Terug
Gepubliceerd op 28/04/2022

2022_OCMW-Raad_00020 - HR Beleid - Toetreding tot OFP (Organisme ter Financiering der Pensioenen) Prolocus - Goedkeuring

Raad voor maatschappelijk welzijn
ma 25/04/2022 - 21:00 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Jeroen Baeten; Kathleen Rombauts, voorzitter; Bart De Boeck; Kristof Sels, Burgemeester; Eric Janssens; Joris De Pauw; Sven Verelst; Jan Broes; Sarah De Keyser; An Coen; Ronny Slootmans; Maurice Verheyden; Kris Hapers; Tom Ongena; Elke Hellemans; Jos Ceulemans; Jos Moeyersons; Geert Vertommen; Katrien Willems; Lore Roelandts; Karolien Frans; Thomas Mariën; Wim Marnef; Annelies Bal; Sven Vercammen; Gunter Desmet, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Greet Saels; Sylke Pex

Secretaris

Gunter Desmet, Algemeen directeur

Voorzitter

Jeroen Baeten

Stemming op het agendapunt

2022_OCMW-Raad_00020 - HR Beleid - Toetreding tot OFP (Organisme ter Financiering der Pensioenen) Prolocus - Goedkeuring

Aanwezig

Jeroen Baeten, Kathleen Rombauts, Bart De Boeck, Kristof Sels, Eric Janssens, Joris De Pauw, Sven Verelst, Jan Broes, Sarah De Keyser, An Coen, Ronny Slootmans, Maurice Verheyden, Kris Hapers, Tom Ongena, Elke Hellemans, Jos Ceulemans, Jos Moeyersons, Geert Vertommen, Katrien Willems, Lore Roelandts, Karolien Frans, Thomas Mariën, Wim Marnef, Annelies Bal, Sven Vercammen, Gunter Desmet
Stemmen voor 25
Eric Janssens, Kris Hapers, Elke Hellemans, Jan Broes, Kristof Sels, Tom Ongena, An Coen, Ronny Slootmans, Joris De Pauw, Maurice Verheyden, Sven Vercammen, Jos Moeyersons, Bart De Boeck, Kathleen Rombauts, Sven Verelst, Thomas Mariën, Wim Marnef, Sarah De Keyser, Geert Vertommen, Annelies Bal, Jos Ceulemans, Karolien Frans, Katrien Willems, Lore Roelandts, Jeroen Baeten
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2022_OCMW-Raad_00020 - HR Beleid - Toetreding tot OFP (Organisme ter Financiering der Pensioenen) Prolocus - Goedkeuring 2022_OCMW-Raad_00020 - HR Beleid - Toetreding tot OFP (Organisme ter Financiering der Pensioenen) Prolocus - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Om de pensioenkloof tussen het statutair en het contractueel personeel te verkleinen, voorziet het bestuur in een tweede pensioenpijler voor haar contractueel personeel. De huidige tweede pensioenpijler bedraagt sinds 1 januari 2020 4,5% van het brutoloon voor alle contractanten.

Tot 31 december 2021 was het bestuur aangesloten bij de groepsverzekering die aangeboden werd door Ethias en Belfius Insurance. Deze verzekeraars hebben in juni 2021 de bestaande groepsverzekering opgezegd per 1 januari 2022. Er bestaat de keuze om ofwel via overheidsopdrachten te kiezen voor een nieuwe groepsverzekering bij een verzekeraar of aan te sluiten bij een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP). OFP Prolocus is een pensioenfonds waarbij alle lokale besturen van het Vlaamse Gewest kunnen toetreden.

De voordelen door toetreding bij een IBP zijn meer betrokkenheid bij het beheer van zijn pensioenfinanciering in tegenstelling tot een groepsverzekering. Verder streeft een IBP geen winsten ten voordele van de organisatie zelf na. Ten derde bezit een IBP ruimere beleggingsmogelijkheden zodat een ruimer rendement mogelijk is, zonder dat dit enige garantie inhoudt. Ten vierde kan het bestuur toetreden zonder overheidsopdracht vermits aan de voorwaarden van een inhouse opdracht voldaan zijn. Tot slot zal OFP Prolocus zwaar inzetten op het duurzaam karakter van zijn beleggingen. 

OFP Prolocus zal, net zoals de groepsverzekering die tot eind 2021 werd aangehouden bij Ethias en Belfius Insurance, geen werknemersbijdragen vereisen. Ze voorziet wel in een overlijdensdekking en een kapitaalsuitkering. 

OFP Prolocus is een vastebijdragenplan waarbij de werkgever belooft een bepaalde bijdrage (een bijdrage uitgedrukt als een % van het aan de RSZ onderworpen brutoloon) te betalen zonder vastgesteld rendement. De behaalde rendementen worden toegekend conform het kaderreglement.

Het bestuur moet de vastgestelde bijdrage minimum betalen. Wanneer het wettelijk minimum rendement (momenteel 1,75%) niet behaald wordt, zal het bestuur bijkomende bijdragen moeten betalen. 

Argumentatie

1. Het bestuur kan ervoor kiezen om een 'steprate' toe te passen. Deze steprate maakt het mogelijk om op het gedeelte van het loon dat boven het maximumplafond (nl. € 63.944,74 euro per jaar voor 2022) voor de berekening van het wettelijke pensioen uitkomt, een hogere toezegging te doen om zo het verschil tussen een statutair pensioen en een wettelijk pensioen verder te verkleinen. Dit is enkel van belang voor de hogere lonen. 

De 2e pensioenpijler (4,5%) wordt berekend op het jaarlijks geïndexeerd loon vermeerderd met de eindejaarstoelage.

Voor alle contractuele medewerkers werd berekend of hun loonmassa zich boven het maximumplafond bevindt. Concreet zijn er 2 medewerkers wiens loon dichtbij de grens van het maximumplafond komen (€ 900 euro minder). Binnen enkele jaren zullen zij dit plafond bereiken. 

Indien het bestuur kiest voor een steprate kan het aanvullend pensioenplan gekoppeld worden aan ofwel het wettelijk loonplafond ofwel aan een conventioneel loonplafond.

Een voorbeeld om dit te verduidelijken:

We gaan uit van een werknemer met een bruto jaarloon van 80.000 EUR, die geen loonsverhoging krijgt in 2023. De formule van het aanvullend pensioenplan bedraagt 4,5% S1 + 9% S2 waarbij S1 de loonmassa onder het loonplafond is en S2 boven het loonplafond is.

Met het vorige pensioenplafond van 63.944,75 EUR werd er in 2022 een jaarlijkse premie van 4.322 EUR gestort in het aanvullend pensioenplan (4,5% op 63.944,75 EUR is 2.877,51 EUR en 9% op het salarisgedeelte daarboven, zijnde 16.055,25 EUR geeft 1.444,97 EUR).

Met het nieuwe pensioenplafond van 65.463,30 EUR wordt er in 2023 slechts een jaarlijkse premie van 4.254 EUR gestort (4,5% op 65.463,30 EUR is 2.945,84 EUR en 9% op het salarisgedeelte daarboven, zijnde 14.536,70 EUR geeft 1.308,30 EUR). De bijdrage voor deze werknemer daalt dus met 68 EUR op jaarbasis. Deze berekening klopt enkel in de situatie dat er geen indexringen zijn en ook geen doorstroming in de functionele loopbaan, m.a.w. in de meeste gevallen zal de bijdrage toch stijgen.

Bij gelijkblijvend loon zal ook het aanvullend pensioenkapitaal op het einde van de rit lager liggen. (In dit voorbeeld werd geen rekening gehouden met de indexering van het salaris, wat het effect op het aanvullend pensioen enigszins zal afzwakken. Ook loonsverhogingen kunnen uiteraard nog tot hogere bijdragen aanleiding geven).

Om dit op te lossen, kan het pensioenplafond bepaald worden als een conventioneel loonplafond. Dit betekent dat het lokaal bestuur de vrijheid heeft om het loonplafond zelf te bepalen (met als enige voorwaarde dat het niet hoger mag zijn dan het wettelijk loonplafond). Dit conventioneel loonplafond wordt jaarlijks geïndexeerd, op dezelfde wijze als het loon. Het deel van het loon onderworpen aan de lagere bijdragevoet (4,5%) zal dus verhoudingsgewijs gelijk blijven, en de werkgeversbijdrage zal bij gelijk loon niet dalen. Het conventioneel loonplafond volgt immers niet de evolutie van het wettelijk plafond, waardoor de extra stijging van het wettelijk plafond geen enkele invloed zal hebben op de opbouw van het aanvullend pensioen.

Conclusie: iIndien men zijn aanvullend pensioenplan koppelt aan het wettelijk loonplafond dan is er bij een step rate formule bij gelijk loon de komende jaren mogelijk een lagere pensioenbijdrage. Een conventioneel loonplafond kan dit oplossen. Dit conventioneel plafond stijgt enkel met de index en niet met de extra wettelijke verhogingen.

Voorgesteld wordt om de steprate niet toe te passen. Dit zorgt immers voor een ongelijke behandeling van de personeelsleden en levert zelfs voor de hogere lonen geen duidelijk voordeel op.

2. Het bestuur kiest ervoor om met andere rechtspersonen waarmee ze nauwe banden heeft (in dit geval gemeente en OCMW) een MIPS-Groep (Multi-Inrichters Pensioenstelsel) te vormen. Binnen deze MIPS groep is interne mobiliteit mogelijk zonder dat dit gevolgen heeft voor de pensioentoezegging van het personeelslid omdat er binnen de MIPS-groep onderlinge solidariteit speelt.

Dit voorstel werd op 12 april 2022 voorgelegd aan de vakbonden, een protocol van akkoord werd afgesloten. De ondertekende versie wordt als bijlage aan dit agendapunt toegevoegd zodra we deze ontvangen hebben.

Vertegenwoordiger algemene vergadering

Iedere werkgever dient een vaste stemgerechtigde vertegenwoordiger (en eventueel een tweede ‘vervanger’) aan te duiden voor de algemene vergadering van het fonds. Dit geldt dus ook voor de besturen die zich in een MIPS-groep verenigen (elk bestuur dient dus minstens één vaste stemgerechtigde vertegenwoordiger aan te duiden). Deze persoon is idealiter een beleidsverantwoordelijke maar kan ook vanuit de administratie aangeduid worden. Deze vertegenwoordiging in de algemene vergadering van OFP Prolocus is onbezoldigd.

Concreet gezien gelden hierrond de volgende regels:

  • de vertegenwoordiger moet bestuurder, lid van het directiecomité, of werknemer van de entiteit zijn;
  • de vaste vertegenwoordiger kan conform Art. 15 van WIBP ook aangeduid worden uit de onderneming, instelling of entiteit die een controlebevoegdheid uitoefent over de bijdragende onderneming (dit is bijvoorbeeld het geval in de relatie gemeente – AGB, maar niet in de relatie gemeente – OCMW); 
  • conform Art. 17.2.3. van de statuten van het fonds kunnen alle leden van de algemene vergadering zich ook laten vertegenwoordigen door een ander lid van dezelfde groep mits een schriftelijke volmacht.

In de praktijk is het dus mogelijk om een gemeente en een OCMW door éénzelfde persoon te laten vertegenwoordigen, wanneer deze persoon een beleidsverantwoordelijke is. Indien aangeduid vanuit de administratie dan gelden er striktere voorwaarden (er moet dan een controlebevoegdheid zijn van de ene entiteit over de andere).

Indien er maar één persoon als vertegenwoordiger wordt afgevaardigd voor twee werkgevers dan heeft deze persoon een dubbel stemrecht in de algemene vergadering. Wanneer deze vertegenwoordiger niet kan deelnemen, dan kan er conform de statuten enkel een volmacht gegeven worden aan een ander lid van de algemene vergadering, dus niet aan iemand van de eigen organisatie! Dit is enkel mogelijk indien er minstens twee personen van de eigen organisatie als vaste vertegenwoordiger zijn aangeduid (bijvoorbeeld gemeente en OCMW hebben hun eigen vaste vertegenwoordiger, of twee personen van de gemeente zijnde een titularis en zijn/haar vervanger).

De verschillende fracties kunnen tot vrijdag 22 april een kandidaat-vertegenwoordiger voordragen via de dienst organisatie, waarna in geheime stemming ter zitting een vertegenwoordiger verkozen wordt.

Volgende voordrachten werden ontvangen:

  • N-VA: An Coen (vertegenwoordiger), Kathleen Rombauts (plaatsvervanger)
  • Samen Anders: geen voordracht ontvangen
  • CD&V: geen voordracht ontvangen
  • Vlaams Belang: geen voordracht ontvangen
  • Groen: geen voordracht ontvangen
  • Onafhankelijke: geen voordracht ontvangen

Besluit

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist:

Artikel 1

De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om in te stemmen met:

  • de beheersovereenkomst en het financieringsplan (algemeen luik en luik VVSG) via de toetredingsakte van OFP Prolocus;
  • het kaderreglement en het bijzonder pensioenreglement;
  • de verklaring inzake beleggingsbeginselen (SIP) (algemeen luik en luik VVSG) en statuten.

Artikel 2

De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om met ingang van 1 januari 2022 toe te treden tot OFP Prolocus en hiertoe een verzoek tot aanvaarding als lid van de Algemene Vergadering te richten tot OFP Prolocus.

Artikel 3

De raad duidt mevrouw An Coen, schepen, aan als vertegenwoordiger van het OCMW voor de algemene vergadering voor de duur van de legislatuur 2019-2024.

Artikel 4

De raad duidt mevrouw Kathleen Rombauts, raadslid, aan als plaatsvervanger van het OCMW voor de algemene vergadering voor de duur van de legislatuur 2019-2024.

Artikel 5

De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om in te stemmen met het feit dat de door het financieringsplan verschuldigde bijdragen en de kosten voor het functioneren van OFP Prolocus zullen geïnd worden door de RSZ in naam en voor rekening van OFP Prolocus.

Artikel 6

De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om in te stemmen met een pensioentoezegging van 4,5% van het pensioengevend loon zonder plafond en zonder steprate.

Artikel 7

De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om samen met de gemeente en het OCMW een zogenaamde MIPS-groep te vormen.