voorgelegd.
De notulen werden opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 278, §1 van het decreet lokaal bestuur.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 november 2022 goed.
Met het invoeren van de wet van 30 oktober 2022 houdende diverse bepalingen betreffende arbeidsongeschiktheid en de publicatie in het Belgisch Staatsblad op 18 november 2022 treedt de wet over de vrijstelling van het medisch attest voor werknemers bij één dag arbeidsongeschiktheid in werking op 28 november 2022. Concreet gaat om het afschaffen van de verplichting om een medisch attest te bezorgen wanneer een personeelslid door één dag ziekte niet in staat is te werken.
Doordat deze wijziging enkel doorgevoerd werd in de Arbeidsovereenkomstenwet, is het statutair overheidspersoneel uitgesloten van de nieuwe regeling, alsook ondernemingen met minder dan 50 medewerkers waaronder het OCMW Sint-Katelijne-Waver. Om een gelijke behandeling voor zowel statutair als contractueel personeel te faciliteren, is het noodzakelijk dat de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement worden aangepast.
De nieuwe regeling beperkt zich tot driemaal één dag per jaar. Vanaf de vierde keer dient de medewerker een medisch attest binnen te brengen, alsook wanneer het een periode betreft die zich uitstrekt over een langere periode dan deze van één dag.
Bijkomend dient het personeelslid mee te delen op welk adres hij/zij zal verblijven tijdens deze ene ziektedag, tenzij dit adres overeenstemt met zijn/haar gewoonlijke verblijfplaats die bij de werkgever gekend is.
Tevens blijft het zo dat het personeelslid de werkgever onmiddellijk telefonisch moet verwittigen als deze niet in staat is te komen werken door ziekte.
Tot slot dient vastgesteld te worden dat een controle door de werkgever nog steeds mogelijk blijft.Dit werd voorgelegd aan de vakbonden op 15 december 2022, het protocol van akkoord is bijgevoegd.
Arbeidsovereenkomstenwet, artikel 31
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de aanpassing van de rechtspositieregeling goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de aanpassing van bijlage 3 van het arbeidsreglement goed.
Artikel 249 decreet lokaal bestuur: § 3. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen over hun deel van elk beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.
De gemeenteraad kan het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn niet goedkeuren als dat de financiële belangen van de gemeente bedreigt. In dat geval vervalt de eventuele vaststelling van het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de gemeenteraad.
§ 4. Elke raad stemt telkens over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport. In afwijking daarvan kan elk raadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de betrokken raad pas over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming. Als deze afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de raad. Als de andere raad voordien zijn deel van het beleidsrapport al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt die raad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt de 6de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 voorgelegd.
De belangrijkste redenen voor de wijziging van het meerjarenplan zijn de volgende:
Er werd een voorontwerp gemaakt van de aangepaste strategische nota en financiële nota door de algemeen directeur en de financieel directeur, in overleg met het M-team in zitting van 29 november 2022. Dit ontwerp werd besproken op het vast bureau van 5 december 2022.
De wijziging van de kredieten voor het lopende boekjaar vergt een aanpassing van het meerjarenplan. Het overzicht van de kredieten (schema M3) vermeldt dan de gewijzigde kredieten voor het lopende boekjaar.
Daarnaast is het logisch dat de raad beslist over belangrijke inhoudelijke wijzigingen in het beleid. Het bestuur zal het meerjarenplan dus ook aanpassen als er belangrijke bijsturingen van de acties, actieplannen en/of beleidsdoelstellingen moeten gebeuren. De regelgeving legt hiervoor geen regels op. Elk bestuur moet in het kader van de organisatiebeheersing zelf definiëren welke inhoudelijke wijzigingen alleen kunnen worden doorgevoerd via een aanpassing van het meerjarenplan.
Samengevat zijn de wijzigingen voor het OCMW voor 2022-2025 als volgt:
| Wijzigingen OCMW | 2022 AMJP05 | 2023 AMJP05 | 2024 AMJP05 | 2025 AMJP05 |
| Exploitatie (saldo) | 393.937 | 197.366 | 245.594 | 280.014 |
| - ontvangsten | 716.113 | 733.140 | 835.785 | 789.859 |
| - uitgaven | 322.176 | 535.774 | 590.191 | 509.844 |
| Investeringen (saldo) | -16.000 | 0 | 0 | 0 |
| - ontvangsten | -14.000 | 0 | 0 | 0 |
| - uitgaven | -30.000 | 0 | 0 | 0 |
| Financiering (saldo) | 0 | 0 | 0 | 0 |
| - ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| - uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 |
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018, en latere wijzigingen, betreffende de beleids- en de beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Dit besluit geeft een overzicht van de diverse beleids- en beheersrapporten die moeten worden opgemaakt en een aantal regels waaraan de boekhouding van de gemeente moet voldoen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018, en latere wijzigingen, tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen. In dit besluit worden de concrete schema's en rekeningstelsels vastgelegd.
De raadsbeslissing van 16 december 2019 betreffende de vaststelling van het meerjarenplan 2020-2025.
Artikel 257 decreet lokaal bestuur: § 1. Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld. Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast. Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.
Als voor 1 januari van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen de kredieten voor dat boekjaar nog niet werden vastgesteld, worden, in afwijking van het eerste lid, op die datum de kredieten voor dat boekjaar automatisch vastgesteld op basis van de ramingen voor dat boekjaar in de financiële nota van het meerjarenplan.
Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.
De periode van het meerjarenplan blijft altijd de periode, vermeld in artikel 254, tweede lid, maar de financiële nota beschrijft altijd de financiële consequenties voor ten minste drie toekomstige boekjaren.
§ 2. Een aanpassing van het meerjarenplan omvat minstens een aangepaste financiële nota, een toelichting en de eventuele wijzigingen van de strategische nota.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt haar deel van het aangepaste meerjarenplan 2020-2025 (06/2022) en de kredieten voor 2023 vast zoals hieronder wordt voorgesteld.
De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt dat er over het eerste semester van boekjaar 2023 een opvolgingsrapportering, met een stand van zaken van de uitvoering van het meerjarenplan, dient te worden voorgelegd aan de raad van eind september 2023.
De bekendmaking van deze beslissing zal gebeuren overeenkomstig art. 330 van het decreet lokaal bestuur.
De lijsten zoals ze in de beleidsnota van de oude BBC (nominatieve subsidies, delegatie overheidsopdrachten,…) vervat zaten, bestaan niet meer. Het decreet lokaal bestuur heeft de huidige lijsten bij het budget losgekoppeld van de beleidsrapporten. Gelet op het feit dat de lijsten losgekoppeld zijn van de beleidsrapporten, nemen ze nu de vorm aan van afzonderlijke besluiten van de raad. Deze kunnen nog altijd gebundeld worden op een lijst, maar dit hoeft niet meer. Aangezien ze niet meer worden opgenomen in het meerjarenplan, kan de raad er afzonderlijk over beslissen, zonder dus een aanpassing van het meerjarenplan door te voeren, wat de flexibiliteit vergroot.
In de documentatie bij het meerjarenplan wordt wel nog een overzicht opgenomen van de toegestane werkings- en investeringssubsidies, waaronder ook de nominatief toegekende subsidies. Dat overzicht houdt echter niet langer een beslissing in, maar is louter informatief. De documentatie maakt geen deel uit van het meerjarenplan en moet enkel ter beschikking worden gesteld aan de raadsleden.
De bevoegdheid voor “het toekennen van nominatieve subsidies” komt toe aan de raad. De raad moet dus een besluit nemen tot nominatieve toekenning van elke subsidie afzonderlijk. Om niet elk dossier apart voor te leggen aan de raad, wordt thans globaal een lijst van nominatief toe te kennen subsidies voorgelegd aan de raad die deze kan goedkeuren voor uitbetaling in 2020-2025. Wanneer bij de toekenning van deze bedragen zou afgeweken worden of wanneer een nieuwe nominatieve subsidie zou toegekend worden aan een begunstigde die niet in deze overzichtslijst is opgenomen én deze binnen de grenzen van de globale exploitatie of investeringen blijft, dient dat betreffend dossier apart aan de raad voorgelegd te worden voor goedkeuring zonder dat een aanpassing van het meerjarenplan vereist is.
De raad geeft hiermee de opdracht aan het vast bureau om de nominatieve subsidies uit te keren binnen het voorziene krediet per begunstigde zoals opgenomen in de bijlage. Een nominatieve subsidie wordt in principe uitgekeerd op basis van een subsidieaanvraag, uitgezonderd de toelage aan de welzijnsvereniging (wettelijke verplichting in de tegemoetkoming van de tekorten; er wordt op kwartaalbasis een voorschot uitbetaald op basis van het laatste goedgekeurde (aangepaste) meerjarenplan). Een subsidieaanvraag wordt ondersteund met een kasverslag, jaarverslag of activiteitenverslag waaruit de financiële vraag duidelijk is. Na controle kan een nominatieve subsidie uitbetaald worden onder voorbehoud dat het uitvoeren van een nominatieve subsidie een controlerecht inhoudt en dat de nominatieve subsidie (deels) kan teruggevorderd worden wanneer de subsidie niet wordt aangewend voor de algemene werking van de begunstigde en/of aanvrager.
De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de BBC (BVR BBC).
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de BBC (MB BBC).
De omzendbrief KB/ABB 2019/4 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de BBC.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de aanpassing in nominatieve subsidies 2022-2025 volgens het document in bijlage gehecht goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn geeft de opdracht aan het vast bureau om de nominatieve subsidies uit te keren binnen het voorziene krediet per begunstigde zoals opgenomen in de bijlage. Een nominatieve subsidie wordt in principe uitgekeerd op basis van een subsidieaanvraag, uitgezonderd de toelage aan de welzijnsvereniging (wettelijke verplichting in de tegemoetkoming van de tekorten; er wordt op kwartaalbasis een voorschot uitbetaald op basis van het laatste goedgekeurde (aangepaste) meerjarenplan). Een subsidieaanvraag wordt ondersteund met een kasverslag, jaarverslag of activiteitenverslag waaruit de financiële vraag duidelijk is. Na controle kan een nominatieve subsidie uitbetaald worden onder voorbehoud dat het uitvoeren van een nominatieve subsidie een controlerecht inhoudt en dat de nominatieve subsidie (deels) kan teruggevorderd worden wanneer de subsidie niet wordt aangewend voor de algemene werking van de begunstigde en/of aanvrager.