Vanaf 2019 is het besluit van de Vlaamse Regering over het lokaal woonbeleid van 16 november 2018 van toepassing. Dit houdt in dat de gemeente zorgt voor een divers en betaalbaar woonaanbod in functie van de woonnoden. De gemeenten Berlaar, Bonheiden, Duffel, Putte en Sint-Katelijne-Waver hebben samen met IGEMO de intergemeentelijke samenwerking ‘Wonen langs Dijle en Nete’ opgestart. Onder deze koepel werken ze samen om hun woonbeleid te verfijnen. Voor de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid is overeenkomstig artikel 13 van het besluit één van de verplichte activiteiten binnen het project leegstaande woningen en gebouwen opsporen, registreren en aanpakken.
Artikel 2.2.6. van het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid voorziet dat gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen kunnen bijhouden en dat een gemeentelijke verordening nadere materiële en procedurele regels kan bepalen. De opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister kunnen ook toevertrouwd worden aan een intergemeentelijke administratieve eenheid met rechtspersoonlijkheid of, met uitzondering van de beroepsprocedure, aan een intergemeentelijke administratieve eenheid zonder rechtspersoonlijkheid.
Het is wenselijk om een leegstandregister bij te houden zodat de beschikbare woningen en gebouwen optimaal benut worden en verloedering tegen te gaan om zo het gemeente- en straatbeeld alsook de omgeving te verfraaien.
Een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van leegstand worden vastgesteld.
De strijd tegen de leegstaande woningen, kamers en gebouwen zal pas effect hebben als de opname in een leegstandsregister ook daadwerkelijk belast wordt. Aangezien een leegstaande kamer geen volwaardige woning is en er meestal meerdere kamers in eenzelfde gebouw zijn, is voor een leegstaande kamer een lager tarief gerechtvaardigd dan voor een leegstaande woning/gebouw.
De vrijstellingen van belasting in dit reglement zijn opgenomen omdat die het best aansluiten bij de noden van de inwoners en het beleid van de gemeente.
De leegstandsbelasting helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren. Zij is billijk opdat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium voor wonen optimaal benut wordt.
• Het artikel 170, §4 van de grondwet
• Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
• Het decreet van 14 oktober 2016 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.
• Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
• Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid
• Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
• Het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode
• Het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996
• Het besluit van de Vlaamse Regering over het lokaal woonbeleid van 16 november 2018
• Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
• De overeenkomst met IGEMO van 18 december 2017 om deel te nemen aan de intergemeentelijke samenwerking Wonen langs Dijle en Nete waarbij IGEMO de gemeente ondersteunt bij het organiseren en realiseren van het lokaal woonbeleid
Huidig reglement voor registratie en belasting leegstaande woningen en gebouwen loopt af op 31 december 2025.
Na 1 jaar het reglement te hebben toegepast, leert de ervaring dat sommige bepalingen dienen bijgestuurd te worden.
Artikel 170, §4 van de Grondwet: uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor het invoeren van belastingen.
1. ALGEMEEN
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:
Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden een woning kan worden beschouwd als afsplitsbaar van een bedrijfsgebouw.
(Artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.)
Belastbare periode: iedere periode van twaalf opeenvolgende maanden van opname in het leegstandsregister.
Belastingplichtige: de houder van het zakelijk recht van de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw op het ogenblik van het verschuldigd worden van de heffing, d.i. de persoon op wiens naam de heffing wordt ingekohierd.
Belastingschuldige: degene die de belasting moet betalen, dit is de belastingplichtige of zijn rechtsopvolger.
Beroepsinstantie: het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid met rechtspersoonlijkheid.
Beveiligde zending: een aangetekende zending, een elektronisch aangetekende zending, hetzij een aangetekende zending met ontvangstbewijs.
Functie van het gebouw: deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat niet beantwoordt aan de definitie van een woning zoals bedoeld in dit reglement, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, zoals gedefinieerd in dit artikel.
Intergemeentelijke administratieve eenheid: Intergemeentelijke Vereniging voor Ontwikkeling van het Gewest Mechelen en Omgeving (IGEMO) publieke rechtspersoon die de vorm van een dienstverlenende vereniging overeenkomstig het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur heeft aangenomen.
Kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de kamer deel uitmaakt.
Leegstaande woning of kamer: een woning of kamer die gedurende een periode van minstens twaalf maanden niet wordt aangewend in overeenstemming met
1° de woonfunctie of
2° met volgende functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt:
Leegstaand gebouw: indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet splitsbaar is. Een gedeelte is eerst splitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of nieuwe woning wordt beschouwd als leegstaand indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig de functie.
Leegstandsregister: het gemeentelijk register vermeld in artikel 2.2.6 van het grond- en pandendecreet dat bestaat uit twee afzonderlijke inventarissen, een inventaris van leegstaande woningen/kamers en een inventaris van leegstaande gebouwen, opgemaakt als digitaal bestand.
Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
Zakelijk gerechtigde of houder zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
Artikel 2 Taakverdeling tot uitvoering
§1. Overeenkomstig artikel 2.2.6 §1 van het grond- en pandendecreet, vertrouwt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toe aan de intergemeentelijke administratieve eenheid.
De intergemeentelijke administratieve eenheid voert alle taken daaromtrent uit waaronder het opsporen van leegstand, het administratief afhandelen en beslissen over opname in en schrapping uit het leegstandsregister, met inbegrip van het administratief beroep tegen deze beslissingen.
De door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen is de gemeente bevoegd voor het vestigen van een belasting op leegstaande woningen en gebouwen en het verlenen van vrijstelling van deze belasting, evenals het administratief bezwaar tegen de beslissingen hierover.
2. HET LEEGSTANDSREGISTER
Artikel 3 Het leegstandsregister
§1. De intergemeentelijke administratieve eenheid houdt voor de gemeente een leegstandsregister bij. Zij maakt een inventaris op van:
§2. In elke inventaris worden minimum volgende gegevens van de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw opgenomen:
Artikel 4 Vaststelling van leegstand en opmaak van een administratieve akte
§1. De leegstand wordt beoordeeld aan de hand van één of meerdere objectieve indicaties, zoals vermeld in de volgende limitatieve lijst:
1° Administratieve vaststellingen:
2° Materiële vaststellingen:
§2. De intergemeentelijke administratieve eenheid maakt op basis van voormelde indicaties en een controle ter plaatse een genummerde administratieve akte op. De vaststellingen worden gestaafd met minstens één foto, wat de materiële vaststelling betreft, en een beschrijvend verslag waarin de objectieve indicaties van de leegstand worden opgenomen.
Artikel 5 Opname in het leegstandsregister
§1. Door de opmaak van de administratieve akte overeenkomstig artikel 4 §2, wordt een leegstaande woning/kamer of een leegstaand gebouw opgenomen in het leegstandsregister
De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het leegstandsregister.
§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, kan worden opgenomen in het leegstandsregister.
Een woning die voorafgaand aan de vaststelling van leegstand reeds is opgenomen in de inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister.
Artikel 6 Kennisgeving van de beslissing tot opname in het leegstandsregister
§1. De beslissing tot opname van de woning/kamer of het gebouw in het leegstandsregister wordt door de intergemeentelijke administratieve eenheid per beveiligde zending ter kennis gebracht aan de zakelijk gerechtigde(n) die bij de intergemeentelijke administratieve eenheid gekend zijn.
§2. De beslissing tot opname bevat:
Artikel 7 Administratief beroep tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, per beveiligde zending en binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
§2. Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
Daarnaast moet het beroepschrift volgende gegevens bevatten:
Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot woning/kamer of gebouw, geldt nooit als afdoende bewijs.
§3. De houder van het zakelijk recht of diens vertegenwoordiger kan zolang de termijn van dertig dagen, zoals vermeld in §1, niet is verstreken zijn beroepschrift aanpassen of een vervangend beroepschrift indienen.
§4. Indien de beroepsinstantie na het verstrijken van de beroepstermijn het beroep onontvankelijk verklaart, deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan de indiener.
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen/kamers belast personeelslid van de intergemeentelijke administratieve eenheid.
Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning/kamer voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§6. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift neemt de beroepsinstantie een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beroepsinstantie deelt haar beslissing per beveiligde zending mee aan de indiener.
§7. Indien het beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning/kamer of het gebouw opgenomen in het leegstandsregister vanaf de datum van de administratieve akte.
Artikel 8 Meldingsplichten
§1. Bij wijziging van persoons- en contactgegevens of een overdracht van een zakelijk recht op een leegstaande woning/kamer en/of gebouw geldt een meldingsplicht in hoofde van de houder van het zakelijk recht. De gewijzigde persoons- en contactgegevens of een kopie van de authentieke akte dienen uiterlijk twee maanden na wijziging of overdracht aan de intergemeentelijke administratieve eenheid te worden bezorgd.
Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, moet de instrumenterende notaris de intergemeentelijke administratieve eenheid op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris de intergemeentelijke administratieve eenheid binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke akte een kopie van authentieke akte bezorgen.
§2. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het zakelijk recht voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het leegstandsregister.
Artikel 9 Verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister
§1. De intergemeentelijke administratieve eenheid kan ambtshalve of op straffe van onontvankelijkheid op een per beveiligde zending verzonden verzoek van de zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger een woning/kamer of gebouw schrappen uit het leegstandsregister.
§2. Een woning/kamer wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger bewijst dat de woning gedurende een periode van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie vermeld in artikel 1.
§3. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
§4. Een woning/kamer of gebouw, waarvoor een functiewijziging werd vergund, wordt uit het leegstandsregister geschrapt, op voorwaarde dat het gebruik in overeenstemming is met de nieuwe functie. Het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie kan, na ontvangst door de intergemeentelijke administratieve eenheid van de stedenbouwkundige/omgevingsvergunning tot functiewijziging, tijdens een plaatsbezoek door de intergemeentelijke administratieve eenheid worden gecontroleerd. De schrapping gaat in op datum van aanvang van het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie, op voorwaarde dat controle het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie bevestigt.
§5. Een gesloopte woning/kamer of gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, op voorwaarde dat de sloopwerken overeenkomstig de vergunning en volledig werden uitgevoerd, met inbegrip van het opruimen van het puin en het gelijkmaken van de grond. Het einde van de werken kan, na ontvangst door de intergemeentelijke administratieve eenheid van de melding dat de werken werden beëindigd, door de intergemeentelijke administratieve eenheid tijdens een plaatsbezoek worden gecontroleerd. De schrapping gaat in op datum van de melding dat de sloopwerken werden beëindigd, op voorwaarde dat controle het einde van de werken bevestigt.
§6. Het verzoek tot schrapping bevat op straffe van onontvankelijkheid:
Daarnaast moet het verzoek volgende gegevens bevatten:
Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning/kamer of het gebouw, kan nooit als afdoende bewijs gelden.
§7. Indien de intergemeentelijke administratieve eenheid het verzoek tot schrapping onontvankelijk verklaart, deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan de verzoeker.
§8. De intergemeentelijke administratieve eenheid onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door een bevoegd personeelslid van de intergemeentelijke administratieve eenheid, belast met de opsporing van leegstaande woningen/kamers en gebouwen.
Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning/kamer voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§9. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het verzoekschrift neemt de intergemeentelijke administratieve eenheid een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Indien het verzoek tot schrapping wordt ingewilligd, wordt de woning/kamer of het gebouw uit het leegstandsregister geschrapt vanaf de datum vermeld in de beslissing tot schrapping.
Artikel 10 Administratief beroep tegen de beslissing over schrapping
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde of een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, per beveiligde zending en binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
§2. Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
Daarnaast moet het beroepschrift volgende gegevens bevatten:
Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning/kamer of het gebouw, kan nooit als afdoende bewijs gelden.
§3. De houder van het zakelijk recht of diens vertegenwoordiger kan, zolang de termijn van dertig dagen zoals vermeld in §1 niet is verstreken, zijn beroepschrift aanpassen of een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§4. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen/kamers belast personeelslid van de intergemeentelijke administratieve eenheid.
Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning/kamer voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§5. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift neemt de beroepsinstantie een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften.
§6. Indien het beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning/kamer of het gebouw opgenomen in het leegstandsregister vanaf de datum van de administratieve akte.
3. DE BELASTING OP LEEGSTAANDE WONINGEN/KAMERS EN GEBOUWEN
Artikel 11 De belasting
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2021-2025 een belasting geheven op leegstaande woningen, kamers en gebouwen.
§2. De belasting voor een leegstaande woning/kamer of een gebouw is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat die woning/kamer of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang een leegstaande woning/kamer of een gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt, zal de heffing het goed blijven bezwaren en blijft de heffing verschuldigd bij het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
Artikel 12 Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
§2. De belasting wordt vermeerderd met 2.000 euro per bijkomende periode van twaalf maanden dat een woning of gebouw onafgebroken in het leegstandsregister opgenomen staat, met een maximum van 10.000 euro.
De belasting wordt vermeerderd met 1.000 euro per bijkomende periode van twaalf maanden dat een kamer onafgebroken in het leegstandsregister opgenomen staat, met een maximum van 5.000 euro.
Periodes van vrijstelling doen geen afbreuk aan §1 en §2.
§3. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning/kamer of een gebouw onafgebroken in het leegstandsregister is opgenomen, wordt in geval van overdracht opnieuw herleid tot het bedrag vermeld in §1, op voorwaarde dat de overdracht van het zakelijk recht de volledige woning/kamer of het gebouw betreft en behoudens wanneer de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
Artikel 13 De belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verjaardag van de opnamedatum.
Zolang de woning/kamer of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht op het ogenblik dat een nieuwe periode van twaalf maanden verstrijkt, de nieuwe heffing verschuldigd.
§2. Ingeval van onverdeeldheid of er zijn meerdere houders van het zakelijk recht is elke houder van het zakelijk recht hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 14 Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de leegstandsbelasting kan door de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger worden aangevraagd tot vóór het verstrijken van de termijn vermeld in artikel 9 §1 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijnde binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
De belastingplichtige bezorgt per e-mail of per beveiligde zending aan de financiële dienst van de gemeente een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier tot het bekomen van een vrijstelling met bewijsstukken. Het aanvraagformulier is beschikbaar op de website van de gemeente.
De vrijstellingsaanvraag en de bewijsstukken hebben betrekking op de belastbare periode vóór het verstrijken van de verjaardag van de opnamedatum in het leegstandsregister.
De vrijstelling geldt enkel voor de belastingaanslag van de belastbare periode waarop de vrijstelling betrekking heeft en moet, zelfs wanneer zij overeenkomstig de bepalingen van dit artikel verlengbaar is, jaarlijks worden aangevraagd.
De gemeente kan ambtshalve vrijstellingen verlenen indien ze reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt.
De gemeente brengt de verzoeker per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.
§2. Een vrijstelling met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige geldt enkel voor zijn of haar aandeel in de woning/kamer of het gebouw als houder in het zakelijk recht. Deze vrijstelling geldt niet voor de andere houders van het zakelijk recht die zich niet in deze hoedanigheid bevinden.
De belastingplichtige is vrijgesteld:
1° als de belastingplichtige op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is, minder dan twaalf opeenvolgende maanden houder is van het zakelijk recht. Deze vrijstelling geldt voor de eerste belastingaanslag volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht, teneinde nieuwe houders van het zakelijk recht de tijd te gunnen de leegstand te verhelpen. Deze vrijstelling geldt slechts voor zover het zakelijk recht de volledige woning/kamer of het volledige gebouw betreft en geldt niet indien de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
2° als de belastingplichtige in een erkende ouderenvoorziening verblijft en daarvan het bewijs verstrekt, afgeleverd door de erkende ouderenvoorziening. Deze vrijstelling geldt enkel voor de woning/kamer die onmiddellijk voorafgaand aan de opname volledig en uitsluitend gebruikt werd als hoofdverblijfplaats van de belastingplichtige. De vrijstelling geldt enkel voor de eerste belastingaanslag volgend op de opname in de erkende ouderenvoorziening.
3° als de belastingplichtige zijn of haar handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing gedurende de periode van handelingsonbekwaamheid. Deze vrijstelling kan twee maal aaneensluitend met één jaar worden verlengd.
§3. De vrijstelling met betrekking tot de leegstaande woning/kamer of het leegstaand gebouw zelf geldt voor alle houders van het zakelijk recht.
Een vrijstelling wordt verleend voor:
1° De woning, kamer of gebouw die gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan.
2° De woning, kamer of gebouw die geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, omdat het onverenigbaar is met een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan of van bijzonder plan van aanleg.
3 ° De woning, kamer of gebouw die vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. De vrijstelling kan maximaal drie maal verleend worden in de drie jaar volgend op de datum van vernieling of beschadiging wanneer de belastingplichtige het bewijs voorlegt dat er nog steeds betwisting bestaat over de aansprakelijkheid of de vergoeding van de verzekering of het rampenfonds, die afbraak, nieuwbouw, renovatie of verkoop onmogelijk maakt. In de zin van deze bepaling wordt verstaan onder een ramp: een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en waardoor de schade zo groot is dat het normaal gebruik onmogelijk is, zoals een brand, ontploffing, verzakking, terrorisme, overstroming, storm …
4° De woning, kamer of gebouw die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling of betredingverbod, of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure opgelegd door een beslissing van een gerechtelijke instantie met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na afloop van de verzegeling of het betredingsverbod of de gerechtelijke procedure.
5° De woning of gebouw die daadwerkelijk gerenoveerd of gesloopt wordt waardoor de woning of het gebouw niet gebruikt kan worden volgens zijn functie.
Ofwel ingevolge een niet vervallen omgevingsvergunning, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor één jaar.
Ofwel zonder dat voor de renovatie of sloop een vergunning is vereist, met dien verstande dat de vrijstelling slechts geldt voor één jaar en op voorwaarde dat een gedetailleerde, ondertekende en gedagtekende renovatienota wordt voorgelegd. De renovatienota bevat minstens de volgende elementen:
a) een overzicht van de niet-vergunningsplichtige renovatie- of sloopwerken;
b) een (gedetailleerd) tijdschema voor de uitvoering van de renovatie- of sloopwerken;
c) een raming van de kosten vergezeld van offertes, facturen en/of bestekken waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zullen worden;
d) een plan of tekening en fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.
Deze vrijstelling hetzij ingevolge een niet vervallen omgevingsvergunning hetzij zonder dat voor de renovatie of sloop een vergunning is vereist, kan twee maal aaneensluitend met één jaar worden verlengd op voorwaarde dat:
Na uitputten van deze vrijstelling kan hierop geen beroep worden gedaan gedurende 10 jaar.
Een plaatsbezoek kan worden uitgevoerd om te controleren of de woning, kamer of gebouw kan gebruikt worden volgens zijn functie.
In de mate de te renoveren, hetzij de te slopen woning een sociale huurwoning betreft in de zin van artikel 2 §1, 22° van de Vlaamse Wooncode en voor zover de woning deel uitmaakt van een projectdossier goedgekeurd op het gemeentelijk lokaal woonoverleg, geldt de vrijstelling tot de voorziene einddatum van de werken in het op het lokaal woonoverleg goedgekeurde projectdossier.
6° De woningen, kamers of gebouwen die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met het oog op renovatie- , verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 18 §2 van de Vlaamse Wooncode, vanaf de ondertekening van deze overeenkomst en zolang de overeenkomst loopt.
7° De woningen, kamers of gebouwen die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met een erkend sociaal verhuurkantoor tot verhuur van minimum negen jaar, vanaf de datum van ondertekening huurcontract en zolang deze overeenkomst loopt. Van zodra de woning/kamer effectief gedurende zes opeenvolgende maanden wordt bewoond, kan de woning/kamer uit het leegstandsregister worden geschrapt.
8° De woningen, kamers of gebouwen die ter beschikking worden gesteld voor noodopvang of tijdelijke huisvesting aan een OCMW of een daartoe erkende organisatie, zolang de ter beschikkingstelling duurt.
Artikel 15 Vestigen, innen en bezwaarprocedure
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
4. INWERKINGTREDING EN OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 16
Het reglement treedt in werking op 1 januari 2021 voor de aanslagjaren 2021-2025 en heft het reglement op vanaf de inwerkingtreding van huidig reglement, goedgekeurd door de gemeenteraad van 16 december 2019.
Het reglement is onmiddellijk van toepassing op panden die reeds in het leegstandsregister zijn opgenomen en niet geschrapt voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement.
Vrijstellingen die werden aangevraagd voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement en verkregen, blijven verworven voor de lopende duur waarvoor de vrijstelling geldt.
In geval een aanvraag tot schrapping of een aanvraag tot het bekomen van een vrijstelling die dateert van voor de inwerkingtreding van huidig reglement waarvoor de beslissing door de intergemeentelijke administratieve eenheid na inwerkingtreding van huidig reglement wordt genomen, zal de voor de houder van het zakelijk recht meest gunstige regelgeving gelden.
Hetzelfde geldt voor de administratieve beroepen die werden ingediend voor de inwerkingtreding van huidig reglement en waarvoor de beslissing door de intergemeentelijke administratieve eenheid of de gemeente wordt genomen na inwerkingtreding van huidig reglement.
Artikel 17
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid verzonden.
Artikel 18
Het reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 ev. decreet lokaal bestuur.