De notulen werden opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 278, §1 van het decreet lokaal bestuur.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn worden de notulen van de voorgaande raad voor maatschappelijk welzijn ter goedkeuring voorgelegd.
Artikel 277 van het decreet lokaal bestuur.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 29 maart 2021 goed.
De rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel, gewijzigd op 26 maart 2018
De rechtspositieregeling van het OCMW personeel
De rechtspositie van het personeel (art. 186 DLB)
De gemeenteraad stelt de rechtspositieregeling vast van het gemeentepersoneel, die van rechtswege van toepassing is op het OCMW-personeel dat betrekkingen bekleedt die ook bestaan bij de gemeente. De gemeenteraad kan zijn bevoegdheid ook toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen (art. 57 DLB).
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de rechtspositieregeling vast van het OCMW-personeel dat een betrekking bekleedt die niet bestaat bij de gemeente (het zogenaamde “specifiek” OCMW-personeel) en van de maatschappelijk werker die het OCMW minimaal in dienst moet hebben. Hierbij wordt de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel grotendeels overgenomen, mits de nodige aanpassingen volgens de minimale voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt.
Verschillende wijzigingen aan de rechtspositieregeling werden gebundeld: één rechtspositieregeling voor gemeente en OCMW, het invoeren van de 360-gradenfeedback voor alle leidinggevenden en de timing van de voorwaarden m.b.t. de ambtshalve herplaatsing voor vast benoemde medewerkers.
Vooreerst wordt er voorgesteld om de 2 rechtspositieregelingen op elkaar af te stemmen en 1 rechtspositieregeling te behouden namelijk deze van het gemeentepersoneel, die van rechtswege van toepassing is op het OCMW-personeel dat betrekkingen bekleedt die ook bestaan bij de gemeente (categorie 1) en eveneens de specifiek bepalingen van categorie 2 (de maatschappelijk werkers voor zover ze niet tewerkgesteld zijn in het WZC) van de rechtpositieregeling OCMW mee op te nemen. De benaming 'college van burgemeester en schepenen' wordt voor de medewerkers van het OCMW gelezen als 'vast bureau'. Idem voor de benaming ' gemeenteraad' die gelezen wordt als 'raad voor maatschappelijk welzijn' etc.
Ten tweede zal artikel 14 §2 van het evaluatiereglement worden gewijzigd. Naar analogie met de leden van het M-team, zal een 360-gradenfeedback worden georganiseerd voor alle leidinggevenden. Een 360-gradenfeedback is een proces waarbij feedback van ondergeschikten, collega's en leidinggevende van een medewerker wordt verzameld, evenals een zelfevaluatie door de medewerker zelf. Deze 360-gradenfeedback zal deel uitmaken van het jaarlijkse cofeegesprek. De 360-gradenfeedback voor de leden van het M-team zal eveneens jaarlijks georganiseerd worden i.p.v. 2x per legislatuur.
Ten derde wordt artikel 168, 2° gewijzigd. Momenteel is het enkel mogelijk om een ambtshalve herplaatsing uit te voeren voor een vast aangesteld personeelslid 'nadat een personeelslid een ongunstige evaluatie heeft gekregen'. Dit wordt gewijzigd naar 2° 'als er voor een vast aangesteld statutair personeelslid tijdens een officieel cofeegesprek door de eerste evaluator wordt aangekondigd dat er een evaluatietraject gestart wordt omdat hij ondervindt dat het functioneren van de medewerker onvoldoende is.'. Er wordt ingegrepen op de timing om de de ambtshalve herplaatsing reeds te kunnen invoeren wanneer er een melding wordt gemaakt van een verbetertraject met evaluatiegesprek, maar nog voor het eerste evaluatiemoment heeft plaatsgevonden.
Ook artikel 169 wordt aangepast van '§1.De ambtshalve herplaatsing in een functie van dezelfde rang wegens afschaffing van de
betrekking, na een ongunstige evaluatie of als alternatief voor het ontslag wegens
beroepsongeschiktheid is alleen mogelijk in een vacante functie.' naar '§1.De ambtshalve herplaatsing in een functie van dezelfde rang wegens afschaffing van de
betrekking, wanneer tijdens een formeel cofeegesprek door de eerste evaluator wordt aangekondigd dat een evaluatietraject gestart wordt of als alternatief voor het ontslag wegens
beroepsongeschiktheid is alleen mogelijk in een vacante functie.
Het M-team gaf op 23 maart positief advies.
Dit punt kreeg een protocol van akkoord van ACV-OD en VSOA. Het ACOD bezorgde nog geen getekend exemplaar terug.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt volgende wijzigingen aan de rechtspositieregeling goed:
1. De huidige rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel wordt mutatis mutandis van toepassing op volgende personeelscategorieën van het OCMW:
Volgende personeelscategorieën van het OCMW behouden hun eigen rechtspositieregeling:
Elke wijziging aan de rechtspositieregeling wordt vanzelfsprekend ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegde bestuursorgaan van het OCMW, waarbij het lokaal bestuur bovenstaande werkwijze wil aanhouden en het bevoegde bestuursorgaan van het OCMW de (gewijzigde) rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel telkens mutatis mutandis van toepassing maakt voor de voornoemde personeelscategorieën van het OCMW.
De rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel is van overeenkomstige toepassing op de voornoemde personeelscategorieën van het OCMW met dien verstande dat:
In artikel 1 §1 wordt in de versie OCMW toegevoegd dat de rechtspositieregeling van toepassing is op:
In artikel 1 §2 wordt in de versie OCMW toegevoegd dat de rechtspositieregeling niet van toepassing is op:
In artikel 45 wordt in de versie OCMW toegevoegd:
"In afwijking hiervan leggen de maatschappelijk werker, het diensthoofd sociale dienst en de expert sociale dienst bij hun indiensttreding de eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn."
2. Artikel 168 2° van de rechtspositieregeling wordt als volgt gewijzigd:
"als er voor een vast aangesteld statutair personeelslid tijdens een officieel cofeegesprek door de eerste evaluator wordt aangekondigd dat er een evaluatietraject gestart wordt omdat hij ondervindt dat het functioneren van de medewerker onvoldoende is"
Artikel 169 §1 van de rechtspositieregeling, eerste zin, wordt als volgt gewijzigd:
"De ambtshalve herplaatsing in een functie van dezelfde rang wegens afschaffing van de betrekking, wanneer tijdens een formeel cofeegesprek door de eerste evaluator wordt aangekondigd dat een evaluatietraject gestart wordt of als alternatief voor het ontslag wegens beroepsongeschiktheid is alleen mogelijk in een vacante functie."
3. Artikel 14 §2 van het evaluatiereglement, eerste zin, wordt als volgt gewijzigd:
"Voor de leden van het managementteam en alle leidinggevenden wordt jaarlijks het formeel coaching- en feedbackgesprek ondersteund door een 360-graden bevraging."
Dienst samenleving en vrije tijd
Bij de inwerkingtreding van de nieuwe personeelsformatie en het nieuwe organogram in juli 2017 n.a.v. de integratie van de gemeente en het OCMW was van meet af aan voorzien om voor de dienst vrije tijd op termijn een volwaardig diensthoofd aan te stellen.
Om de financiële repercussies hiervan te beperken was wel voorzien deze bijkomende functie pas in te vullen bij het pensioen van de huidige sport- en gezondheidsadviseur, verwacht uiterlijk in 2025. Deze A-functie zou dan vervangen worden door de functie van sportpromotor op B-niveau. Tegelijk zou dan bijkomend het diensthoofd niveau A geworven worden, dus één VTE extra. Ook de functie van cultuurfunctionaris wordt bij pensionering van de huidige titularis omgezet van een A- naar een B-niveau.
N.a.v. enkele ontwikkelingen op de dienst wordt het mogelijk de functie van diensthoofd nu al definitief in te vullen. De aanwerving van een nieuw diensthoofd is essentieel om de noodzakelijke sturing te geven die de dienst nodig heeft. Dit betekent voor de jaren 2022, 2023 en 2024 een beperkte meeruitgave. Door een herschikking van de bestaande functies wordt er ook in de toekomst geen extra VTE meer aangeworven, waardoor dit t.o.v. de eerder voorziene operatie vanaf 2025 een besparing van 1 B-functie betekent.
De cultuurfunctionaris is tot en met 30 juni 2021 via opdrachthouderschap door middel van wijziging van zijn functiebeschrijving aangeduid als tijdelijk diensthoofd vrije tijd, in combinatie met zijn takenpakket als cultuurfunctionaris. De cultuurfunctionaris zal zich geen kandidaat meer stellen voor een nieuwe oproep.
De samenlevingsconsulent verliet op 14 maart 2021 de organisatie als samenlevingsconsulent. Hij werkt tijdelijk nog een halve dag per week voor ons in het kader van de vaccinaties. De functie van samenlevingsconsulent zal pas ingevuld worden na de selectie van diensthoofd.
Na de selectie van het diensthoofd worden de functies op de dienst herschikt i.f.v. de beleidsprioriteiten en de competenties van het team. Een deskundigenfunctie wordt dan geschrapt. Het diensthoofd krijgt net als op heel wat andere diensten ook een bijkomende materie als expert toegewezen.
Om de lading van de activiteiten die de dienst vrije tijd organiseert, beter te dekken, wordt de naamgeving aangepast naar 'samenleving en vrije tijd'.
Groenambtenaar
Als gevolg van een reorganisatie zal de groenambtenaar geen deel meer uitmaken van de dienst openbare werken, maar van de dienst uitvoering en schoonmaak. De groenambtenaar zal tijdelijk rapporteren aan de directeur grondgebiedszaken. Op termijn zal de groenambtenaar rechtstreeks worden aangestuurd door het diensthoofd uitvoering en schoonmaak.
Het M-team gaf op 23 maart positief advies.
Dit punt kreeg een protocol van akkoord van ACV-OD en VSOA. Het ACOD bezorgde nog geen getekend exemplaar terug.
Het vertrek van de samenlevingsconsulent en het binnenkort aflopen van het opdrachthouderschap waardoor de cultuurfunctionaris eveneens de rol van diensthoofd op zich nam, zorgt voor de opportuniteit om de samenstelling van de dienst vrije tijd grondig te bestuderen. Een reorganisatie is het gevolg. De dienst vrije tijd wordt herdoopt tot 'samenleving en vrije tijd'. De functie van diensthoofd wordt structureel ingevuld. Een aantal andere functies zal worden herschikt, waardoor het aantal VTE ongewijzigd blijft.
Verder zal de groenambtenaar niet meer tot de dienst openbare werken behoren, maar wel tot de dienst uitvoering en schoonmaak.
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om:
Vanaf het meerjarenplan 2020-2025 maken de gemeente en haar OCMW geïntegreerde beleidsrapporten. In die context heeft het geen zin om nog een gemeentelijke bijdrage aan het OCMW te berekenen en te tonen in de beleidsrapporten. Beide besturen moeten het eens zijn over de te bereiken doelstellingen en de financiële haalbaarheid van hun gezamenlijke beleid. Door geen berekeningswijze voor de gemeentelijke tussenkomst op te leggen, laat de regelgever de besturen veel vrijheid en mogelijkheden voor concrete invulling.
Die tussenkomst moet los gezien worden van de verplichting van de gemeente om ervoor te zorgen dat het OCMW haar ‘financiële verplichtingen’ kan nakomen (art. 274 DLB). Dat heeft immers alles te maken met geldtransfers in functie van de liquiditeitsbehoefte van het OCMW (RC 408/448…), en is niet (noodzakelijk) de ‘tussenkomst in het tekort’ (AR 6941/7941).
Het is bovendien ook geen ‘verplichting’ om een tussenkomst te boeken. Het is wèl een verplichting om liquiditeiten te voorzien, als het OCMW die behoefte heeft.
Het kan dus zijn dat:
Omdat de tegenpost van de (eventuele) tussenkomst (694/794) de IRC 408/448 is, hebben deze bewegingen uiteraard wel een impact op elkaar.
Op het einde van het boekjaar wordt dus eigenlijk beoordeeld welk deel van deze schuld van het OCMW aan de gemeente (saldo IRC 408/448), kwijtgescholden wordt als ‘tussenkomst in het tekort van het OCMW’. Dit is dus bepalend voor het (eindsaldo) van de IRC (408/448).
Alle scenario’s zijn mogelijk en toegelaten.
Gebaseerd op volgende aannames:
Zoals gesteld wijst een negatief budgettair resultaat van het eigen jaar op een financieel tekort van dat dienstjaar. Een effectief tekort over alle dienstjaren is echter maar aan de orde wanneer er een gecumuleerd budgettaire tekort ontstaat. Desgevallend komen we in een situatie dat het OCMW effectief geen financiële middelen meer heeft om haar financiële verplichtingen (exploitatie/investeringen/financiering) te voldoen, waardoor er een RC 408/448 nodig zal zijn om hieraan tegemoet te komen en zal er een tussenkomst in de tekorten aan de orde zijn om de 408/448 af te bouwen (=kwijt te schelden).
Er wordt dus aan het bestuur voorgesteld om te kiezen voor een tussenkomst berekend op basis van de budgettaire resultaten van het boekjaar van het OCMW, maar enkel indien er een effectief tekort over alle dienstjaren ontstaat, met andere woorden wanneer er bij het OCMW dus een gecumuleerd budgettair tekort ontstaat.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en meer bepaald artikel 274: De gemeente zorgt er voor dat het openbare centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient steeds zijn financiële verplichtingen kan nakomen.
De raad voor maatschappelijk welzijn is akkoord dat de gemeente enkel een tussenkomst toekent aan het OCMW indien er een effectief tekort over alle dienstjaren ontstaat, met andere woorden wanneer er bij het OCMW dus een gecumuleerd budgettair tekort ontstaat.
Artikel 221 van het decreet lokaal bestuur
Op 1 januari 2014 werd het agentschap Audit Vlaanderen opgericht. Zoals bepaald in het decreet lokaal bestuur voert dit agentschap periodiek audits uit in elke Vlaamse gemeente.
In de periode oktober 2020 - maart 2021 werd door Audit Vlaanderen een thema-audit Monitoring uitgevoerd, waarna een analyserapport werd opgesteld.
Het analyserapport werd voorgesteld door Audit Vlaanderen op de raadscommissie van maandag 19 april 2021.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het analyserapport opgemaakt door Audit Vlaanderen en de managementreactie van het managementteam naar aanleiding van de thema-audit Monitoring.
Bij de integratie van gemeente en OCMW werd afgesproken om de gemeentelijke sociale premies over te hevelen naar het OCMW en te laten beheren door de sociale dienst.
Dit gaf aanleiding tot het evalueren van het gemeentelijk reglement sociale premie, het reglement mantelzorgpremie van het OCMW en het gemeentelijk reglement begeleidingspremie.
Voorgesteld wordt om de gemeentelijke sociale premie om te vormen naar een reglement sociale premie voor personen met een handicap.
Het reglement sociale premie voor personen met een handicap beoogt de actualisering van de inkomensvoorwaarde, een automatische toekenning en een administratieve vereenvoudiging.
Het reglement sociale premie voor personen met een handicap, zoals voorzien in de bijlage aan dit besluit, wordt goedgekeurd.
Bij de integratie van gemeente en OCMW werd afgesproken om de gemeentelijke sociale premies over te hevelen naar het OCMW en te laten beheren door de sociale dienst.
Dit gaf aanleiding tot het evalueren van het gemeentelijk reglement sociale premie, het reglement mantelzorgpremie van het OCMW en het gemeentelijk reglement begeleidingspremie.
Voorgesteld wordt om het reglement begeleidingspremie en het reglement mantelzorgpremie te herleiden naar 1 reglement mantelzorgpremie omdat deels hetzelfde doelpubliek beoogd wordt.
De hervorming van het reglement mantelzorgpremie beoogt:
1. het wegwerken van twee aparte toelagen die hetzelfde doel hebben met verschillende voorwaarden en
2. een administratieve vereenvoudiging.
Het reglement mantelzorgpremie, zoals voorzien in de bijlage aan dit besluit, wordt goedgekeurd.
Overeenkomstig artikel 21 van het decreet lokaal bestuur worden de mondelinge vragen van de raadsleden aan de leden van het vast bureau behandeld.
Er werden geen mondelinge vragen gesteld.