Artikel 170, §4 van de Grondwet: uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor het invoeren van belastingen.
De gemeenteraad herstemt het reglement. De tarieven blijven ongewijzigd. Er wordt duidelijkheid gebracht in het reglement rond de tuinbouwbedrijven met gemengde activiteit.
De gemeente streeft een beleid na met volgende kenmerken:
De belasting is gebaseerd op een eenvoudig meetbare grondslag, namelijk de oppervlakte die bedrijven, zelfstandigen of beoefenaars van een vrij beroep gebruiken of ter beschikking hebben.
Deze belasting beoogt een bijdrage van zelfstandigen, beoefenaars van een vrij beroep en ondernemingen in de algemene bestuurlijke uitgaven van de gemeente. De verscheidenheid in tarifering houdt rekening met het verschil in invloed van de belastingplichtigen op deze gemeentelijke uitgaven, onder meer wat betreft infrastructuur en algemene dienstverlening.
Het is aangewezen om de tarieven voor gepensioneerden lager te houden, op voorwaarden dat zij slechts een beperkte beroepsactiviteit uitoefenen als aanvulling op hun pensioen, omdat zij een veel kleinere belasting vormen voor het geheel van de gemeentelijke organisatie en infrastructuur dan de vestigingen van niet-gepensioneerden.
Voor zowel agrarische als openlucht recreatieve sector is een verminderd tarief noodzakelijk, gelet op de specifieke eisen van deze sectoren, die noodgedwongen dienen te beschikken over een grote bedrijfsoppervlakte om economisch rendabel te zijn.
Omwille van de financiële behoefte van de gemeente is het nodig om de reeds bestaande reglementen te behouden.
De tarieven blijven ongewijzigd. Er wordt duidelijkheid gebracht in het reglement rond de tuinbouwbedrijven met gemengde activiteit.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit dd. 16 december 2019 houdende de goedkeuring van de belasting op de beschikbare bedrijfsruimten van ondernemingen, handelszaken en beoefenaars van vrije beroepen van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025.
Met ingang van 1 januari 2020 en voor een termijn eindigend op 31 december 2025 wordt ten behoeve van de gemeente een jaarlijkse belasting op de beschikbare bedrijfsruimten van ondernemingen, handelszaken en beoefenaars van vrije beroepen, onder de hierna gestelde voorwaarden geheven.
De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd door
Elke belastingplichtige is de belasting verschuldigd per afzonderlijke vestiging hoe ook genoemd, die door hem/haar gebruikt of tot gebruik wordt voorbehouden en op het grondgebied van de gemeente is gelegen.
Elke belastingplichtige, vermeld in artikel 2, wordt geacht over een belastbare vestiging te beschikken, waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is. Een belastbare vestiging is elke oppervlakte die voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden is bestemd of in het kader van beroeps- of bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, tot gebruik is voorbehouden of bijdraagt tot de realisatie/uitvoering van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden.
Een maatschappelijke zetel wordt steeds beschouwd als een vestiging.
Eén vestiging kan voor verschillende belastingplichtigen tegelijkertijd ter beschikking zijn.
De belasting wordt vastgesteld rekening houdend met de totale belastbare gebouwde en/of ongebouwde oppervlakte van het goed waarop de vestiging zich bevindt, rekening houdende met:
De oppervlakte die gemeenschappelijk door meerdere belastingplichtigen gebruikt wordt of ter beschikking is, wordt in hoofde van iedere belastingplichtige belast pro rata van de door hem/haar exclusief gebruikte of ter beschikking zijnde gebouwde en ongebouwde oppervlakten. Indien de gemeenschappelijke oppervlakte eveneens gebruikt wordt door, of ter beschikking is van niet-belastingplichtigen, dan wordt bij de vaststelling van de belastbare oppervlakte het gedeelte van de gemeenschappelijke oppervlakte dat pro rata kan worden toegewezen aan niet-belastingplichtigen in mindering gebracht.
In de onbebouwbare belastbare oppervlakten zijn inbegrepen: weilanden, openluchtteelten, woeste gronden behorend tot een bedrijfscomplex, braakliggende delen van industriegronden, beboste terreinen behorende tot een bedrijfscomplex, niet-opgelegde groene zones of opgelegde groene zones in het kader van een vergunningsbesluit, sportterreinen en plantsoenen op de plaats van de bedrijfsvestiging, improductieve gedeelten en parkings. Deze opsomming is niet limitatief.
Worden vrijgesteld van onderhavige belasting:
Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt als volgt bepaald:
De fractie van 1 m² wordt als 1 m² beschouwd.
In afwijking van hierboven bepaalde tarieven gelden voor de agrarische bedrijven volgende heffingen:
1. Landbouwbedrijven: een zelfstandige beroeps- of bedrijfsactiviteit gericht op akkerbouw en/of weidebouw en/of bosbouw en/of veeteelt:
2. Tuinbouwbedrijven: een zelfstandige beroeps- of bedrijfsactiviteit gericht op groenteteelt, fruitteelt, boomkwekerij andere dan bosboomkwekerij, sierteelt, kweek van tuinbouwzaden, plantgoed en/of aanverwante teelten:
a) in open lucht:
b) onder glas:
3. Gemengde tuinbouwbedrijven (exploitaties in open lucht én onder glas):
Onder glas = een stevige en duurzame constructie.
In afwijking van hierboven bepaalde tarieven gelden voor de openluchtrecreatieve bedrijven volgende heffingen:
Belastingplichtigen, die door de aard en voor de uitvoering van hun bedrijvigheid ook gronden gebruiken voor landbouw en/of tuinbouw en/of openluchtrecreatie zoals bedoeld in artikelen 7 en 8, worden - naast de reglementaire taxatie voor de andere belastbare oppervlakten - voor bedoelde gronden belast tegen het tarief voor agrarische bedrijven en/of openluchtrecreatieve bedrijven.
De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht en de belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar. Het feit dat in de loop van het aanslagjaar een natuurlijke persoon zijn/haar hoedanigheid van zelfstandige beëindigt, een vennootschap ophoudt te bestaan, de belastbare oppervlakte vermindert en/of een belastbare vestiging wordt gesloten of verlaten, geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering. Indien bewezen wordt dat een natuurlijke persoon zijn/haar mogelijkheid tot uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar volledig en definitief beëindigde of indien bewezen wordt dat een vennootschap uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar volledig en definitief ophield te bestaan, gaat de hoedanigheid van belastingplichtige verloren. Bij een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden of bij een inactiviteit of zolang de vereffening van een vennootschap niet is afgesloten, blijft de hoedanigheid van belastingplichtige verder bestaan.
Gepensioneerden met beperkte bedrijfsactiviteit (zelfstandigen, landbouwers en tuinders) betalen een forfaitair bedrag van 25 euro wanneer hun inkomen lager ligt dan het wettelijk toegelaten inkomen; deze regeling geldt niet voor landbouwers en tuinders die minder dan 1 ha bewerken. Zij betalen 12 euro. Zij voegen hiertoe het nodige stavingsmateriaal bij hun aangifte.
Elke belastingplichtige heeft een jaarlijkse aangifteplicht.
De aangifte kan gebeuren via één van volgende kanalen:
Bij gebrek aan aangifte binnen de in reglement gestelde termijn of in geval van onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging als volgt worden toegepast, waarbij per vestiging het aangiftegedrag van de belastingplichtige voor dat aanslagjaar in aanmerking wordt genomen:
Deze verhogingen worden per vestiging toegepast, ongeacht of het om één of meer overtredingen per aanslagjaar gaat, en met dien verstande dat tijdige en correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 10% wordt verhoogd. De gegevens van elk document dat verband houdt met een ambtshalve inkohiering die door het gemeentebestuur fotografisch, optisch, elektronisch of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de belasting.
De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.
Dit reglement vervangt vanaf heden het reglement betreffende de belasting op de beschikbare bedrijfsruimten van ondernemingen, handelszaken en beoefenaars van vrije beroepen van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025, goedgekeurd door de gemeenteraad van 16 december 2019.