Vanaf het meerjarenplan 2020-2025 maken de gemeente en haar OCMW geïntegreerde beleidsrapporten. In die context heeft het geen zin om nog een gemeentelijke bijdrage aan het OCMW te berekenen en te tonen in de beleidsrapporten. Beide besturen moeten het eens zijn over de te bereiken doelstellingen en de financiële haalbaarheid van hun gezamenlijke beleid. Door geen berekeningswijze voor de gemeentelijke tussenkomst op te leggen, laat de regelgever de besturen veel vrijheid en mogelijkheden voor concrete invulling.
Die tussenkomst moet los gezien worden van de verplichting van de gemeente om ervoor te zorgen dat het OCMW haar ‘financiële verplichtingen’ kan nakomen (art. 274 DLB). Dat heeft immers alles te maken met geldtransfers in functie van de liquiditeitsbehoefte van het OCMW (RC 408/448…), en is niet (noodzakelijk) de ‘tussenkomst in het tekort’ (AR 6941/7941).
Het is bovendien ook geen ‘verplichting’ om een tussenkomst te boeken. Het is wèl een verplichting om liquiditeiten te voorzien, als het OCMW die behoefte heeft.
Het kan dus zijn dat:
Omdat de tegenpost van de (eventuele) tussenkomst (694/794) de IRC 408/448 is, hebben deze bewegingen uiteraard wel een impact op elkaar.
Op het einde van het boekjaar wordt dus eigenlijk beoordeeld welk deel van deze schuld van het OCMW aan de gemeente (saldo IRC 408/448), kwijtgescholden wordt als ‘tussenkomst in het tekort van het OCMW’. Dit is dus bepalend voor het (eindsaldo) van de IRC (408/448).
Alle scenario’s zijn mogelijk en toegelaten.
Gebaseerd op volgende aannames:
Zoals gesteld wijst een negatief budgettair resultaat van het eigen jaar op een financieel tekort van dat dienstjaar. Een effectief tekort over alle dienstjaren is echter maar aan de orde wanneer er een gecumuleerd budgettaire tekort ontstaat. Desgevallend komen we in een situatie dat het OCMW effectief geen financiële middelen meer heeft om haar financiële verplichtingen (exploitatie/investeringen/financiering) te voldoen, waardoor er een RC 408/448 nodig zal zijn om hieraan tegemoet te komen en zal er een tussenkomst in de tekorten aan de orde zijn om de 408/448 af te bouwen (=kwijt te schelden).
Er wordt dus aan het bestuur voorgesteld om te kiezen voor een tussenkomst berekend op basis van de budgettaire resultaten van het boekjaar van het OCMW, maar enkel indien er een effectief tekort over alle dienstjaren ontstaat, met andere woorden wanneer er bij het OCMW dus een gecumuleerd budgettair tekort ontstaat.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en meer bepaald artikel 274: De gemeente zorgt er voor dat het openbare centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient steeds zijn financiële verplichtingen kan nakomen.
De raad voor maatschappelijk welzijn is akkoord dat de gemeente enkel een tussenkomst toekent aan het OCMW indien er een effectief tekort over alle dienstjaren ontstaat, met andere woorden wanneer er bij het OCMW dus een gecumuleerd budgettair tekort ontstaat.