De statuten van de intergemeentelijke vereniging Ivarem, vastgesteld door de algemene vergadering op 26 april 2003, zoals gewijzigd op 5 december 2003, 3 december 2004, 22 juni 2007, 30 november 2007, 26 juni 2009, 17 december 2010, 13 december 2013, 17 juni 2016, 15 december 2017, 7 december 2018 en 13 december 2019.
Decreet van 22 december 2017 houdende het Lokaal Bestuur, artikel 432 bepaald dat het mandaat van de afgevaardigde voor elke algemene vergadering door de vennoten moet worden herhaald.
Artikel 26 van het Materialendecreet dat bepaalt dat elke gemeente er zorg moet voor dragen dat huishoudelijke afvalstoffen zoveel mogelijk worden voorkomen of hergebruikt, opgehaald, of op andere wijze ingezameld en nuttig toegepast of verwijderd.
Artikel 26 van het Materialendecreet bepaalt dat elke gemeente er zorg moet voor dragen dat huishoudelijke afvalstoffen zoveel mogelijk worden voorkomen of hergebruikt, opgehaald, of op andere wijze ingezameld en nuttig toegepast of verwijderd moeten worden.
De gemeente wil in haar afvalbeleid een optimaal evenwicht realiseren tussen de drie doelstellingen van dat beleid:
De gemeente wil door haar afvalbeleid bijdragen tot het realiseren van de circulaire economie en de klimaatdoelstellingen en duurzame ontwikkelingsdoelstellingen waartoe ze zich heeft geëngageerd.
Hiervoor is een innovatieve en integrale aanpak – dus meer dan inzamelen en verwerken – noodzakelijk die de hele afvalbeheerhiërarchie bestrijkt (preventie, hergebruik, inzamelen, nuttige toepassing en verwijdering), die alle noodzakelijke instrumenten combineert (dienstverlening en communicatie op maat, sturende politiereglementen en belastingreglementen) en die daardoor minder geschikt is om over te laten aan de private markt.
De verlenging van de deelname aan IVAREM is geagendeerd op de bijzondere algemene vergadering van IVAREM van 18 december 2020.
Naast intergemeentelijke samenwerking, zijn uitvoering in eigen beheer door de gemeente en uitbesteding door de gemeente of een combinatie van beide mogelijke beheersvormen.
De gemeente beschikt niet over het nodige uitvoerend en ondersteunend personeel, de nodige infrastructuur en het nodige materieel om de taken betreffende huishoudelijk afvalbeheer al dan niet volledig in eigen beheer uit te voeren en het is niet mogelijk die middelen op korte termijn te verwerven.
De gemeente beschikt niet over voldoende (dienaangaande deskundig) personeel om de verschillende taken van afvalbeheer die zij niet in eigen beheer uitvoert uit te besteden en op te volgen en de privaatrechtelijke operatoren kunnen niet voor alle taken een gepast vervangend aanbod leveren.
Bij een uitbesteding door de gemeente dienen ook de verborgen indirecte gemeentelijke kosten zoals die voor aanbesteding, opvolging, bestuurskosten, algemene overhead en dergelijke in rekening te worden gebracht.
Uit internationaal onderzoek (zie studie VVSG) blijkt dat er geen aantoonbaar bewijs is dat uitbesteding van het afvalbeheer leidt tot mogelijke kostenbesparingen en dat uitbesteding op langere termijn, door stelselmatige verhoging van de prijzen en een feitelijke verschraling van de markt (gebrek aan mededinging), uiteindelijk meestal duurder uitvalt dan (inter)gemeentelijk beheer en meer kopzorgen oplevert dan het waard is.
Internationaal (UNEP) intergemeentelijke samenwerking wordt als één van de instrumenten naar voor geschoven om voldoende draagkracht te creëren voor een effectief en efficiënt afvalbeleid.
Uit internationaal onderzoek (zie studie VVSG) blijkt dat er wel een duidelijk aantoonbaar verband is tussen intergemeentelijke samenwerking en mogelijke kostenbesparingen.
Intergemeentelijke samenwerking biedt op het vlak van afvalbeheer de volgende voordelen voor de deelnemende gemeenten:
83 % van de bevolking van Vlaanderen (81 % in centrumsteden) is tevreden over de dienstverlening inzake huishoudelijk afval (gemeente- en stadsmonitor 2017) die voor 296 van de 300 gemeenten in Vlaanderen wordt verzorgd door een intergemeentelijk samenwerkingsverband.
Uittreding uit IVAREM en toetreding tot een ander intergemeentelijk samenwerkingsverband voor afvalbeheer is ook een mogelijke beheersvorm.
Het vergelijken van de door de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden aangerekende werkingsbijdragen is zeer moeilijk:
Het aanbod van de diensten kan sterk verschillen:
De invulling van de overgedragen taken kan sterk verschillen van samenwerkingsverband tot samenwerkingsverband:
De toewijzing van kosten aan de verschillende deelopdrachten kan sterk verschillen:
De kenmerken van de verschillende werkingsgebieden (bevolking, logistiek, regionale afvalmarkt, regionale arbeidsmarkt …) verschillen sterk waardoor ook de kosten verschillen, ongeacht de werking van het samenwerkingsverband.
De door het samenwerkingsverband aan de gezinnen direct aangerekende kosten worden op verschillende wijze in rekening gebracht in de werkingsbijdragen van de gemeenten: ofwel worden die aangerekende kosten in mindering gebracht en worden enkel de nettokosten aangerekend aan de gemeente, ofwel worden de aangerekende kosten doorgestort aan de gemeente en worden de brutokosten verrekend in de werkingsbijdragen.
De historiek van de samenwerkingsverbanden is verschillend:
De toetreding tot een andere intercommunale voor afvalbeheer gaat in tegen de beleidsdoelstellingen van de Vlaamse Regering om te komen tot homogene regio’s voor meerdere beleidsaangelegenheden (vaste regio-omschrijving).
In het Vlaams regeerakkoord wordt rond het thema Binnenlands bestuur en stedenbeleid ingezet op Regiovorming. De samenwerking van gemeenten binnen IVAREM komt grotendeels overeen met de regionale samenwerking in Rivierenland.
In het Uitvoeringsplan intercommunale ziijn restafvaldoelstellingen bepaald door het Vlaams Gewest op basis van de huidige intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.
De samenwerking met de verschillende beheersorganismen voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is contractueel langs de huidige intergemeentelijke samenwerkingsverbanden geregeld.
De relevante verschillen in beleid en dienstverlening, de toetreding tot een ander intergemeentelijk samenwerkingsverband zou een grote impact hebben op de dienstverlening aan de gezinnen en aan de gemeente.
De toetreding tot een ander, in de praktijk groter, intergemeentelijk samenwerkingsverband zou het relatieve aandeel en de zeggenschap en vertegenwoordiging van de gemeente verminderen.
De ontzorging die IVAREM biedt, wordt niet in gelijke mate geleverd door andere samenwerkingsverbanden (vooral innen contantbelastingen) waardoor bepaalde taken terug door de gemeente zelf zouden moeten uitgevoerd worden.
De uittreding uit IVAREM en de toetreding tot een ander intergemeentelijk samenwerkingsverband zou aanzienlijke transactiekosten met zich zou meebrengen:
De door IVAREM geïnde contantbelastingen dekken ongeveer 80 % van de kosten voor huishoudelijk afvalbeheer, zodat slechts ongeveer 20 % dient te worden gedekt vanuit de algemene middelen van de gemeente, waardoor die algemene middelen in hogere mate kunnen worden besteed aan andere maatschappelijke noden.
De gemeente neemt deel aan IVAREM voor meerdere taken betreffende afvalbeheer.
Artikel 423 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraadsbeslissing over de verlenging van de intergemeentelijke samenwerking is gebaseerd op een onderzoek, in voorkomend geval op basis van een vergelijkend onderzoek als er zich verschillende beheersvormen reëel aanbieden.
Verdere deelname van de gemeente aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVAREM is niet onderworpen aan de wetgeving overheidsopdrachten vermits is voldaan aan de voorwaarden van art. 30 en 31 van de wet overheidsopdrachten van 17 juni 2016 betreffende het ‘in house’-principe, wat betekent dat de gemeente geen overheidsopdracht dient uit te schrijven voor de taken die ze aan IVAREM wil overdragen.
Artikel 420 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraadsbeslissing over de toetreding tot een (ander) intergemeentelijk samenwerkingsverband (voor afvalbeheer) eveneens is gebaseerd op een onderzoek, in voorkomend geval op basis van een vergelijkend onderzoek als er zich verschillende beheersvormen reëel aanbieden.
De werking van IVAREM kende een gunstige werking in de voorbije periode:
De materiële vaste activa van IVAREM zijn in goede staat:
Er is een grote mate van ‘ontzorging’ van de gemeente door IVAREM voor haar taken in uitvoering van haar zorgplicht voor huishoudelijk afval en voor het innen van de afvalbelastingen (art. 26 Materialendecreet).
De visie van IVAREM betreffende een evenwichtige verdeling (minimaal 30 %, maximaal 70 %) tussen uitvoering in eigen beheer en uitbesteden die IVAREM verplicht om aandacht te besteden aan haar kostenefficiëntie en de private dienstverleners verplicht om aandacht te besteden aan de kwaliteit van hun dienstverlening.
IVAREM heeft een goedgekeurd ondernemingsplan 2019-2024.
Uit de financiële meerjarenplanning van IVAREM voor de gemeentelijke bijdragen blijkt dat meerdere bijdragen de komende jaren dalen (restafval met 15 EUR per gezin door het wegvallen van afschrijvingen van de voorbehandelingsinstallatie (MBS) in Geel) en andere door het wegvallen van de afschrijvingen voor de zonnepanelen op de stortplaats in Lier, waardoor, ondanks de inflatie/indexeringen en de toename van de bevolking/gezinnen, de totale geraamde bijdragen tot in 2026 stabiel blijven op het niveau van 2019.
Op basis van de toelichting en bespreking van dit punt in de raadscommissie van 16 november stelt het college voor om dit punt goed te keuren.
De gemeente Sint-Katelijne-Waver verlengt haar deelname aan de intergemeentelijke vereniging voor duurzaam afvalbeheer (IVAREM) voor een periode van 18 jaar, meer bepaald tot 25 april 2039 en stemt in met de verlenging van de statutaire duur van IVAREM voor dezelfde periode.
Deze beslissing wordt ter kennisgeving overgemaakt aan de intergemeentelijke vereniging Ivarem.