Naar aanleiding van de uitvoering van het meerjarenplan 2020-2025 worden volgende aanpassingen aan de formatie/organogram toegepast.
Dienst uitvoering en schoonmaak
Schrappen van 1 VTE hovenier D1-D3 (met ingang van 1 mei 2022): de titularis gaat met ingang van die datum op pensioen. Door een herschikking van de taken en de bestekken voor de uitbestede werken is het niet nodig om deze functie opnieuw in te vullen.
Schrappen van 1 VTE seizoensarbeider E1-E3: in het verleden werden regelmatig seizoensarbeiders ingezet, maar de ervaring leert dat het niet evident is om geschikte kandidaten te vinden, zeker in de krappe arbeidsmarkt. De beste seizoensarbeiders stroomden enkele jaren terug door naar een contractuele aanstelling van onbepaalde duur. Door een herschikking van de taken en de bestekken voor de uitbestede werken is het niet nodig om deze functie opnieuw in te vullen.
Opwaarderen van 1 VTE assistent-magazijnier E1-E3 naar D1-D3: de functie van assistent-magazijnier is op dit moment uitdovend ingeschaald op D1-D3 niveau. Bij vertrek van de titularis zou de functie dan ingeschaald worden op E1-E3-niveau. Van een assistent-magazijnier wordt intussen verwacht om met de PC te kunnen werken, prijzen te kunnen vergelijken, kleine offertes en bestekken te beoordelen. Daarom is het noodzakelijk deze functie blijvend in te schalen op D1-D3.
Dienst personeel
Toevoegen van 1 VTE deskundige personeel B1-B3: de personeelsdienst wordt sterk bevraagd en kan de grote hoeveelheid werk niet meer aan. De voornaamste redenen zijn het toegenomen aantal vacatures (37 vacatures in 2021, 36 in 2020, +60% in vergelijking tot 2019) en het toegenomen aantal leerwerknemers (20 in 2021, +300% in vergelijking tot 2019). Deze evoluties zullen zich ook in de toekomst verder zetten. Dit leidt ertoe dat de werkdruk zeer hoog is, met reeds verschillende uitvallers onder het personeel, en dat het HR-beleid en de bijhorende projecten steeds opnieuw naar achteren geschoven dienen te worden. In het meerjarenplan wenst het bestuur werk te maken van een hedendaags HR-beleid en van een activering van potentiële leerwerknemers. Daarom dient de personeelsdienst versterkt te worden. Gelet op de link met de activering van de leerwerknemers wordt deze functie op het OCMW voorzien.
Dienst burgerzaken
Opwaarderen van 1 VTE administratief medewerker C1-C3 naar 1 VTE deskundige B1-B3: recent kwam een functie van 1 VTE administratief medewerker C1-C3 vacant. Door het toegenomen aantal vreemdelingendossiers en de bijhorende complexe regelgeving is het noodzakelijk om deze functie op te waarderen tot een functie van deskundige B1-B3.
Sociale dienst
Toevoegen van 1 VTE administratief medewerker C1-C3: de formatie van de sociale dienst telt 1,5 VTE administratief medewerker, waarvan maar 1,3 VTE reëel bezet is. Deze administratieve medewerkers geven aan overbelast te zijn. Bovendien dienen een aantal operationele taken van het diensthoofd doorgeschoven te worden naar de administratieve medewerkers. Uit de analyse van CC Consult bleek duidelijk dat het diensthoofd meer ruimte moet krijgen voor het opnemen van een coachende en leidinggevende rol. Ook de maatschappelijk werkers kennen een grote werkdruk. Het blijkt zeer moeilijk om bijkomende maatschappelijk werkers te werven. De werkdruk kan verlicht worden door een aantal administratieve taken bij hen weg te nemen, en door te schuiven naar de pool van administratieve medewerkers, zoals de berekening van het leefloon en sociale premies. Daarom dient de dienst met 1 VTE administratief medewerker C1-C3 versterkt te worden.
Omvormen van 5,5 maatschappelijk werkers sociale dienst (B1-B3), 1 maatschappelijk werker trajectbegeleiding (B1-B3), 1 maatschappelijk werker thuiszorg (B1-B3), 1 maatschappelijk werker schuldbemiddeling (B1-B3) en 1 maatschappelijk werker LOI en vreemdelingen (B1-B3) (in totaal 9,5), tot 8,5 maatschappelijk werkers sociale dienst (B1-B3) en 1 deskundige sociale dienst (B1-B3) (in totaal eveneens 9,5): heel wat lokale besturen ondervinden moeite om gediplomeerde maatschappelijk werkers te werven. In Sint-Katelijne-Waver zijn voor alle functies binnen de sociale dienst, m.u.v. de administratieve medewerkers, de kwalificatievereisten voor maatschappelijk werker opgelegd. Nochtans is dit wettelijk alleen vereist voor de maatschappelijk werker in strikte zin, namelijk de maatschappelijk werker die de sociale onderzoeken uitvoert en de individuele hulpvragen behandelt en opvolgt. Dit zijn enkel de maatschappelijk werkers algemene sociale dienst. In de feiten vervullen echter ook de andere maatschappelijk werkers regelmatig taken van de algemene sociale dienst. Daarom werd in het verleden beslist om voor alle deskundigen binnen de dienst de kwalificatievereisten voor maatschappelijk werker te vragen. Om toch over voldoende medewerkers te kunnen beschikken, wordt nu voorgesteld om 1 functie van maatschappelijk werker B1-B3 te vervangen door 1 deskundige sociale dienst (B1-B3). Voor deze nieuwe functie gelden enkel de algemene aanwervingsvoorwaarden (o.m. bezit van gelijk welk bachelordiploma), waardoor we hopen de nodige personeelsversterking op de dienst te kunnen realiseren. Vanzelfsprekend zal dit personeelslid de voor de maatschappelijk werker bij wet voorbehouden taken niet mogen vervullen. Dit leidt ertoe dat de taken op de dienst moeten herschikt worden, waardoor het noodzakelijk is de onderverdelingen in het organogram naar de verschillende disciplines te laten vallen. Het onderscheid tussen algemene sociale dienst en trajectbegeleiding, thuiszorg, schuldbemiddeling, LOI en vreemdelingen valt dus (op papier) weg.
Het voorontwerp werd opgemaakt door de algemeen directeur na overleg met het M-team op 15 oktober 2021.
Het voorstel kreeg een protocol van akkoord op het syndicaal overleg van dinsdag 23 november 2021 (zie bijlage).
De gemeenteraad gaat akkoord met de voorgestelde wijzigingen in de formatie en het organogram.