Op 24 november 2020 sloten de Vlaamse Regering, de vakbonden en de werkgeversfederaties in de publieke en private socialprofitsectoren een voorakkoord over een opwaardering van een aantal sectoren waaronder de zorgvoorzieningen. Dit moeten leiden tot een betere verloning, meer mensen op de werkvloer en meer werkbaar werk. De Vlaamse Regering maakt hiervoor vanaf januari 2021 elk jaar 577 miljoen euro vrij: 412 miljoen euro voor koopkracht en 165 miljoen euro voor kwaliteit. Het voorakkoord biedt perspectief voor een blijvende opwaardering van maar liefst 180.000 mensen, waarvan 40.000 in de publieke sector.
In uitvoering van dit voorakkoord sloten de sociale partners en de Vlaamse Regering op 22 december 2020 een VIA6-akkoord met koopkrachtmaatregelen voor de publieke sector af. Hierover werd onderhandeld in het comité C1 voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, onderafdeling Vlaams Gewest en Vlaamse Gemeenschap.
Het VIA6-akkoord omvat 3 luiken:
Eén van de maatregelen in het akkoord is dus de verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020. Omwille van de coronacrisis wensen de sociale partners op zeer korte termijn een financiële waardering te geven aan het personeel in de VIA-zorgsectoren.
De verhoging van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 wordt toegekend aan het personeel tewerkgesteld in de sectoren die onder het toepassingsgebied van het VIA6-akkoord van 22 december 2020 ressorteren, maar met uitzondering van het personeel van de socio-culturele sector (vrijetijdsdiensten, jeugddiensten, sportdiensten…). Kortom, de verhoging van de eindejaarstoelage voor het zorgpersoneel geldt voor al het personeel dat in de DMFA-aangifte een VIA-deelcode heeft toegewezen gekregen, met uitzondering van de deelcodes 102 (dienstencheques) en 500-512 (socio-culturele sector).
Ook de groep personeelsleden van voorzieningen die behoren tot de klassieke zorg- en welzijnssectoren, beheerd door een lokaal bestuur, een welzijnsvereniging of een intergemeentelijk samenwerkingsverband, vallen onder dit akkoord.
Concreet betekent dit dat alle medewerkers tewerkgesteld in de buitenschoolse kinderopvangen van de gemeente hier recht op hebben. Voor de gemeente zijn dit: de coördinator BKO, de animatieverantwoordelijke, de administratief medewerker BKO, de schoonmaakster van de BKO en de kinderbegeleiders. Voor hen wordt het variabel bedrag van de eindejaarstoelage van 2020 verhoogd met 1,1% naar 3,6%. Deze verhoging mag in het totaal nooit leiden tot een eindejaarstoelage die hoger is dan één twaalfde van het jaarsalaris.
Er wordt voorgesteld om het eerste luik van het VIA6-akkoord voor de personeelsleden van de buitenschoolse kinderopvang, namelijk de verhoging van de eindejaarstoelage van 2020, goed te keuren.
Het college en vervolgens de gemeenteraad dient een beslissing te nemen m.b.t. deze personeelsleden.
Artikel 56 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 dat de bevoegdheden van het college regelt.
VIA6-akkoord van 22 december 2020 over koopkrachtmaatregelen publieke sector 2021-2025.
Aangezien dit akkoord pas werd gesloten op 22/12/2020, werd er met de impact van deze beslissing nog geen rekening gehouden bij de laatste AMJP. De operatie is echter budgetneutraal, aangezien dit volledig zal kunnen gefinancierd vanuit de VIA6-middelen. Momenteel zijn deze nog niet beschikbaar en dient ons bestuur dit te prefinancieren. Het gaat wel om een exploitatiekost, dus in afwachting van een volgende AMJP zal dit via een kredietverschuiving kunnen betaald worden.
De gemeenteraad beslist voor de personeelsleden van de buitenschoolse kinderopvang (de coördinator BKO, de animatieverantwoordelijke, de administratief medewerker BKO, de schoonmaakster van de BKO en de kinderbegeleiders) het variabel bedrag van de berekening van de eindejaarstoelage van het jaar 2020 met 1,1% te verhogen naar 3,6%.
De gemeenteraad neemt er akte van dat de verhogingen in het totaal nooit mogen leiden tot een eindejaarstoelage die hoger is dan een twaalfde van het jaarsalaris.