Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
Het decreet betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer d.d. 29 maart 2019.
Conform het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer zijn exploitanten van diensten voor individueel bezoldigd personenvervoer onderhevig aan het betalen van een jaarlijkse retributie per vergund voertuig in de gemeente waar de exploitatiezetel is gevestigd.
De hoogte van deze retributie wordt in heel Vlaanderen gelijkgeschakeld.
Er wordt voor een periode vanaf heden tot en met 31 december 2025 een retributie gevestigd op de voertuigen bestemd voor de exploitatie van individueel bezoldigd personenvervoer.
De definities opgenomen in het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer zijn van toepassing op onderhavig retributiereglement (hierna genoemd het decreet).
§1 Het basisbedrag van de retributie voor vergunningen bedraagt 350 euro per jaar en per in de akte van de vergunning vermeld voertuig. De Vlaamse Regering kan dit basisbedrag differentiëren naar beneden tot minimaal 250 euro, op basis van de ecoscore parameters bepaald door de Vlaamse Regering.
§2 Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, wordt aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar te delen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van het decreet (zijnde 2019).
De retributie valt ten laste van de aanvrager van de vergunning, bestemd voor de exploitatie van individueel bezoldigd personenvervoer, op de aanvangsdatum van de vergunning.
§1 De vergunninghouder is de eerste jaarlijkse retributie verschuldigd op het ogenblik van de afgifte van de vergunning en nadien telkens op 1 januari van het kalenderjaar. De betaling dient te gebeuren binnen de maand na aanvraag en na toezenden van een uitnodiging tot betaling.
§2 Bij gebreke van een minnelijke betaling, wordt tot gedwongen invordering van de retributie overgegaan bij middel van een dwangbevel. Dit dwangbevel wordt uitgevaardigd door de financieel directeur die belast is met de inning van deze schuldvorderingen.
§3 De vermindering van het aantal voertuigen of de opschorting van de exploitatie met een of meer voertuigen geeft geen aanleiding tot een retributieteruggave. Dit geldt eveneens voor de schorsing of de intrekking van een vergunning of het buiten werking stellen van een of meer voertuigen voor welke reden dan ook.
Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie, met uitzondering van de Belasting voor het afleveren van een vergunning tot het exploiteren van een taxidienst en/of een dienst voor het verhuur van voertuigen met bestuurder voor de periode vanaf heden tot en met 31 december 2024, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van heden.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.