Terug
Gepubliceerd op 17/11/2020

2020_GR_00219 - Belastingen en retributies - Belasting op de beschikbare bedrijfsruimten van ondernemingen, handelszaken en beoefenaars van vrije beroepen van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025 - Vaststelling

gemeenteraad
ma 09/11/2020 - 20:00 Zoom
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Jeroen Baeten, Kristof Sels, Eric Janssens, Joris De Pauw, Sven Verelst, Jan Broes, Sarah De Keyser, Ronny Slootmans, Jan Van Asch, Maurice Verheyden, Kris Hapers, Tom Ongena, Elke Hellemans, Jos Ceulemans, Jos Moeyersons, Greet Saels, Sylke Pex, Geert Vertommen, Katrien Willems, Lore Roelandts, Kathleen Rombauts, Karolien Frans, Thomas Mariën, Wim Marnef, Annelies Bal, Bart De Boeck, Gunter Desmet

Afwezig

An Coen

Secretaris

Gunter Desmet

Voorzitter

Jeroen Baeten

Stemming op het agendapunt

2020_GR_00219 - Belastingen en retributies - Belasting op de beschikbare bedrijfsruimten van ondernemingen, handelszaken en beoefenaars van vrije beroepen van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025 - Vaststelling
Goedgekeurd

Aanwezig

Jeroen Baeten, Kristof Sels, Eric Janssens, Joris De Pauw, Sven Verelst, Jan Broes, Sarah De Keyser, Ronny Slootmans, Jan Van Asch, Maurice Verheyden, Kris Hapers, Tom Ongena, Elke Hellemans, Jos Ceulemans, Jos Moeyersons, Greet Saels, Sylke Pex, Geert Vertommen, Katrien Willems, Lore Roelandts, Kathleen Rombauts, Karolien Frans, Thomas Mariën, Wim Marnef, Annelies Bal, Bart De Boeck, Gunter Desmet
Stemmen voor 26
Eric Janssens, Kris Hapers, Elke Hellemans, Jan Broes, Kristof Sels, Tom Ongena, Ronny Slootmans, Joris De Pauw, Jan Van Asch, Maurice Verheyden, Jos Moeyersons, Bart De Boeck, Kathleen Rombauts, Sven Verelst, Sylke Pex, Thomas Mariën, Wim Marnef, Sarah De Keyser, Greet Saels, Geert Vertommen, Annelies Bal, Jos Ceulemans, Karolien Frans, Katrien Willems, Lore Roelandts, Jeroen Baeten
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2020_GR_00219 - Belastingen en retributies - Belasting op de beschikbare bedrijfsruimten van ondernemingen, handelszaken en beoefenaars van vrije beroepen van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025 - Vaststelling 2020_GR_00219 - Belastingen en retributies - Belasting op de beschikbare bedrijfsruimten van ondernemingen, handelszaken en beoefenaars van vrije beroepen van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025 - Vaststelling

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0004 dlb0018

Regelgeving: bevoegdheid (bijzonder)

Artikel 170, §4 van de Grondwet: uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor het invoeren van belastingen.

Aanleiding en context

De gemeenteraad herstemt het reglement. De tarieven blijven ongewijzigd. Er wordt duidelijkheid gebracht in het reglement rond de tuinbouwbedrijven met gemengde activiteit.

Argumentatie

De gemeente streeft een beleid na met volgende kenmerken:

  • Een eenvoudige belasting waarbij rekening wordt gehouden met de effecten op de tewerkstelling;
  • Een belasting waarbij de voorziene minimumbedragen van die aard zijn dat ondernemers niet worden afgeremd om hun activiteiten uit te voeren op ons grondgebied;
  • Een belasting die eenvoudig te controleren is;
  • Een belasting waarbij de administratieve verplichtingen tot het absolute minimum worden beperkt met vanzelfsprekende inachtneming van de vigerende regelgeving, en waarbij de klantgerichte dossierbehandeling, gekoppeld aan de gelijke behandeling van alle belastingplichtigen, als speciaal aandachtspunt geldt. 

De belasting is gebaseerd op een eenvoudig meetbare grondslag, namelijk de oppervlakte die bedrijven, zelfstandigen of beoefenaars van een vrij beroep gebruiken of ter beschikking hebben. 

Deze belasting beoogt een bijdrage van zelfstandigen, beoefenaars van een vrij beroep en ondernemingen in de algemene bestuurlijke uitgaven van de gemeente. De verscheidenheid in tarifering houdt rekening met het verschil in invloed van de belastingplichtigen op deze gemeentelijke uitgaven, onder meer wat betreft infrastructuur en algemene dienstverlening.

Het is aangewezen om de tarieven voor gepensioneerden lager te houden, op voorwaarden dat zij slechts een beperkte beroepsactiviteit uitoefenen als aanvulling op hun pensioen, omdat zij een veel kleinere belasting vormen voor het geheel van de gemeentelijke organisatie en infrastructuur dan de vestigingen van niet-gepensioneerden.

Voor zowel agrarische als openlucht recreatieve sector is een verminderd tarief noodzakelijk, gelet op de specifieke eisen van deze sectoren, die noodgedwongen dienen te beschikken over een grote bedrijfsoppervlakte om economisch rendabel te zijn.

Omwille van de financiële behoefte van de gemeente is het nodig om de reeds bestaande reglementen te behouden.

De tarieven blijven ongewijzigd. Er wordt duidelijkheid gebracht in het reglement rond de tuinbouwbedrijven met gemengde activiteit.

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.

De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Het gemeenteraadsbesluit dd. 16 december 2019 houdende de goedkeuring van de belasting op de beschikbare bedrijfsruimten van ondernemingen, handelszaken en beoefenaars van vrije beroepen van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025.

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur
Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Artikel 41 §1 14° van het decreet lokaal bestuur
Artikel 41 §1 14° van het decreet lokaal bestuur: De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd: het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2020 en voor een termijn eindigend op 31 december 2025 wordt ten behoeve van de gemeente een jaarlijkse belasting op de beschikbare bedrijfsruimten van ondernemingen, handelszaken en beoefenaars van vrije beroepen, onder de hierna gestelde voorwaarden geheven.

Artikel 2

De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd door

  1. de natuurlijke personen die op 1 januari van het aanslagjaar, als hoofd- of bijberoep een bedrijf exploiteren, en/of een vrij beroep of een andere zelfstandige activiteit uitoefenen, inclusief zelfstandige helpers, en die op het grondgebied van de gemeente Sint-Katelijne-Waver één of meer vestigingen voor een economische bedrijvigheid gebruiken of tot gebruik voorbehouden;
  2. alle rechtspersonen onder welke vorm of benoeming ook, die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Sint-Katelijne-Waver één of meerdere vestigingen voor een economische bedrijvigheid gebruiken of tot gebruik voorbehouden.

Artikel 3

Elke belastingplichtige is de belasting verschuldigd per afzonderlijke vestiging hoe ook genoemd, die door hem/haar gebruikt of tot gebruik wordt voorbehouden en op het grondgebied van de gemeente is gelegen.

Elke belastingplichtige, vermeld in artikel 2, wordt geacht over een belastbare vestiging te beschikken, waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is. Een belastbare vestiging is elke oppervlakte die voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden is bestemd of in het kader van beroeps- of bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, tot gebruik is voorbehouden of bijdraagt tot de realisatie/uitvoering van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden.

Een maatschappelijke zetel wordt steeds beschouwd als een vestiging.

Eén vestiging kan voor verschillende belastingplichtigen tegelijkertijd ter beschikking zijn.

Artikel 4

De belasting wordt vastgesteld rekening houdend met de totale belastbare gebouwde en/of ongebouwde oppervlakte van het goed waarop de vestiging zich bevindt, rekening houdende met:

  • de som van de grondoppervlakte bestemd of ingenomen voor bedrijfsdoeleinden in open lucht;
  • de vloeroppervlakte bestemd of ingenomen voor bedrijfsdoeleinden in gebouwen. Deze vloeroppervlakte wordt gemeten per bouwlaag met inbegrip van de buitenmuren en omvat kantoren, verkoopruimten, lokalen voor dienstverlening of zorgenverstrekking, productieafdelingen, berg- en opslagplaatsen, parking, waar deze zich ook bevinden. De opsomming is niet limitatief.

De oppervlakte die gemeenschappelijk door meerdere belastingplichtigen gebruikt wordt of ter beschikking is, wordt in hoofde van iedere belastingplichtige belast pro rata van de door hem/haar exclusief gebruikte of ter beschikking zijnde gebouwde en ongebouwde oppervlakten. Indien de gemeenschappelijke oppervlakte eveneens gebruikt wordt door, of ter beschikking is van niet-belastingplichtigen, dan wordt bij de vaststelling van de belastbare oppervlakte het gedeelte van de gemeenschappelijke oppervlakte dat pro rata kan worden toegewezen aan niet-belastingplichtigen in mindering gebracht.

In de onbebouwbare belastbare oppervlakten zijn inbegrepen: weilanden, openluchtteelten, woeste gronden behorend tot een bedrijfscomplex, braakliggende delen van industriegronden, beboste terreinen behorende tot een bedrijfscomplex, niet-opgelegde groene zones of opgelegde groene zones in het kader van een vergunningsbesluit, sportterreinen en plantsoenen op de plaats van de bedrijfsvestiging, improductieve gedeelten en parkings. Deze opsomming is niet limitatief.

Artikel 5

Worden vrijgesteld van onderhavige belasting:

  • Nachtwinkels, shishabars en private bureaus voor telecommunicatie, zoals bepaald in het belastingreglement op de nachtwinkels, shishabars en private bureaus voor telecommunicatie.
  • Iedere belastingplichtige vermeld in artikel 2 die op 1 januari van het aanslagjaar voor het eerst belastingplichtige wordt, en dit voor het hiernagenoemde gedeelte van de belasting, m.n. op:
    • de eerste 100 m² oppervlakte voor bedrijven die vallen ander toepassing van artikel 6;
    • de eerste 200.000 m² oppervlakte voor landbouwbedrijven;
    • de eerste 30.000 m³ oppervlakte voor tuinbouwbedrijven in open lucht;
    • de eerste 7.500 m² oppervlakte voor tuinbouwbedrijven onder glas;
    • de eerste 50.000 m² oppervlakte voor openluchtrecreatieve bedrijven.

Artikel 6

Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt als volgt bepaald:

  • 99 euro per vestiging met een oppervlakte tot en met 100 m²
  • vermeerderd met 0,25 euro/m² per vestiging met een oppervlakte van meer dan 100 m² tot en met 1.000 m²
  • vermeerderd met 0,45 euro/m² per vestiging met een oppervlakte van meer dan 1.000 m² tot en met 10.000 m²
  • vermeerderd met 0,40 euro/m² per vestiging met een oppervlakte van meer dan 10.000 m² tot en met 20.000 m²
  • vermeerderd met 0,15 euro/m² per vestiging met een oppervlakte van meer dan 20.000 m².

De fractie van 1 m² wordt als 1 m² beschouwd.

Artikel 7

In afwijking van hierboven bepaalde tarieven gelden voor de agrarische bedrijven volgende heffingen:

1. Landbouwbedrijven: een zelfstandige beroeps- of bedrijfsactiviteit gericht op akkerbouw en/of weidebouw en/of bosbouw en/of veeteelt:

  1. Akkerbouw = een zelfstandige beroeps- of bedrijfsactiviteit gericht op het telen van granen, nijverheidsgewassen, voedergewassen,    aardappelen, peulvruchten, pootgoed, landbouwzaden en/of aanverwante gewassen
  2. Weidebouw = een zelfstandige beroeps- of bedrijfsactiviteit gericht op het exploiteren va blijvend grasland;
  3. Bosbouw = een zelfstandige beroeps- of bedrijfsactiviteit gericht op het aanleggen en exploiteren van bossen, met inbegrip van de bosboomkwekerij;
  4. Veeteelt = een zelfstandige beroeps- of bedrijfsactiviteit gericht op het houden van dieren voor de vlees-, melk- of eierproductie en/of het kweken/fokken van dieren voor de vacht of het bekomen van jongen.
  • 99 euro tot en met een oppervlakte van 200.000 m²;
  • vermeerderd met 7,50 euro per bijkomende ha (= 10.000 m²) of gedeelte van ha.

2. Tuinbouwbedrijven: een zelfstandige beroeps- of bedrijfsactiviteit gericht op groenteteelt, fruitteelt, boomkwekerij andere dan bosboomkwekerij, sierteelt, kweek van tuinbouwzaden, plantgoed en/of aanverwante teelten:

a) in open lucht:

  • 99 euro tot en met een oppervlakte van 30.000 m²
  • vermeerderd met 25 euro per bijkomende ha (= 10.000 m²) of gedeelte van ha.

b) onder glas:

  • 99 euro tot en met een oppervlakte van 7.500 m²
  • vermeerderd met 0,015 euro per bijkomende m² of gedeelte van m².

3. Gemengde tuinbouwbedrijven (exploitaties in open lucht én onder glas):

  • forfait van  99 euro voor de oppervlakte in open lucht tot en met 30.000 m² én de oppervlakte onder glas tot en met 7.500 m²
  • vermeerderd met 25 euro per bijkomende ha (= 10.000 m²) of gedeelte van ha voor het gedeelte in open lucht
  • vermeerderd met 0,015 euro per bijkomende m² of gedeelte van m² voor het gedeelte onder glas.

Onder glas = een stevige en duurzame constructie. 

Artikel 8

In afwijking van hierboven bepaalde tarieven gelden voor de openluchtrecreatieve bedrijven volgende heffingen:

  • 500 euro tot en met een oppervlakte van 50.000 m²
  • vermeerderd met 150 euro per bijkomend ha (= 10.000 m²) of gedeelte van ha.
Een openluchtrecreatief bedrijf is een bedrijf waarvan de activiteiten bestaan uit het exploiteren van kampeerterreinen en/of kampeerverblijfparken en/of sportinfrastructuur in open lucht bestemd voor het gebruik door niet-professionele sportbeoefenaars. 
  • Kampeerterrein:  zoals bepaald in het Besluit van de Vlaamse regering betreffende de exploitatie van de terreinen voor openluchtrecreatieve bedrijven;
  • Kampeerverblijfpark: zoals bepaald in het Belsuit van de Vlaamse regering betreffende de exploitatie van de terreinen voor openluchtrecreatieve bedrijven;
  • Niet-professionele sportbeoefenaars: de sportbeoefenaar die zich voorbereidt op of deelneemt aan een sportmanifestatie en daarvoor geen arbeidsovereenkomst heeft aangegaan in het kader van de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaar;
    • Sportmanifestatie: elk initiatief tot sportbeoefening met recreatieve, competitieve of demonstratieve doeleinden in georganiseerd verband.

Artikel 9

Belastingplichtigen, die door de aard en voor de uitvoering van hun bedrijvigheid ook gronden gebruiken voor landbouw en/of tuinbouw en/of openluchtrecreatie zoals bedoeld in artikelen 7 en 8, worden - naast de reglementaire taxatie voor de andere belastbare oppervlakten - voor bedoelde gronden belast tegen het tarief voor agrarische bedrijven en/of openluchtrecreatieve bedrijven.

Artikel 10

De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht en de belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar. Het feit dat in de loop van het aanslagjaar een natuurlijke persoon zijn/haar hoedanigheid van zelfstandige beëindigt, een vennootschap ophoudt te bestaan, de belastbare oppervlakte vermindert en/of een belastbare vestiging wordt gesloten of verlaten, geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering. Indien bewezen wordt dat een natuurlijke persoon zijn/haar mogelijkheid tot uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar volledig en definitief beëindigde of indien bewezen wordt dat een vennootschap uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar volledig en definitief ophield te bestaan, gaat de hoedanigheid van belastingplichtige verloren. Bij een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden of bij een inactiviteit of zolang de vereffening van een vennootschap niet is afgesloten, blijft de hoedanigheid van belastingplichtige verder bestaan.

Artikel 11

Gepensioneerden met beperkte bedrijfsactiviteit (zelfstandigen, landbouwers en tuinders) betalen een forfaitair bedrag van 25 euro wanneer hun inkomen lager ligt dan het wettelijk toegelaten inkomen; deze regeling geldt niet voor landbouwers en tuinders die minder dan 1 ha bewerken. Zij betalen 12 euro. Zij voegen hiertoe het nodige stavingsmateriaal bij hun aangifte.

Artikel 12

Elke belastingplichtige heeft een jaarlijkse aangifteplicht.

  1. Voor belastingplichtigen die een aangifteformulier op papier ontvangen.
    De administratie verzendt jaarlijks een aangifteformulier met voorstel van aangifte.
    Indien de voorgedrukte gegevens op het voorstel van aangifte overeenstemmen met de werkelijkheid, is de belastingplichtige vrijgesteld van aangifteplicht.
    Indien de voorgedrukte gegevens op het voorstel van aangifte niet overeenstemmen met de werkelijkheid, dient de belastingplichtige het voorstel van aangifte binnen een periode van 1 maand na de verzenddatum correct ingevuld, aangevuld en ondertekend terug te zenden met:
    1. vermelding van de juiste gegevens;
    2. datum van de wijziging;
    3. bewijsstukken, indien mogelijk
    4. wanneer de belastingplichtige zich wenst te beroepen op een grond tot vermindering en/of vrijstelling, met toevoeging van de nodige bewijsstukken.
  2. Voor belastingplichtigen die geen aangifteformulier ontvingen:
    De belastingplichtige dient in deze belasting zelf aangifte te doen uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar. Hij kan een aangifteformulier bekomen op eenvoudig verzoek bij de administratie.

De aangifte kan gebeuren via één van volgende kanalen:

  • e-mail: financien@skw.be
  • post: college van burgemeester en schepenen, Lemanstraat 63, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Het is de belastingplichtige die dient te bewijzen dat hij/zij de aangifte tijdig indiende.

Artikel 13

Bij gebrek aan aangifte binnen de in reglement gestelde termijn of in geval van onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.

Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging als volgt worden toegepast, waarbij per vestiging het aangiftegedrag van de belastingplichtige voor dat aanslagjaar in aanmerking wordt genomen:

  • 1e overtreding: 10% verhoging;
  • 2e overtreding: 40% verhoging;
  • 3e overtreding: 70% verhoging;
  • 4e overtreding: 100% verhoging;
  • 5e en volgende overtredingen: 200% verhoging. 

Deze verhogingen worden per vestiging toegepast, ongeacht of het om één of meer overtredingen per aanslagjaar gaat, en met dien verstande dat tijdige en correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 10% wordt verhoogd. De gegevens van elk document dat verband houdt met een ambtshalve inkohiering die door het gemeentebestuur fotografisch, optisch, elektronisch of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de belasting.

Artikel 14

De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Artikel 15

Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 16

Dit reglement vervangt vanaf heden het reglement betreffende de belasting op de beschikbare bedrijfsruimten van ondernemingen, handelszaken en beoefenaars van vrije beroepen van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025, goedgekeurd door de gemeenteraad van 16 december 2019.