Artikel 277 van het decreet lokaal bestuur.
De notulen werden opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 278, §1 van het decreet lokaal bestuur.
De gemeenteraad keurt de voorgaande notulen goed.
De gemeenteraad keurt de notulen van de gemeenteraadszitting van 21 juni 2021 goed.
Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erediensten, inzonderheid art. 43.
Het ontwerp van meerjarenplan 2020-2025 werd goedgekeurd door de kerkraad van de kerkfabriek van Sint-Augustinus in haar vergadering van 16 augustus 2019.
Het ontwerp werd besproken door het centraal kerkbestuur in zijn vergadering van 12 augustus 2019.
Het ontwerp kreeg een positief advies van de Aartsbisschop van Mechelen-Brussel, in zijn hoedanigheid van erkend representatief orgaan, op datum van 3 september 2019.
De gemeenteraad keurde het oorspronkelijk meerjarenplan goed in zitting van 2 december 2019.
Door het wegvallen van inkomsten tijdens de corona-crisis, alsook door onverwachte herstellingsuitgaven, zal de rekening 2021 eindigen met een negatief saldo. De gemeente is verplicht om tussen te komen in de tekorten van de kerkfabriek.
De financiële dienst heeft het meerjarenplan 2020-2025 nagekeken.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Augustinus goed met volgende gemeentelijke bijdragen voor exploitatie en investeringen:
| Toelage Kerkfabriek Sint-Augustinus | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
| - exploitatie | 0,00 | 0,00 | 3.420,00 | 0,00 | 130,00 | 0,00 |
| - investeringen | 180.000,00 | 25.000,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
Voor 2020 gaat het om 170.000 euro van vroeger doorgeschoven kredieten voor gevelrenovatie. Het saldo 2020 dient voor de herstelling van het bliksemafleidingssysteem. De 25.000 euro van 2021 betreffen werken aan de buitenschrijnwerkerij.
Aan de investeringsuitgaven werd geen wijziging doorgevoerd, deze kredieten werden goedgekeurd, maar wel al doorgeschoven.
Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan het erkend representatief orgaan, het centraal kerkbestuur, en de kerkfabriek.
Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erediensten, inzonderheid art. 48.
Het ontwerp van budget 2022, goedgekeurd door de kerkraad op 23/06/2021, werd gecoördineerd ingediend bij het gemeentebestuur door het centrale kerkbestuur.
Het voorgelegde budget past niet meer binnen het meerjarenplan 2020-2025, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 2 december 2019.
We leggen een aanpassing van het meerjarenplan van de kerkfabriek ter goedkeuring voor in huidige zitting. Deze aanpassing zal opgenomen worden in de volgende AMJP van de gemeente in december 2021.
De financiële dienst heeft het budget nagekeken.
De gemeenteraad neemt kennis van het budget 2022 van de kerkfabriek Sint-Augustinus en dit met volgend resultaat:
| Budget 2022 | |||||||
| Exploitatie | Investeringen | ||||||
| Ontvangsten | 25.200 | Ontvangsten | 0 | ||||
| Uitgaven | 25.180 | Uitgaven | 0 | ||||
| Exploitatie zonder financiering | 20 | Investeringen zonder financiering | 0 | ||||
| Overschot uit expl. n-2 |
675 | Overschot uit invest. n-2 | 6.631 | ||||
| Gecorrigeerd resultaat n-1 | -4.115 | overschot budgetwijziging n-1 | |||||
| Overboeking naar investeringen | Overboeking uit exploitatie | ||||||
| Gemeentelijke tussenkomst | 3.420 | Gemeentelijke tussenkomst | 0 | ||||
| Overschot exploitatie | 0 | Overschot investeringen | 6.631 | ||||
Er wordt een tussenkomst gevraagd voor de exploitatie t.b.v. 3.420, dit volgens de aanpassing meerjarenplan die vandaag ter goedkeuring voorligt. Er werden investeringen opgenomen in het document B2022 ten bedrage van 25.000 euro met financiering door de gemeente, dit gaat echter over investeringen die reeds werden opgenomen in B2021 en die doorgeschoven zullen worden. Dit moet niet via vaststelling budget, maar via aanpassing meerjarenplan van de gemeente. De kerkfabriek heeft ondertussen bevestigd dat de volledige investeringssubsidie die momenteel voorzien werd, mag doorgeschoven worden naar 2022. Het investeringsbedrag blijft in overeenstemming met het eerder goedgekeurde meerjarenplan 2020-2025.
Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan het erkend representatief orgaan, het centraal kerkbestuur en de kerkfabriek.
Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erediensten, inzonderheid art. 48.
Het ontwerp van budget 2022, goedgekeurd door de kerkraad op 15/05/2021, werd gecoördineerd ingediend bij het gemeentebestuur door het centrale kerkbestuur.
Het voorgelegde budget past binnen het meerjarenplan 2020-2025, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 2 december 2019.
De financiële dienst heeft het budget nagekeken.
De gemeenteraad neemt kennis van het budget 2022 van de kerkfabriek O.-L.-Vrouw en dit met volgend resultaat:
| Budget 2022 | |||||||
| Exploitatie | Investeringen | ||||||
| Ontvangsten | 56.200 | Ontvangsten | 0 | ||||
| Uitgaven | 66.079 | Uitgaven | 0 | ||||
| Exploitatie zonder financiering | -9.879 | Investeringen zonder financiering | 0 | ||||
| Overschot uit expl. n-2 | 77.053 | Overschot uit investeringen n-2 | 175.071 | ||||
| Gecorrigeerd resultaat n-1 | -9.434 | overschot budgetwijziging n-1 | |||||
| Overboeking naar investeringen | Overboeking uit exploitatie | ||||||
| Gemeentelijke tussenkomst | 0 | Gemeentelijke tussenkomst | |||||
| Overschot exploitatie | 57.690 | Overschot investeringen | 175.071 | ||||
Bij nazicht rekening 2020 werd zowel door de gemeente als door de toezichthoudende overheid de opmerking gemaakt dat het resultaat niet correct werd opgenomen. Wij passen het resultaat aan zoals het zou moeten opgenomen worden. De kerkfabriek heeft bevestigd dat zij dit ook aangepast hebben na de opmerkingen, op dat moment waren de documenten echter al ingediend bij zowel gemeente als bij de toezichthoudende overheid.
De kerkfabriek O.-L.-Vrouw sluit het budget af met een overschot op de exploitatie van 57.690,00 euro en op de investeringen van 175.071,00 euro. Er wordt geen gemeentelijke bijdrage gevraagd voor de exploitatie of voor de investeringen. Het budget 2022 past binnen de meerjarenplanning 2020-2025.
Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan het erkend representatief orgaan, het centraal kerkbestuur en de kerkfabriek.
Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erediensten, inzonderheid art. 48.
Het ontwerp van budget 2022, goedgekeurd door de kerkraad op 31/05/2021, werd gecoördineerd ingediend bij het gemeentebestuur door het centrale kerkbestuur.
Het voorgelegde budget past binnen het meerjarenplan 2020-2025, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 2 december 2019.
De financiële dienst heeft het budget nagekeken.
De gemeenteraad neemt kennis van het budget 2022 van de kerkfabriek De Goede Herder en dit met volgend resultaat:
| Budget 2022 | |||||||
| Exploitatie | Investeringen | ||||||
| Ontvangsten | 15.010,00 |
Ontvangsten | 0,00 | ||||
| Uitgaven | 14.537,00 |
Uitgaven | 14.700,00 | ||||
| Exploitatie zonder financiering | 473,00 | Investeringen zonder financiering | 14.700,00 | ||||
| Overschot uit exploitatie n-2 | 86.812,38 | Overschot uit investeringen n-2 | 0,00 | ||||
| Gecorrigeerd resultaat n-1 | overschot budgetwijziging n-1 | ||||||
| Overboeking naar investeringen | -7.500,00 | Overboeking uit exploitatie | 7.500,00 | ||||
| Gemeentelijke tussenkomst | 0,00 | Gemeentelijke tussenkomst | 7.200,00 | ||||
| Overschot exploitatie | 79.785,38 | Overschot investeringen | 0,00 | ||||
De kerkfabriek De Goede Herder sluit het budget af met een overschot op de exploitatie van 79.785,38 euro. Exploitatiekosten en inkomsten werden bijgesteld in functie van de laatst gekende cijfers. Er wordt geen tussenkomst gevraagd voor de exploitatie. Voor de investeringen wordt een tussenkomst gevraagd van 7.200 euro. Het gaat om geplande elektriciteitswerken (renovatie elektriciteit: nieuwe hoofdkast; in voorportaal en bijruimte: led-verlichting; in de sacristie: leidingen, stopcontacten en verlichting). Dit is in overeenstemming met de meerjarenplanning 2020-2025.
Bij nazicht bleek dat in het oorspronkelijk document het resultaat van 2019 werd opgenomen in plaats van het resultaat van 2020. Dit werd gesignaleerd aan de kerkfabriek, die de aanpassingen gedaan heeft en een nieuwe samenvatting bezorgd heeft. Deze cijfers wijken dus wel af t.o.v. het dossier dat ingestuurd werd aan de toezichthoudende overheid.
Er wordt ook een overboeking van de exploitatie naar de investeringen gedaan ten bedrage van 7.500 euro om de financiering van de investeringen sluitend te maken.
Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan het erkend representatief orgaan, het centraal kerkbestuur en de kerkfabriek.
Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erediensten, inzonderheid art. 48.
Het ontwerp van budget 2022, goedgekeurd door de kerkraad op 23/06/2021, werd gecoördineerd ingediend bij het gemeentebestuur door het centrale kerkbestuur.
Het voorgelegde budget past binnen het meerjarenplan 2020-2025, goedgekeurd door de gemeenteraad op 2 december 2019.
De financiële dienst heeft het budget nagekeken.
De gemeenteraad neemt kennis van het budget 2022 van de kerkfabriek Sint-Catharina met volgend resultaat:
| Budget 2022 | |||||||
| Exploitatie | Investeringen | ||||||
| Ontvangsten | 17.674 | Ontvangsten | 30.000 | ||||
| Uitgaven | 28.688 | Uitgaven | 30.000 | ||||
| Exploitatie zonder financiering | -11.014 | Investeringen zonder financiering | 0 | ||||
| Overschot uit exploitatie n-2 | 15.068 | Overschot uit investeringen n-2 | |||||
| Gecorrigeerd resultaat n-1 | -7.543 | Overschot budgetwijziging n-1 | |||||
| Overboeking naar investeringen | 0 | Overboeking uit exploitatie | |||||
| Gemeentelijke tussenkomst | 3.488 | Gemeentelijke tussenkomst | 0 | ||||
| Overschot exploitatie | 0 | Overschot investeringen | 0 | ||||
De kerkfabriek Sint-Catharina sluit het budget af met een overschot op de exploitatie van 0 euro. De tussenkomst voor exploitatie voor het budget 2021 bedraagt 3.488 euro. Dat is minder dan de 11.015 euro zoals voorzien in de meerjarenplanning 2020-2025. Dit is te danken aan de inbreng van het resultaat van de voorgaande jaren. Voor de investeringen wordt geen tussenkomst gevraagd voor de dubbele beglazing in de woning gelegen Markt 29. Deze wordt gefinancieerd met eigen middelen van de kerkfabriek, wat in overeenstemming is met de meerjarenplanning.
Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan het erkend representatief orgaan, het centraal kerkbestuur en de kerkfabriek.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de opvolgingsrapportering over het eerste semester 2021.
Dit rapport omvat:
- conform artikel 29 van het Besluit van de Vlaamse Regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen van 30 maart 2018:
- conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, de rapportage over volgende taken van de financieel directeur waarvoor hij in volle onafhankelijkheid instaat, nl.:
- personeelsinzet
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur: De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor:
1° de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 266 en 267;
2° het debiteurenbeheer, in het bijzonder de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten en het verlenen van kwijting.
De financieel directeur kan een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot. Dat exploot stuit de verjaring.
Een dwangbevel als vermeld in het tweede lid kan door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens. De gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kunnen administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief. Die kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Schulden van een publieke rechtspersoon kunnen nooit via een dwangbevel als vermeld in het tweede lid worden ingevorderd.
Er kan verzet worden aangetekend tegen een gerechtsdeurwaardersexploot als vermeld in het tweede lid binnen een maand na de betekening ervan bij verzoekschrift of door een dagvaarding ten gronde.
De financieel directeur rapporteert in volle onafhankelijkheid over de volgende aangelegenheden aan de gemeenteraad, aan de raad voor maatschappelijk welzijn, aan het college van burgemeester en schepenen, en aan het vast bureau:
1° de vervulling van de opdrachten, vermeld in dit artikel;
2° de thesaurietoestand, de liquiditeitsprognose, de beheerscontrole en de evolutie van de budgetten;
3° de financiële risico's.
De financieel directeur stelt tegelijkertijd een afschrift van de rapportering, vermeld in het zesde lid, aan de algemeen directeur ter beschikking.
Artikel 263 van het decreet lokaal bestuur, lid 2: Er wordt minstens voor het einde van het derde kwartaal een opvolgingsrapportering over het eerste semester van het boekjaar voorgelegd.
De gemeenteraad neemt kennis van de opvolgingsrapportering voor gemeente en OCMW - eerste semester 2021 zoals bijgevoegd.
Vanuit de korpschef van de politiezone BODUKAP is de vraag gesteld aan de vier BODUKAP-gemeenten tot goedkeuring voor het zichtbaar gebruik van mobiele camera's (bodycam's, dashcam's en dronecamera's) door andere politiezones die steun leveren aan de politiezone BODUKAP op het grondgebied van de vier BODUKAP-gemeenten.
Het politiecollege ging op 16 juli 2021 akkoord met het voorstel van aanvraag van de korpschef.
De aanvraag wordt nu ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Vandaag gebruikt de politie reeds vaste, tijdelijk vaste, mobiele en intelligente camera’s om het politiewerk te ondersteunen en de haar toegekende middelen efficiënter en gerichter te gebruiken. Camera’s zijn dan ook een onmisbaar middel in het uitvoeren van het veiligheidsbeleid zowel voor opdrachten van gerechtelijke als bestuurlijke politie en/of bij een verhoogd risico op ordeverstoring al of niet bij grote volkstoelopen, bij escalatie van geweld tegen en/of belaging van politieploegen of bij bedreiging van de openbare veiligheid door calamiteiten die dringend aandacht vragen. Camera’s hebben zowel een preventieve, ontradende als opsporingswaarde.
De plaatsing en het gebruik van camera’s door politiediensten wordt niet langer geregeld door de camerawet van 21 maart 2007. De wet op het politieambt (WPA) legt sinds de wijzigingen bij de wet van 21 maart 2018 het kader vast voor de plaatsing en het gebruik van camera’s door de politiediensten ter ondersteuning van hun opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie.
Art. 25/1 e.v. WPA bepalen dat een politiedienst in het raam van opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie al dan niet intelligente vaste, tijdelijk vaste en mobiele camera’s op zichtbare wijze kan gebruiken op het grondgebied dat onder zijn bevoegdheid valt. Krachtens art. 25/4 WPA moet, wat betreft het zichtbaar cameragebruik in een politiezone, de korpschef van de politiezone hiervoor wel een principiële voorafgaande toestemming vragen aan de gemeenteraad.
Het is in deze context dat de korpschef van politiezone Bodukap de gemeenteraad om de principiële toestemming verzoekt voor het zichtbaar gebruik van de in de aanvraag opgesomde, in voorkomend geval intelligente, vaste, tijdelijk vaste en mobiele camera’s op het grondgebied van de gemeente Sint-Katelijne-Waver, dit conform de wettelijke bepalingen, in het bijzonder opgenomen in artikel 25/1 e.v. WPA.
In deze toestemmingsaanvraag wordt het type camera, de doeleinden, de gebruiksmodaliteiten en de plaats beschreven. Bij deze aanvraag wordt rekening gehouden met een impact- en risicoanalyse op het vlak van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en op operationeel niveau, met name wat de categorieën van verwerkte persoonsgegevens betreft, de proportionaliteit van de aangewende middelen, de te bereiken operationele doelstellingen en de bewaartermijn van de gegevens die nodig is om deze doelstellingen te bereiken (zie bijlage). Tevens wordt rekening gehouden met het positief advies van 22 juni 2021 van de functionaris voor gegevensbescherming van de lokale politiezone Bodukap.De gemeenteraad neemt kennis van de aanvraag van de korpschef van de lokale Politiezone BODUKAP voor de principiële toestemming tot het zichtbaar cameragebruik van mobiele camera’s, door leden van een andere politiezone dewelke steun leveren aan politiezone BODUKAP en/of deelnemen aan gezamenlijke acties, dit conform de overeenkomstige wettelijke bepalingen.
De gemeenteraad verleent de principiële toestemming aan de lokale Politiezone BODUKAP om in het kader van haar opdrachten en conform de wettelijke bepalingen ter zake, zichtbaar gebruik te maken van mobiele camera’s door leden van een andere politiezone, op het grondgebied van de gemeente Sint-Katelijne-Waver zoals gespecifieerd in de aanvraag van de korpschef.
Deze toestemming wordt ter kennis gebracht aan de korpschef, die instaat voor het toezicht op het gebruik van de camera’s op zichtbare wijze door de lokale politie BODUKAP conform de overeenkomstige wettelijke bepalingen.
De gemeenteraad neemt akte van de opdracht van de burgemeester aan de korpschef om deze toestemming ter kennis te brengen van de procureur des Konings.
Deze toestemming wordt openbaar gemaakt voor wat betreft de opdrachten van bestuurlijke politie. Dit besluit wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website.
Eind 2016 nam de gemeenteraad haar beslissing tot aankoop van een strook voor het ruiterpad. Begin 2017 verleende de provincie aansluitend een erfdienstbaarheid over het perceel kadastraal gekend als Sint-Katelijne-Waver, 1ste afdeling, sectie B, nummer 382 en weergegeven op het opmetingsplan opgemaakt in datum van 04 april 2017 door de heer Paul Van de Voorde, beëdigd landmeter-expert te Putte, Oude Molen 10. Dit plan is opgenomen in de databank van de plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie gecodeerd onder refertenummer 12035-10353 en in akte opgenomen door notaris Yves Bloemen op 27 oktober 2017.
Over ditzelfde perceel, maar aan de andere kant is er de mogelijkheid om een extra lus aan te leggen in het ruiterpad over een bestaande overbrugging van de Dorpsbeek, ter hoogte van Muilshoek/Grensstraat.
Hiervoor is de provincie opnieuw bereid een erfdienstbaarheid aan de gemeente te verlenen, dit voor een oppervlakte van 496 m² op het perceel, kadastraal gekend als Sint-Katelijne-Waver, 1ste afdeling, sectie B, nummer 382, alsook een erfdienstbaarheid met een oppervlakte van 152 m² op perceel 286e, en dit voor zolang het ruiterpad zal bestaan.
Dit is op bijgevoegd plan landmeter-expert Paul Van de Voorde dd. 12 februari 2021 weergeven als erfdienstbaarheid 1 en erfdienstbaarheid 4.
De provincie Antwerpen verleent aan het gemeentebestuur een erfdienstbaarheid van doorgang en overgang, voor openbaar nut op de volgende percelen:
Deze erfdienstbaarheid zal dienen voor de realisatie van een extra lus aan het ruiterpad.
De erfdienstbaarheid wordt verleend voor de duur van het bestaan van dit ruiterpad in voordeel van de normale gebruikers, zijnde werfverkeer voor aanleg en onderhoud, ruiters, voetgangers en gemeentelijke diensten.
De erfdienstbaarheid wordt door de provincie verleend op last van onderhoud en herstel van dit ruiterpad door de gemeente en op haar kosten, hetgeen door de gemeente wordt aanvaard en waardoor zij een accessoir opstalrecht verwerft voor het aanbrengen van verbeteringen, herstellingen en/of eventuele verhardingen, het aanbrengen van borden, palen, verlichting en ondergrondse kabels.
Het gemeentebestuur krijgt hiervoor een accessoir opstalrecht voor zijn constructies (deze rechten blijven gekoppeld aan de eeuwigdurende erfdienstbaarheid van openbaar nut en zijn in casu eveneens eeuwigdurend) of zolang het ruiterpad zal bestaan.
Op de scheidingslijn van de erfdienstbaarheid voorziet de gemeente in een afsluiting zoals eerder werd voorzien in het landschapspark en afgesproken met de provincie.
De kosten zijn ten laste van de gemeente Sint-Katelijne-Waver.
De gemeenteraad aanvaardt de erfdienstbaarheid van doorgang en overgang voor openbaar nut, gelegen aan de Dorpsbeek en Muilshoek in Sint-Katelijne-Waver en kadastraal gekend als afdeling 1, sectie B nr. 382, over een oppervlakte van 496m² zoals aangeduid als 'erfdienstbaarheid 1', en als afdeling 1, sectie B nr. 286e, over een oppervlakte van 152m² zoals aangeduid als 'erfdienstbaarheid 4', volgens het liggingsplan van 16 februari 2021 van landmeter-expert Paul Van de Voorde dat werd geregistreerd in de databank van de afbakeningsplannen met het referentienummer 12035-10549.
De gemeente aanvaardt het onderhoud van deze trage verbinding(en) en krijgt hiervoor een accessoir opstalrecht voor het aanbrengen van verbeteringen, herstellingen en/of vernieuwing van verhardingen, het aanbrengen van borden, palen, verlichting, ondergrondse kabels etc.
De erfdienstbaarheid wordt minnelijk gevestigd en gratis voor openbaar nut.
De gemeente draagt de kosten van alle opmetingsplannen, attesten, rechten, erelonen, aktekosten en BTW.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd in dit kader alle verdere nodige stappen te zetten, met in begrip van alle administratieve formaliteiten, eventuele wijzigingen in de akte die kaderen in de bovenstaande principes en substantieel hetzelfde doel hebben, de vertegenwoordiging in rechte, de handlichting en het aanstellen van een notaris.
Het college wilt deze legislatuur een kinderraad oprichten.
De jeugdconsulent startte, op vraag van het college, in januari met het groepstraject 'Kinderraden' van Bataljong. Het groepstraject werd afgerond in juli.
Als kindvriendelijke gemeente hecht het gemeentebestuur belang aan inspraak en participatie van kinderen en jongeren in de gemeente. Door in te zetten op kinderparticipatie krijgen kinderen en jongeren de kans om hun ideeën en wensen mee te delen aan het bestuur. Participatie is dan ook een kinderrecht en staat in het Kinderrechtenverdrag. Als lokaal bestuur hebben we daar een belangrijke rol in te vervullen.
De gemeenteraad beslist om een kinderraad op te richten en stelt de jeugdconsulent, of diens plaatsvervanger, aan als coördinator van de kinderraad.
Deze zomer hebben jeugdverenigingen in Sint-Katelijne-Waver, door de wateroverlast en ten gevolge van corona, extra kosten moeten maken om hun kampen te kunnen organiseren. Deze kosten kwamen bovenop de oorspronkelijk begrote kampkosten. De bijzondere omstandigheden van de zomer 2021 hebben alle jeugdverenigingen geraakt: van kampterreinen die overstroomden waarbij op korte termijn duurdere alternatieven moesten worden gezocht, problemen met treinvervoer bij de NMBS die verenigingen dwongen om privé-vervoer of gehuurde bussen te gebruiken tot de aankoop van preventieve COVID-sneltesten of grootschalige sneltestings naar aanleiding van een vermoedelijke of bevestigde besmetting. Op die manier werden alle jeugdverenigingen geconfronteerd met omstandigheden die hun kampbegroting beïnvloedde.
Het college stelt voor om een krediet van €10.000 te voorzien voor de erkende jeugdverenigingen die deze zomer een kamp organiseerden. Het college verdeelt de toelage evenredig over de erkende jeugdverenigingen. De uitbetaling van deze subsidie zal samen met de uitbetaling van de werkingssubsidies plaatsvinden.
De gemeenteraad keurt de toekenning van een subsidie van € 10.000 aan de door de gemeente erkende jeugdverenigingen goed.
De subsidie wordt evenredig verdeeld over alle door de gemeente erkende jeugdverenigingen die:
De uitbetaling van deze subsidie zal samen met de uitbetaling van de werkingssubsidies plaatsvinden.
Het huidig reglement dateert van 2016. De jeugdverenigingen gaven in het verleden, voor corona, aan dat het inhuren van bewakingsfirma's voor fuiven een grote kost is.
Het college van burgemeester en schepenen stelt een vernieuwing van het reglement voor fuifcheques voor. De volgende zaken worden gewijzigd:
Artikel 40 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
De gemeenteraad keurt het aangepaste reglement fuifcheques als volgt goed:
Artikel 1: Algemene bepalingen
Artikel 1.1: Omschrijving
Binnen de perken van de goedgekeurde kredieten in de gemeentebegroting en overeenkomstig de bepalingen van dit reglement, kan het college van burgemeester en schepenen fuifcheques toekennen aan de erkende jeugdverenigingen en aan de gemeentelijke jeugd- en kinderraad.
Artikel 1.2 Definitie fuif
Binnen dit reglement wordt een fuif beschouwd als elk dansfeest georganiseerd door een erkende jeugdvereniging, jeugd- of kinderraad waarbij de bezoekers de mogelijkheid krijgen om samen te komen en te dansen en waarbij een DJ, muziekgroep of orkest zorgt voor de muziek. De fuif voldoet aan de volgende voorwaarden, de fuif:
Artikel 2: Voorwaarden
2.1 De aanvrager
De aanvrager voldoet aan de volgende voorwaarden. De aanvrager:
2.2 Fuifcheques
De aanvrager kan:
De aanvrager kan per werkjaar maximaal twee fuifcheques aanvragen.
2.3 De aanvraag
De aanvraag moet ingediend worden voor 1 oktober van het werkjaar volgende op het werkjaar waarvoor de aanvraag werd gedaan. Het werkjaar van de verenigingen loopt van 1 september tot 31 augustus.
De aanvraag bestaat uit:
Artikel 3: De subsidie
Artikel 3.1 Bepaling subsidie
Elke fuifcheque bedraagt maximum 250 euro. Indien de aangetoonde kosten minder dan 250 euro bedragen, dan heeft men maximaal recht op een fuifcheque ter waarde van deze kosten. De uitkering van de fuifcheques gebeurt ten laatste in december van het jaar van de aanvraag.
Indien er meer aanvragen zijn dan het beschikbare krediet, wordt het bedrag procentueel verminderd.
Artikel 3.2 Bijkomende fuifcheque
Indien bij de verwerking van de aanvragen blijkt dat er minder aanvragen zijn dan het beschikbare krediet, dan kan het gemeentebestuur beslissen om per aanvrager één bijkomende fuifcheque uit te reiken. De aanvrager kan maximaal drie fuifcheques ontvangen. Deze bijkomende fuifcheque dient ofwel voor:
Indien het beschikbare krediet ontoereikend is om elke aanvrager één bijkomende fuifcheque te geven dan, verleent men voorrang aan de aanvragers die maar één fuifcheque hebben aangevraagd.
Indien het beschikbare krediet nog steeds ontoereikend is, dan wordt het bedrag procentueel verminderd over deze aanvragen, wordt voor de overige aanvragen het bedrag procentueel verminderd.
Artikel 4: Sanctie
De bevoegde ambtenaren kunnen alle documenten, zonder zich te verplaatsen raadplegen en alle inlichtingen die zij noodzakelijk achten, opvragen. Deze ambtenaren zijn gebonden door het beroepsgeheim. Het niet naleven van dit reglement doet het recht op de gemeentelijke subsidie verliezen. Als blijkt dat een aanvrager onjuiste of valse gegevens heeft verstrekt en daardoor ten onrechte subsidie heeft gekregen, kan het college van burgemeester en schepenen de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen en deze tijdelijk of definitief uitsluiten van de voordelen van dit reglement.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Het in artikel 1 vermeld reglement treedt in werking vanaf 1 september 2021.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.
Het huidige reglement betreffende de fuifcheques, goedgekeurd door de gemeenteraad van 11 april 2016, wordt vervangen door onderhavig reglement.
Vele mensen in ons land zijn getroffen door de watersnood van juli 2021 in tal van gemeenten in verschillende provincies in België. Het Rode Kruis coördineert de officiële hulpverlening. Het Rode Kruis roept dan ook op om een gift te doen of vraagt burgers om zich aan te melden als vrijwilliger.
Het college stelde in zitting van 26 juli 2021 voor om een bedrag van € 10.000 toe te kennen aan het Rode Kruis als noodhulp.
Vele gemeenten in verschillende provincies van ons land werden in juli 2021 geconfronteerd met een enorme watersnood. Het is niet de eerste keer dat ons land getroffen wordt door watersnood of een andere natuurramp maar het is vermoedelijk wel de eerste keer dat de omvang, de schade en het menselijke leed zo groot zijn.
Sint-Katelijne-Waver leeft mee met de getroffenen en wil daarom ook de solidariteitsactie van het Rode Kruis ondersteunen.
De gemeenteraad keurt de toekenning van een toelage van € 10.000 aan het Rode Kruis als noodhulp voor de getroffenen van de watersnood van juli 2021 in de gemeenten in verschillende provincies van België goed.
Artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie verankert het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen. Dit beginsel houdt in dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
De bestaande samenwerkingsovereenkomst met het Agentschap Zorg en Gezondheid houdende het opnemen van complementaire engagementen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken loopt ten einde op 31 augustus 2021. In deze samenwerkingsovereenkomst werd gekozen voor optie 2.
De Vlaamse Regering nam op 16 juli 2021 het besluit tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken. Een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met het Agentschap Zorg en Gezondheid is noodzakelijk omdat enkel nog kan gekozen worden voor optie 1.
Gelet op het toegenomen belang van lokale bronopsporing in Vlaanderen in het kader van de bestrijding van de COVID-19-pandemie, is het noodzakelijk om vanaf 1 september de nodige engagementen op te nemen zodat geen kostbare tijd verloren gaat.
Gelet op deze timing kan er niet worden gewacht op de eerstvolgende gemeenteraad.
Gelet op de voornoemde hoogdringendheid, nam het college van burgemeester en schepenen het besluit tot goedkeuring van voornoemde samenwerkingsovereenkomst op 9 augustus 2021.
Het college deed dit onder voorbehoud van bekrachtiging van dit besluit door de eerstvolgende gemeenteraad waarop dit dossier rechtsgeldig kan worden geagendeerd.
Uit de evaluatie van het contact- en brononderzoek blijkt de meerwaarde van de lokale besturen. Door hun direct contact met de burger en diepgaande kennis van de lokale situatie kunnen de lokale besturen de bronopsporing en quarantainecoaching heel doeltreffend aanpakken. Hierbij gebruiken ze verschillende acties en methodieken om nieuwe uitbraken en nieuwe besmettingen snel te lokaliseren en te bekampen.
Op 16 juli 2021 heeft de Vlaamse Regering met het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken de contouren voor de complementaire werking en inzet in preventie, sensibilisering, lokale bronopsporing, quarantainecoaching en aandacht voor kwetsbare personen door lokale besturen na 31 augustus 2021 uitgewerkt, met een bijhorende subsidie voor optie 1.
De gemeenten die inzetten op optie 1 (sensibilisering / communicatie, preventie, bronopsporing en quarantainecoaching) krijgen een forfaitaire subsidie van 0,125 euro per inwoner per maand voor een periode van 1 september 2021 tot en met 15 oktober 2021.
In overleg met alle betrokken partijen (Stad Mechelen, eerstelijnszone Mechelen/Katelijne) wil de gemeente verder complementair inzetten op optie 1.
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken.
Sedert de opstart vormt optie 1 (bronopsporing, en quarantainecoaching) een belangrijk beheersinstrument om (1) contacten van besmette personen snel te identificeren en in quarantaine te plaatsen, (2) (uitbraak)clusters te detecteren en isoleren en (3) burgers blijvend aan te moedigen en te sensibiliseren om de basismaatregelen vol te houden om zo de transmissie van het COVID-19 virus te doorbreken en deze pandemie in te dijken.
Bij bronopsporing wordt gezocht van wie de besmette persoon zelf de besmetting heeft opgelopen. Bronopsporing heeft als voordeel dat heel gericht kan gezocht worden waar de besmettingen vandaan komen en de lokale besturen als beleidsmakers heel gericht maatregelen (preventie, sensibilisering, handhaving) kunnen nemen.
Als enige niveau ondernemen lokale besturen concrete acties om de bronopsporing te versterken. Ze leggen verbanden door analyse van de beschikbare gegevens, inclusief de gegevens verkregen uit de samenwerkingsovereenkomst met de zorgraad, waardoor ogenschijnlijk willekeurige besmettingen tot één en dezelfde bron kunnen worden teruggebracht om op die manier verdere verspreiding van COVID-19 te beperken door het aanpassen van het lokale beleid inzake infectiebestrijding. Wanneer zij hotspots detecteren, nemen zij eveneens maatregelen om deze te isoleren en zo mogelijk in te perken.
Intussen vordert de vaccinatiecampagne in Vlaanderen met rasse schreden. Niettemin zal bronopsporing de komende periode nodig blijven. Dit blijft een tweede belangrijke beschermingslinie tegen de verspreiding van het virus.
Uit 2020 leerden we dat de combinatie van versoepelingen van de maatregelen die de verspreiding van het coronavirus moesten indijken in de lente- en zomermaanden, de terugkeer van vakantiegangers en het slechter wordende weer naar het einde van de zomer toe mogelijk aanleiding gaven tot de tweede en meest dodelijke golf van de corona-pandemie in België.
De vaccinatiecampagne draait weliswaar op volle toeren, maar het zal vermoedelijk nog tot het najaar 2021 duren vooraleer de vaccinatiegraad voldoende hoog is om groepsimmuniteit te bekomen.We verwijzen hierbij ook naar het Hoog Overlegcomité in haar verslag van 18 juni 2021 (2020C80750.002): “Het virus zal de volgende maanden blijven circuleren. Bovendien is het risico op nieuwe varianten reëel, die mogelijks een hogere besmettelijkheid en ziektegraad veroorzaken. In dat verband heeft het Comité kennis genomen van de huidige situatie met betrekking tot de delta-variant. Alleen een zo breed mogelijke vaccinatiecampagne biedt hier een afdoend antwoord op. Verder is het belangrijk dat de verschillende onder(delen van een deugdelijk risicobeheer, met name preventie, testing, isolatie en quarantaine, contactopvolging, outbreak management, ventilatie, enz. op een adequaat en doeltreffend niveau worden gehandhaafd.”
De gemeenteraad neemt kennis het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken.
De gemeenteraad bekrachtigt de beslissing van het college van 9 augustus 2021 houdende de goedkeuring van een samenwerkingsovereenkomst met het Agentschap Zorg en Gezondheid in het het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19 pandemie te versterken.
Het college van Mechelen gunde de opdracht ‘Actualisering strategisch plan Toerisme Mechelen & Sint-Katelijne-Waver’ aan Karvansera BV, Twaalf-Apostelenstraat 22, 2800 Mechelen in samenwerking met Red Zezel BV, Elewijtsesteenweg 85, 1980 Zemst
Het doel van de opdracht is om het lopende strategisch plan te actualiseren zodat het richtinggevend wordt voor de volgende vijf jaar en het aan te vullen met een bijhorend actieplan.
Het strategisch plan bevat een uitgebreide analyse met het DNA van Mechelen en Sint-Katelijne-Waver, de kenmerken van de huidige vraag, de impact van toerisme in de lokale economie, veranderd consumentengedrag door de Covid-19 pandemie en prognoses voor het herstel, algemene termijntrends, projecten die al in de steigers staan en een SWOT-analyse.
In een volgend hoofdstuk wordt de ambitie geformuleerd voor Mechelen en Sint-Katelijne-Waver als florerende bestemming die gangmaker is voor een generatief en respectvol toerisme. Dit toerisme helpt een lokale gemeenschap om te floreren door een betekenisvolle bijdrage aan de lokale economie te leveren, de natuurlijke en culturele rijkdom in stand te houden en voor een betekenisvolle interactie tussen bezoekers en bewoners te zorgen. Tegelijk levert deze aanpak een actieve bijdrage aan de ontwikkeldoelstellingen (SDG’s) van de Verenigde Naties.
In een vierde hoofdstuk wordt de strategie uitgewerkt: uitdagingen, visie, strategische keuzes en acties (eigenheid versterken via ambitieuze aanbodontwikkeling, gerichter positioneren, de slagkracht van de diensten voor toerisme verhogen).
Met het geactualiseerde strategisch plan wordt het beleid van de stad Mechelen en de gemeente Sint-Katelijne-Waver inzake toerisme bepaald. De volgende stappen zijn dit verder uitdiepen met de partners en in gedetailleerde plannen en acties vertalen.
De gemeenteraad neemt kennis van het Strategisch Plan Toerisme Mechelen en Sint-Katelijne-Waver 2021 - 2026 en keurt dit plan goed.
De gemeenteraad keurde op 5 februari 2018 een samenwerkingsovereenkomst met Igemo voor de organisatie van het wijk-werken goed, aangepast via een addendum door de gemeenteraad op 17 december 2018.
Op vraag van de beleidsgroep wijk-werken werd door Igemo op 12 februari 2021 een omstandige toelichting gegeven over de aanrekening van de kost van de coördinatie van het wijkwerken door Igemo.
De bepalingen met betrekking tot deze kost in de samenwerkingsovereenkomst stemt niet overeen met de wijze waarop de aanrekening in de feiten gebeurt. De beleidsgroep ging dan ook akkoord om de overeenkomst aan te passen op basis van het reële kostenkader.
De aanpassing is er gekomen op vraag van de beleidsgroep wijk-werken die verduidelijking vroeg over de aanrekening van de kost van Igemo. Een omstandige toelichting werd gegeven over de wijze waarop Igemo het kader van haar kostenstructuur en berekening hanteert, in het bijzonder wat betreft de personeelskosten, de werkingskosten, overhead en de bedrijfseconomische marge. Dit kader is niet correct vertaald in de samenwerkingsovereenkomst zodat een aanpassing wenselijk is.
Voorgesteld wordt om een addendum aan de samenwerkingsovereenkomst goed te keuren die de artikelen 4.1, 4.2 en 4.3 wijzigt als volgt :
Artikel 4.1 wordt geschrapt
De totale kost voor de coördinatie van wijkwerken wordt berekend als de som van loonkosten, werkingskosten, bedrijfseconomische marge en overhead.
De personeelskosten en werkingskosten worden aan de hand van de actuele personeels- en werkingskosten per medewerker verrekend volgens de effectief gepresteerde uren voor wijkwerken.
Op de werkgroep in november wordt de begroting van deze kosten voor het komende jaar ter goedkeuring voorgelegd.
Personeels- en werkingskosten die boven de begroting vallen worden verrekend na goedkeuring van de werkgroep.
Op de werkgroep van mei wordt steeds de afrekening van het voorgaande jaar voorgelegd.
Artikel 4.3 wordt geschrapt.
De gemeenteraad keurt het addendum aan de samenwerkingsovereenkomst wijk-werken tussen de gemeente en Igemo goed zoals voorzien in de bijlage aan dit besluit.
Op de laatste gemeenteraad van juni moest het dossier van de Kempenarestraat er blijkbaar snel doorgeduwd worden, zonder dat er enig overleg is geweest met de buurtbewoners. Onze fractie vroeg daarom op dit punt toen te verdagen. Onze vrees blijkt terecht geweest te zijn, gezien nu de eerste problemen naar boven komen. Graag vragen wij om toch rekening te willen houden met de expliciete vragen van de bewoners en zelfstandigen uit de straat.
Verschillende vacatures bij de dienst Omgeving geraken reeds enige tijd niet ingevuld. Recent kondigde het diensthoofd ook zijn vertrek aan. Welke maatregelen neemt het bestuur om de
vacatures bij onze dienst sneller in te vullen? Welke effecten ondervinden de projecten alsook de dienstverlening die door deze dienst moeten uitgevoerd worden (men denke aan de opmaak van een woningtypetoets, beeldkwaliteitsplan, masterplan studentenhuisvesting,...)? Hoeveel vertraging lopen deze projecten op?
In het kader van het vernieuwde participatietraject in onze gemeente, was er de mogelijkheid om klankbordgroepen op te richten. Werd hier al gebruik van gemaakt? Hoeveel klankbordgroepen zagen intussen het leven en hoe verloopt de wisselwerking tussen deze groepen en de diensten van de gemeente?
Op 30 augustus vond de lang verwachte bewonersvergadering plaats over de geplande herinrichting van de Bergstraat. Veel bewoners kwamen opdagen en ze hadden een hele reeks vragen en opmerkingen. Denk maar aan het snelheidsregime (zone 50/70), de keuze tussen enkel- of dubbelrichtingsfietspad, de toekomst van de bomen, een enkelrichting in de Oude Bergstraat of de noodzaak aan open grachten over de hele lengte van de straat. Het bestuur beloofde al deze vragen verder te onderzoeken. Daarom onze vraag welke extra studieopdrachten concreet werden gegeven aan het studiebureau na de bewonersvergadering. Welke extra simulaties en ontwerpen zullen zij maken? En wat zijn de volgende stappen? Tegen wanneer zullen de extra studies klaar zijn en worden deze dan opnieuw voorgelegd aan de bewoners?
Normaliter wordt er jaarlijks een budget voorzien voor asfalteringswerken en voor de vernieuwing van fiets- en voetpaden. Graag willen we vragen of de uitgetrokken budgetten van dit jaar en de voorbije 2 jaren volledig gespendeerd zijn en aan welke werken. Wie heeft de planning hiervoor opgesteld en wie heeft de locaties bepaald? En op basis van welke criteria worden de locaties bepaald?
Op één van de vorige gemeenteraden stelde onze fractie voor om inwoners de kans te geven een gratis boom in hun voortuin of op andere openbare plaatsen te planten. Een initiatief dat in vele andere gemeenten reeds werd genomen. Het college beloofde dit voorstel te bekijken. We kregen ook veel positieve reacties van inwoners op ons voorstel. Daarom de vraag of dit voorstel intussen werd onderzocht en welke beslissing werd genomen.
De heraanleg van de Molenstraat zorgt voor de nodige hinder. Een goede communicatie is daarom belangrijk. En blijkbaar loopt het daar mis, getuige de aanklacht van een handelaar over de slechte bereikbaarheid van zijn zaak en de slechte communicatie over de werken. Een andere zelfstandige klaagt dan weer aan dat de heraanleg zorgt voor het verdwijnen van parkeerplaatsen voor zijn praktijkruimte. Daarom onze vraag welke maatregelen de gemeente neemt om te zorgen voor een betere communicatie naar bewoners en handelaars over het verloop van de werken en de te verwachten hinder. Zijn hierover afspraken gemaakt met de aannemer(s)? Worden zelfstandigen die hun zaak in de Molenstraat hebben extra geïnformeerd? En is er de oprechte intentie om met de bewoners naar oplossingen te zoeken zodat ze parkeerplaatsen voor hun praktijk maximaal kunnen behouden na de heraanleg?
Het gebruik van lachgas als roesmiddel is populair bij de jeugd en ondertussen in heel Vlaanderen een gekend probleem. Ook in Katelijne worden steeds vaker ampullen en flessen lachgas gevonden, zo enkele weken geleden nog 2 bussen lachgas op de parking in de Groenstraat. Welke maatregelen neemt onze gemeente om deze problematiek aan te pakken?
Sinds 1 januari is er een nieuw decreet voor buitenschoolse opvang met nieuwe mogelijkheden voor samenwerking tussen opvang, onderwijs, jeugd, sport, cultuur en kunst. Het kan enerzijds kinderen, voor wie het anders minder evident is, in contact brengen met vrije tijdsactiviteiten. Anderzijds kan het gezinnen ontlasten die nu volle woensdagnamiddagen en zaterdagen hebben met allerhande hobby's.
In maart vroeg ik de burgemeester hoe Sint-Katelijne-Waver deze mogelijkheden zal benutten en er werd bevestigd dat dit win-win samenwerkingen zijn waar zowel kinderen, ouders als de vrijetijdsorganisaties mee gebaat zijn. Verder wachtte de burgemeester nog op informatie van Vlaanderen over de verdeling van de financiële middelen voor er beslist kan worden welke concrete initiatieven er in Sint-Katelijne-Waver zullen komen. Het Huis van het Kind is hier inmiddels actief mee bezig.
We horen en zien momenteel nog geen initiatieven op het terrein, hoewel de schoolstart hiervoor ideaal zou zijn. Betekent dat wachten op 1 september 2022?
Vandaar mijn vragen aan de burgemeester:
In augustus gebeurden er in Gent en in Antwerpen dodelijke ongelukken die waarschijnlijk konden zijn vermeden met andere maatregelen.
Volgens de analyse van Bodukap (in ‘Uw gemeente’) zijn er twee plaatsen met problemen ‘dode hoek’, langs gewestwegen:
Het rapport concludeert dat zeker de oversteekplaats voor fietsers in Strijbroek zou moeten worden bekeken wat betreft de extra groentijd.
Tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen blijkt er telkens één punt te zijn dat alle partijen belangrijk vinden: fietsveiligheid. Op dat moment wordt dat niet, zoals later blijkt in de praktijk, tegenover doorstroming van autoverkeer gezet.
In ‘Uw gemeente’ wordt de analyse van Bodukap vertaald in een goednieuwsbericht. Hoera, er is in 2020 maar één voetganger aangereden op een oversteekplaats (Berlaarbaan), en hij of zij is niet overleden. Maak het maar eens mee. En maar één fietser aangereden op een oversteekplaats voor fietsers (Dijk). Ook niet dood, dus geen reden tot zeuren. Het was trouwens nooit twee keer op dezelfde plaats, dus daar kunnen we toch niets aan doen?
Gelukkig wordt in de analyse van Bodukap de vinger wel op de wonde gelegd. Verschillende plaatsen zijn ‘ongevalgevoelig’ omdat er meerdere ongevallen gebeurden (van verschillende aard): Berlaarbaan, Wilsonstraat, Mechelsesteenweg, Dijk en Liersesteenweg.
Laten we dit vooral ernstig nemen en het in 2021 niet accepteren dat we mensen, vaak voetgangers en fietsers, in ernstig gevaar brengen zodat andere mensen, vaak autogebruikers, sneller van A naar B kunnen geraken. Uiteraard moet er een afweging worden gemaakt, en die zal, als ik het juist voor heb, mede worden gemaakt in de nieuwe mobiliteitsgroep.
Rest dan de vraag:
Aan het station hingen in augustus bordjes met ‘te koop’. Het ging over de stukken grond die de gemeente zou aankopen om de fietsostrade veiliger in te richten.
Los van de ongevallen, is ook het veiligheidsgevoel een belangrijke factor om mensen te laten overstappen van auto- op fietsgebruik. Verschillende fietspaden, die niet in de statistieken van Bodukap zijn opgenomen omdat ze niet voor meerdere ongevallen zorgen, zijn potentieel gevaarlijk en geven fietsers het gevoel dat ze ongecontroleerde risico’s nemen. Een voorbeeld is de stationsberg, die door meerdere mensen, vooral ouders van lagere- en middelbare schoolkinderen, als onveilig werd bestempeld. Auto’s halen nog hier nog steeds voortdurend in over de witte lijn hoewel ze soms geen zicht hebben op de andere kant van de berg, en rijden dan in een plotse reflex weer naar rechts (waar al dan niet een fietser rijdt) wanneer ze zien dat er toch een tegenligger komt. Zeer onaangenaam en potentieel gevaarlijk voor fietsers, zeker gezien dit een route is die frequent wordt gebruikt door schoolkinderen. Volgens gebruikers van deze route komen zij meerdere keren per week in zo’n onveilige situatie terecht. Als we willen dat meer mensen de fiets nemen, kunnen we moeilijk verwachten dat dat op deze manier moet gebeuren.
Het Bodukap-rapport vraagt bovendien om in te spelen op bestaande verkeersconflicten en nieuwe pijnpunten en daarbij vooral de juiste aandacht te geven aan meldingen van bewoners en weggebruikers. Bij deze.
Een nieuwe brug zou op lange termijn uiteraard de beste oplossing zijn, maar laten we intussen al een tijdelijke oplossing zoeken voordat deze plek binnenkort ook in de analyse van Bodukap verschijnt.
Deze zomer zagen we Skwibus verschijnen, de leuke kindermascotte van onze gemeente. Bij heel wat kleuters blijkt deze mascotte te leven en zijn ze enthousiast wanneer ze hem in het straatbeeld zien op affiches of borden. Ook ‘de stoel’ was een prachtig initiatief.
Naast heel veel enthousiasme hoorden we enkele bedenkingen:
Conclusie: Skwibus lijkt een goede start te hebben genomen. We zijn benieuwd naar de evaluatie door de schepen:
In enkele straten zoals de Hondsbossenstraat en Kanadastraat is er een zone 30 wat betekent dat kinderen niet op straat mogen spelen. De kinderen worden ook weggestuurd door de politie wanneer zij spelen aan de basketbalvelden op de rijweg. Gezien er in sommige straten amper verkeer komt, zouden deze straten benoemd kunnen worden tot woonerf.
Ik onthoud uit een vorige gemeenteraad dat de schepen ‘toch niet alle inwoners een PV kan sturen’ als ze de grond verharden. Dat kan inderdaad enkel als de bouwovertreding niet ouder is dan vijf jaar.
Nochtans zal ontharding meer en meer cruciaal worden de komende jaren. Door verharding komt het regenwater niet in de bodem maar in de riolering (en dus de zee) terecht. Het gaat vaak om kleine stukjes grond, maar in dit geval maken vele kleintjes één groot probleem. Vlaanderen scoort met 16% verharding bovendien slecht op Europees vlak, we hebben bijna dubbel zoveel verharding als het Europese gemiddelde, en elke dag komen daar twee of meer voetbalvelden bij! In de jaren ’70 was dat nog 5%. Maar intussen is de Vlaming kampioen in het verharden van tuinen voortuinen, met risico op wateroverlast tot gevolg. Intussen worden er ook meer en meer zwembaden aangelegd, vaak ook met een bronbemaling wanneer de grondwatertafel dicht onder het maaiveld zit.
Vlaamse richtlijnen zijn er (nog) niet, maar als gemeente hebben we wel invloed via de stedenbouwkundige verordeningen. In sommige gemeenten zoals Sint-Niklaas en Lier zegt de verordening dat 50% van je voortuin onverhard moet blijven. In Mechelen is er een onthardingsteam gelanceerd.
Deze zomer alomtegenwoordig in de media, maar jammer genoeg ook in de Vlaamse bodem. Mensen maken zich grote zorgen. Ook voor de tuinbouw is dit een ongekend risico.
Het college beantwoordt vragen van:
- Jos Ceulemans over de wegversmalling in de Leliestraat.
- Jos Moeyersons over het al dan niet plaatsvinden van de onderhoudskaravaan.
Burgemeester Kristof Sels doet het voorstel om de raadszittingen vanaf 2022 te laten plaatsvinden op de laatste maandag van de maand i.p.v. de eerste. Dit zal besproken worden binnen de fracties.
De voorzitter overloopt de agenda van de maand september 2021.