De opdracht werd gegund aan een ereloonpercentage van 14,5%. Op basis van de verschillende werken (en bijhorende ramingen opgemaakt door de dienst openbare werken) die opgenomen waren in het bestek werd het ereloon van de architect geraamd op een bedrag van € 66.555 excl. btw.
De architecte heeft ondertussen een aantal dossiers die in deze opdracht kaderen voorbereid, waaronder de opmaak van een plan van aanpak met een overzicht van de uit te voeren werken en bijhorende ramingen in nauw overleg met Onroerend Erfgoed. Tijdens de opmaak van het plan van aanpak zijn een aantal onvoorziene maar noodzakelijke werken die niet in de oorspronkelijke raming werden opgenomen, aan het licht gekomen. Deze wijzigingen en aanvullende werken aan de opdracht dienen door de gemeenteraad goedgekeurd te worden. Het college van burgemeester en schepenen heeft het plan van aanpak reeds goedgekeurd in zitting van 25 februari 2019. De opmaak van dit plan van aanpak omvat reeds vele voorbereidingen door de architecte in het kader van de verschillende uitvoeringsdossiers. De wijzigingen die voornamelijk tot stand gekomen zijn na overleg met Onroerend Erfgoed hebben hierdoor invloed op het ereloon van de architecte.
Het gaat om volgende wijzigingen tav de oorspronkelijke opdracht:
Voor de Pastorij:
Voor de Kerk:
Algemeen:
2.Artikel 38/1 AUR: Aanvullende werken, leveringen of diensten
Voor de Pastorij:
Voor de Kerk:
Al deze voormelde wijzigingen zijn opgenomen in het plan van aanpak. De bijhorende ramingen werden begroot op basis van de huidige gegevens. De exacte uitgaven zullen pas gekend zijn wanneer de verschillende uitvoeringsdossiers worden opgestart en in uitvoering gaan. Het ereloon van de architecte wordt berekend aan de hand van de effectieve uitgaven en bedraagt 14,5 %. Door de wijzigingen aan de oorspronkelijke opdracht zal ook het ereloon hoger liggen dan de oorspronkelijke raming ervan.
De verschillende wijzigingen voldoen aan de regelgeving zoals voorzien in art. 38/1 en art. 38/2 van het KB van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. Een gedetailleerd overzicht is te vinden in het plan van aanpak.
art 38/1:
Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden doorgevoerd, voor door de oorspronkelijke opdrachtnemer te verrichten aanvullende werken, leveringen of diensten die noodzakelijk zijn geworden en die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, indien de verandering van opdrachtnemer:
1° niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende goederen of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn verworven; en
2° tot aanzienlijk ongemak of een aanzienlijke kostenstijging zou leiden voor de aanbesteder.
De prijsverhoging die het gevolg is van de wijziging mag evenwel niet hoger zijn dan vijftig procent van de waarde van de oorspronkelijke opdracht. Indien er verscheidene opeenvolgende wijzigingen worden doorgevoerd, geldt deze beperking voor de waarde van elke wijziging.
Dergelijke opeenvolgende wijzigingen mogen niet worden gebruikt om de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen. Het onderhavige lid is niet van toepassing op de opdrachten die worden geplaatst door aanbestedende entiteiten die activiteiten uitoefenen in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten als bedoeld in titel III van de wet.
Voor de berekening van het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.Art. 38/2:
Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor een opdracht worden aangebracht, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de wijziging is het noodzakelijk gevolg van omstandigheden die een zorgvuldige aanbesteder niet kon voorzien;
2° de wijziging brengt geen verandering in de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst;
3° de prijsverhoging die het gevolg is van een wijziging is niet hoger dan vijftig procent van de waarde van de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst. Indien er verscheidende opeenvolgende wijzigingen worden doorgevoerd, geldt deze beperking voor de waarde van elke wijziging. Dergelijke opeenvolgende wijzigingen mogen niet worden gebruikt om de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen.
De voorwaarde vermeld in het eerste lid, 3°, is niet van toepassing op opdrachten die worden geplaatst door aanbestedende entiteiten die activiteiten uitoefenen in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten als bedoeld in titel 3 van de wet.
Voor de berekening van het in het eerste lid, 3°, bedoelde bedrag wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.
In het kader van de opdracht “Aanstelling architect voor het renovatiedossier van het beschermde dorpsgezicht van Onze-Lieve-Vrouw-Waver” werd een bestek met nr. 2018/039/SP/861.314 opgesteld door de dienst openbare werken.
De gemeenteraad heeft op 4 september 2018 de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking vastgesteld.
Het college heeft de opdracht op 24 september 2018 gegund aan Berckmans.Niewold architecten.
De wijzigingen aan de opdracht zoals opgenomen in de bijlage aan dit besluit worden goedgekeurd. Het ereloon van de architecte zal berekend worden op basis van de werkelijke bedragen van de verschillende uitvoeringsdossiers tegen het gegunde ereloonpercentage van 14,5%. Het plan van aanpak omvat de uit te voeren werken (incl. wijzigingen) en de daarbij horende ramingen van zowel de uitvoeringsdossiers als het ereloon.