Artikel 277 van het decreet lokaal bestuur.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn worden de notulen van de voorgaande raad voor maatschappelijk welzijn ter goedkeuring voorgelegd.
De notulen werden opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 278, §1 van het decreet lokaal bestuur.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 februari 2022 goed.
De rechtspositieregeling moet op een aantal zaken aangepast worden aan de gewijzigde regelgeving; ook zijn enkele actualisaties nodig.
De rechtspositieregeling moet op een aantal zaken aangepast worden aan de gewijzigde regelgeving:
Deze regelgeving was reeds rechtstreeks van toepassing, maar het is aanbevolen dit ook op te nemen in de rechtspositieregeling.
Verder zijn er een aantal kleine bijsturingen:
Het voorontwerp van deze toevoeging in de rechtspositieregeling wordt gemaakt door de algemeen directeur in overleg met het managementteam. Het M-team gaf op 8 februari 2022 positief advies.
De vakbonden hebben een protocol van akkoord getekend op 22 februari 2022.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en latere wijzigingen
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2011 houdende de regeling van de externe personeelsmobiliteit tussen sommige lokale en provinciale overheden onderling en tussen sommige lokale en provinciale overheden en de diensten van de Vlaamse overheid onderling, en houdende enkele maatregelen ter ondersteuning van de personeelsmobiliteit tussen lokale en provinciale overheden met hetzelfde tewerkstellingsbied, en latere wijzigingen
Decreet lokaal bestuur
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de gewijzigde rechtspositieregeling van het gemeente- en het OCMW-personeel zoals in bijlage goed.
De oorlog in Oekraïne heeft ook een aanzienlijke impact op onze maatschappij (vluchtelingencrisis) en economie (o.a impact op energieprijzen). De crisis heeft uiteraard een impact op de lokale financiën, gezien de rol die toebedeeld wordt aan de lokale besturen, zowel aan ontvangstenzijde (bv. subsidies) als aan uitgavenzijde (bv. onvoorziene uitgaven voor huisvesting en begeleiding vluchtelingen, verdere stijging van de energieprijzen).
Dat is een bijkomende uitdaging voor de lokale besturen, maar er is geen reden tot onmiddellijke bijsturing van het meerjarenplan, niet op het vlak van de beperktheid van de kredieten en niet op het vlak van het financieel evenwicht. De regelgeving legt het niveau van de kredietbewaking op het totaal van de exploitatie-uitgaven. Dat betekent dat een lokaal bestuur op korte termijn begrotingstechnisch pas in de problemen komt als er nu al meer uitgaven moeten gebeuren dan voor het volledige jaar waren opgenomen in het meerjarenplan. Dat is nu in de komende maanden weinig waarschijnlijk. Binnen die grens beschikt het lokaal bestuur over een grote vrijheid om ramingen te verschuiven en de impact van de deze crisis is een goede reden om van die mogelijkheden gebruik te maken. Bij de volgende aanpassing van het meerjarenplan kunnen we dan de nodige maatregelen nemen om de impact op te vangen.
Om de onvoorziene uitgaven en ontvangsten te kunnen bundelen, beslist het lokaal bestuur nu reeds om een actieplan en prioritaire actie aan het meerjarenplan 2020-2025 toe te voegen, dewelke officieel zullen vastgesteld worden in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025.
De financiën van het lokaal bestuur kunnen deze onvoorziene uitgaven en ontvangsten voorlopig nog opvangen via verschuivingen.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018, en latere wijzigingen, betreffende de beleids- en de beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Dit besluit geeft een overzicht van de diverse beleids- en beheersrapporten die moeten worden opgemaakt en een aantal regels waaraan de boekhouding van de gemeente moet voldoen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018, en latere wijzigingen, tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen. In dit besluit worden de concrete schema's en rekeningstelsels vastgelegd.
Omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
De raad voor maatschappelijk welzijn is akkoord om, voor de extra uitgaven en ontvangsten in het kader van de oorlogscrisis in Oekraïne, een actieplan en prioritaire actie toe te voegen aan het meerjarenplan 2020-2025, dewelke officieel zullen worden vastgesteld in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025.
Het lokaal dienstencentrum op de site Bosbeekhof zal weldra de deuren openen. Eén van de voorwaarden om als lokaal dienstencentrum te worden erkend door het Agentschap Zorg en Gezondheid is een samenwerking met het lokaal bestuur, geformaliseerd door een samenwerkingsovereenkomst.
Het lokaal bestuur Sint-Katelijne-Waver en het lokaal dienstencentrum willen een samenwerkingsakkoord aan te gaan om bij te dragen tot het behoud, de ondersteuning en/of het herstel van de zelfredzaamheid van de doelgroep. Dat doen ze door het nemen van initiatieven voor het bevorderen van de sociale cohesie tussen de inwoners van de betrokken regio. Daarnaast wil het samenwerkingsverband een bijdrage leveren tot het project ‘bevorderen van zorgzame buurten’. Om deze doelstellingen te realiseren, wordt een samenwerking tot stand gebracht met de inhoudelijk betrokken diensten van gemeente en OCMW. Indien nodig kunnen de partijen samen een aanbod ontwikkelen om in te spelen op de behoeften van de doelgroep.
Het lokaal dienstencentrum is operationeel in Sint-Katelijne-Waver en toegankelijk voor iedereen uit de omgeving die er nood aan heeft. Er wordt niemand uitgesloten. Het lokaal dienstencentrum wil actief meewerken aan een authentieke pluralistische samenleving met respect en waardering voor ieders identiteit.
Doel van de samenwerking is om senioren en personen met een zorgbehoefte, die woonachtig zijn in Sint-Katelijne-Waver en omgeving, maximaal te ondersteunen in hun wens om zo lang mogelijk in het eigen milieu te verblijven en eventueel verzorgd te worden. Beide partijen zullen zich engageren om te streven naar een kwalitatief hoogstaand aanbod van diensten, op maat van de doelgroep.
Deze samenwerkingsovereenkomst wordt afgesloten tussen de partijen op basis van volgende regelgeving:
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen het lokaal dienstencentrum van Zorgbedrijf Rivierenland en het lokaal bestuur Sint-Katelijne-Waver zoals voorzien in de bijlage aan dit besluit goed.
Koninklijk Besluit houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie van 11 juli 2002.
Art. 10. Het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, bedoeld in de artikelen 11 en 13, § 2, van de wet, wordt voorbereid door de met het dossier belaste maatschappelijk werker in overleg met de aanvrager en wordt geformaliseerd in een contract. Hij gebruikt hiertoe een door de raad voor maatschappelijk welzijn aangenomen kaderovereenkomst.
Bij de inspectie van ons OCMW in mei 2021 formuleerde de POD enkele opmerkingen aangaande de wijze waarop ons OCMW omgaat met het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie (GPMI).
Eveneens in 2021 publiceerde de POD Maatschappelijke Integratie een onderzoek naar de uitvoering van de GPMI-hervorming.
Een werkgroep binnen de sociale dienst besprak deze elementen en formuleerde voorstellen tot verbetering van het gebruik van het GPMI als begeleidingsinstrument.
Op 22 februari 2022 besliste het bijzonder comité voor de sociale dienst om de voorgestelde standaarddocumenten positief te adviseren aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Inspectie POD
Opmerking inspectie | Reactie |
De bevoegdheidsclausule opgenomen in de opgestelde GPMI contracten voor studenten is niet conform de regelgeving; bij verhuis van een student blijft het OCMW van Sint-Katelijne-Waver bevoegd. | Deze clausule wordt geschrapt in het nieuwe ontwerp GPMI |
In de opgemaakte GPMI contracten voor studenten neemt het OCMW op dat de student zowel weekend- als vakantiewerk dient te verrichten. Artikel 21 §2 c van het KB van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie zegt dat de student werkbereid moet zijn tijdens de periodes die met zijn studies verenigbaar zijn, tenzij gezondheids- of billijkheidsredenen dit verhinderen. Deze werkbereidheid dient steeds individueel bekeken te worden en dient zoals de wet het voorschrijft verenigbaar te zijn met de studies. | De standaardbepaling wordt in het nieuwe ontwerp GPMI vervangen door een invulveld; de maatschappelijk werker bespreekt met de cliënt wat mogelijk is op het vlak van weekend- en vakantiewerk |
In het GPMI contract is opgenomen dat het OCMW zal instaan voor het uitbetalen van het leefloon. Deze verbintenis van het OCMW heeft betrekking op de toekenning van het recht op maatschappelijke integratie, het gaat om een wettelijke verplichting wanneer aan de toekenningsvoorwaarde is voldaan. Overeenkomstig artikel 11§3 van het KB van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie dient de aanvullende hulp gekoppeld aan het GPMI opgenomen te worden in het contract. | We proberen in elk GPMI duidelijk te omschrijven welke (bijkomende) inspanningen het OCMW aanbiedt aan de gerechtigde met een GPMI. Welke eventuele kosten, verbonden aan de uitvoering van het GPMI, kan het OCMW ten laste nemen? In het ontwerp GPMI zal een bijkomend veld worden voorzien voor de kosten die het OCMW in het kader van het GPMI ten laste neemt. |
Er werd vastgesteld dat de verplichte evaluaties niet steeds aanwezig zijn in het dossier. Het GPMI contract voorziet in een regelmatige evaluatie van het contract, ten minste 3 maal per jaar (ten minste 2 maal per jaar tijdens een persoonlijk treffen). De evaluaties moeten de stand van zaken overnemen van de in het GPMI vastgestelde doelstellingen, de ondervonden moeilijkheden en eventuele mislukkingen analyseren en eventuele verbeteringen voorstellen. | De MW moeten de verplichte evaluaties maken en opslaan in het dossier. Minstens 2 van de 3 evaluaties (en bij voorkeur alle 3) moeten gebeuren in een persoonlijk onderhoud met de cliënt. De MW zullen de geplande evaluaties als een afspraak of taak opnemen in hun Outlook agenda. De evaluaties worden voor kennisname getekend door de cliënt. Als deel 2 van het GPMI correct en tijdig wordt gebruikt, is voldaan aan deze vereiste. |
De dossiers waarvoor de bijzondere toelage GPMI verlenging werd aangevraagd, bevatten geen gemotiveerde beslissing betreffende de voortgang van het GPMI en de reden waarom de doelstelling niet werd bereikt. Er is geen recht op deze bijzondere toelage verlenging wanneer niet aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Om recht te hebben op de bijzondere toelage verlenging moet het OCMW, in een verslag dat ter beschikking blijft in het sociaal dossier, de reden motiveren waarom betrokken zeer ver staat van een maatschappelijke en/of sociaal-professionele integratie. Er dient een gemotiveerde beslissing genomen te worden door de raad of het bevoegde orgaan. (Art. 60/1 §16 van het KB van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie). | Uit het sociaal verslag moet duidelijk blijken waarom we menen dat de cliënt zeer ver staat van een maatschappelijke en/of professionele integratie na 1 jaar GPMI. We zullen nagaan of we zulks in een sjabloon kunnen voorzien. Tot dan blijft het een aandachtspunt voor de maatschappelijk werker. Aan de administratief medewerkers wordt gevraagd eventuele ongemotiveerde verlengingen van het GPMI te signaleren aan de MW. |
Onderzoek naar de uitvoering van de GPMI hervorming
Uit de omvangrijke analyse en aanbevelingen van de onderzoekers (zie bijlagen) selecteerden we enkele elementen waarop we willen inzetten om het instrument GPMI te verbeteren.
Voorstellen uit de werkgroep
Instrument
Procedure
Bij de start van de begeleidingsovereenkomst zal de maatschappelijk werker de Begeleidingsovereenkomst en het Begeleidingsplan als bijlage bij het sociaal verslag ter goedkeuring voorleggen aan het BCSD.
Gedurende het daaropvolgend jaar zal de maatschappelijk werker minstens tweemaal een evaluatie maken met de cliënt en de afspraken in het begeleidingsplan bijsturen.
Na 12 maanden legt de maatschappelijk werker het Begeleidingsplan (3de evaluatie) ter kennisgeving voor aan het BCSD, met zo nodig een voorstel tot verlenging van de Begeleidingsovereenkomst voor 1 jaar en motivatie waarom de verlenging nodig is.
Op 22 februari 2022 besliste het bijzonder comité voor de sociale dienst om de voorgestelde standaarddocumenten positief te adviseren aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de standaarddocumenten GPMI te wijzigen en te vervangen door de nieuwe documenten Begeleidingsovereenkomst, Begeleidingsplan en Studieovereenkomst in bijlage.
Overeenkomstig artikel 31 van het decreet lokaal bestuur worden de mondelinge vragen van de raadsleden aan de leden van het vast bureau behandeld.
Er werden geen vragen gesteld.