De rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel, gewijzigd op 26 maart 2018
De rechtspositieregeling van het OCMW personeel
De rechtspositie van het personeel (art. 186 DLB)
De gemeenteraad stelt de rechtspositieregeling vast van het gemeentepersoneel, die van rechtswege van toepassing is op het OCMW-personeel dat betrekkingen bekleedt die ook bestaan bij de gemeente. De gemeenteraad kan zijn bevoegdheid ook toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen (art. 57 DLB).
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de rechtspositieregeling vast van het OCMW-personeel dat een betrekking bekleedt die niet bestaat bij de gemeente (het zogenaamde “specifiek” OCMW-personeel) en van de maatschappelijk werker die het OCMW minimaal in dienst moet hebben. Hierbij wordt de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel grotendeels overgenomen, mits de nodige aanpassingen volgens de minimale voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt.
Verschillende wijzigingen aan de rechtspositieregeling werden gebundeld: één rechtspositieregeling voor gemeente en OCMW, het invoeren van de 360-gradenfeedback voor alle leidinggevenden en de timing van de voorwaarden m.b.t. de ambtshalve herplaatsing voor vast benoemde medewerkers.
Vooreerst wordt er voorgesteld om de 2 rechtspositieregelingen op elkaar af te stemmen en 1 rechtspositieregeling te behouden namelijk deze van het gemeentepersoneel, die van rechtswege van toepassing is op het OCMW-personeel dat betrekkingen bekleedt die ook bestaan bij de gemeente (categorie 1) en eveneens de specifiek bepalingen van categorie 2 (de maatschappelijk werkers voor zover ze niet tewerkgesteld zijn in het WZC) van de rechtpositieregeling OCMW mee op te nemen. De benaming 'college van burgemeester en schepenen' wordt voor de medewerkers van het OCMW gelezen als 'vast bureau'. Idem voor de benaming ' gemeenteraad' die gelezen wordt als 'raad voor maatschappelijk welzijn' etc.
Ten tweede zal artikel 14 §2 van het evaluatiereglement worden gewijzigd. Naar analogie met de leden van het M-team, zal een 360-gradenfeedback worden georganiseerd voor alle leidinggevenden. Een 360-gradenfeedback is een proces waarbij feedback van ondergeschikten, collega's en leidinggevende van een medewerker wordt verzameld, evenals een zelfevaluatie door de medewerker zelf. Deze 360-gradenfeedback zal deel uitmaken van het jaarlijkse cofeegesprek. De 360-gradenfeedback voor de leden van het M-team zal eveneens jaarlijks georganiseerd worden i.p.v. 2x per legislatuur.
Ten derde wordt artikel 168, 2° gewijzigd. Momenteel is het enkel mogelijk om een ambtshalve herplaatsing uit te voeren voor een vast aangesteld personeelslid 'nadat een personeelslid een ongunstige evaluatie heeft gekregen'. Dit wordt gewijzigd naar 2° 'als er voor een vast aangesteld statutair personeelslid tijdens een officieel cofeegesprek door de eerste evaluator wordt aangekondigd dat er een evaluatietraject gestart wordt omdat hij ondervindt dat het functioneren van de medewerker onvoldoende is.'. Er wordt ingegrepen op de timing om de de ambtshalve herplaatsing reeds te kunnen invoeren wanneer er een melding wordt gemaakt van een verbetertraject met evaluatiegesprek, maar nog voor het eerste evaluatiemoment heeft plaatsgevonden.
Ook artikel 169 wordt aangepast van '§1.De ambtshalve herplaatsing in een functie van dezelfde rang wegens afschaffing van de
betrekking, na een ongunstige evaluatie of als alternatief voor het ontslag wegens
beroepsongeschiktheid is alleen mogelijk in een vacante functie.' naar '§1.De ambtshalve herplaatsing in een functie van dezelfde rang wegens afschaffing van de
betrekking, wanneer tijdens een formeel cofeegesprek door de eerste evaluator wordt aangekondigd dat een evaluatietraject gestart wordt of als alternatief voor het ontslag wegens
beroepsongeschiktheid is alleen mogelijk in een vacante functie.
Het M-team gaf op 23 maart positief advies.
Dit punt kreeg een protocol van akkoord van ACV-OD en VSOA. Het ACOD bezorgde nog geen getekend exemplaar terug.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt volgende wijzigingen aan de rechtspositieregeling goed:
1. De huidige rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel wordt mutatis mutandis van toepassing op volgende personeelscategorieën van het OCMW:
Volgende personeelscategorieën van het OCMW behouden hun eigen rechtspositieregeling:
Elke wijziging aan de rechtspositieregeling wordt vanzelfsprekend ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegde bestuursorgaan van het OCMW, waarbij het lokaal bestuur bovenstaande werkwijze wil aanhouden en het bevoegde bestuursorgaan van het OCMW de (gewijzigde) rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel telkens mutatis mutandis van toepassing maakt voor de voornoemde personeelscategorieën van het OCMW.
De rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel is van overeenkomstige toepassing op de voornoemde personeelscategorieën van het OCMW met dien verstande dat:
In artikel 1 §1 wordt in de versie OCMW toegevoegd dat de rechtspositieregeling van toepassing is op:
In artikel 1 §2 wordt in de versie OCMW toegevoegd dat de rechtspositieregeling niet van toepassing is op:
In artikel 45 wordt in de versie OCMW toegevoegd:
"In afwijking hiervan leggen de maatschappelijk werker, het diensthoofd sociale dienst en de expert sociale dienst bij hun indiensttreding de eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn."
2. Artikel 168 2° van de rechtspositieregeling wordt als volgt gewijzigd:
"als er voor een vast aangesteld statutair personeelslid tijdens een officieel cofeegesprek door de eerste evaluator wordt aangekondigd dat er een evaluatietraject gestart wordt omdat hij ondervindt dat het functioneren van de medewerker onvoldoende is"
Artikel 169 §1 van de rechtspositieregeling, eerste zin, wordt als volgt gewijzigd:
"De ambtshalve herplaatsing in een functie van dezelfde rang wegens afschaffing van de betrekking, wanneer tijdens een formeel cofeegesprek door de eerste evaluator wordt aangekondigd dat een evaluatietraject gestart wordt of als alternatief voor het ontslag wegens beroepsongeschiktheid is alleen mogelijk in een vacante functie."
3. Artikel 14 §2 van het evaluatiereglement, eerste zin, wordt als volgt gewijzigd:
"Voor de leden van het managementteam en alle leidinggevenden wordt jaarlijks het formeel coaching- en feedbackgesprek ondersteund door een 360-graden bevraging."