Terug
Gepubliceerd op 15/12/2020

2020_OCMW-Raad_00050 - Organisatiebeheersing - Uitvoering thema-audit monitoring - Kennisneming

Raad voor maatschappelijk welzijn
ma 14/12/2020 - 20:00 Raadzaal
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Jeroen Baeten, Bart De Boeck, Kristof Sels, Eric Janssens, Joris De Pauw, Sven Verelst, Jan Broes, Sarah De Keyser, An Coen, Ronny Slootmans, Jan Van Asch, Maurice Verheyden, Kris Hapers, Tom Ongena, Elke Hellemans, Jos Ceulemans, Jos Moeyersons, Greet Saels, Sylke Pex, Geert Vertommen, Katrien Willems, Lore Roelandts, Kathleen Rombauts, Karolien Frans, Thomas Mariën, Wim Marnef, Annelies Bal, Gunter Desmet

Secretaris

Gunter Desmet

Voorzitter

Jeroen Baeten
2020_OCMW-Raad_00050 - Organisatiebeheersing - Uitvoering thema-audit monitoring - Kennisneming 2020_OCMW-Raad_00050 - Organisatiebeheersing - Uitvoering thema-audit monitoring - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0001

Regelgeving: bevoegdheid (bijzonder)

Artikel 221 van het decreet lokaal bestuur

Argumentatie

In 2014-2015 hield Audit Vlaanderen in zowel de gemeente als het OCMW een organisatie-audit. Organisatie-audits gaan na of een organisatie over de sturings- en beheersinstrumenten beschikt om goed te functioneren. Vooral de managementprocessen en de ondersteunende processen komen aan bod. Ze creëren immers de voorwaarden om de kernprocessen goed te kunnen uitvoeren. De Leidraad organisatiebeheersing is voor de auditoren het referentiekader voor organisatie-audits.

Op basis van de bevindingen van deze audits, de zelfevaluatie en andere onderzoeken stelde het managementteam in 2015 een geïntegreerd kwaliteitsactieplan 2015-2020 op voor gemeente en OCMW. In het kader van het systeem interne controle werden deze acties gefaseerd uitgevoerd. Sinds 2016 (jaarverslag 2015) heeft de algemeen directeur jaarlijks over de uitvoering hiervan gerapporteerd aan de raden, als onderdeel van het jaarverslag. De laatste stand van zaken op 31 mei 2020 van de resultaten van de uitwerking van de verbeteracties van het geïntegreerd kwaliteitsactieplan 2015-2020 werd opgenomen in het jaarverslag 2019, onder het luik "Systeem interne controle". De raden namen hiervan kennis in zitting van 22 juni 2020, na toelichting op de raadscommissie van 15 juni 2020. Dit was meteen ook de eindevaluatie van het verbeteractieplan dat werd opgemaakt op basis van het zelfevaluatiemodel van VVSG.

In oktober liet Audit Vlaanderen aan de algemeen directeur weten dat het lokaal bestuur van Sint-Katelijne-Waver opnieuw geselecteerd is, ditmaal voor een thema-audit monitoring. De algemeen directeur stelde de raadsleden hiervan reeds op 14 oktober in kennis.

Een thema-audit onderzoekt een specifiek thema min of meer gelijktijdig in meerdere organisaties. Het kan gaan over een thema gelinkt aan een kernproces (bv. de werking van een jeugddienst) of over management- en ondersteunende processen (bv. de aanwerving van medewerkers). Op basis van deze audits maakt Audit Vlaanderen een individueel auditrapport voor elke geauditeerde organisatie en een globaal rapport. Dat globaal rapport formuleert aandachtspunten en aanbevelingen voor alle entiteiten uit het audituniversum en voor de beleidsmakers.

Op 23 november vond de officiële openingsmeeting plaats met het managementteam, het diensthoofd organisatie, de burgemeester en de voorzitter van de gemeenteraad. De burgemeester, voorzitter van de raad en de algemene directeur ontvingen op donderdag 26 november de opdrachtdefinitie. Overeenkomst artikel 221 van het decreet lokaal bestuur brengt de voorzitter van de raad de raadsleden hiervan in kennis.

Juridische grond

Artikel 221 van het decreet lokaal bestuur

In elke gemeente en in elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt periodiek een audit uitgevoerd door Audit Vlaanderen, vermeld in artikel III.115 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Audit Vlaanderen bezorgt de verslagen van de audits aan de voorzitter van de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn, die ze bezorgt aan de leden van de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn.

Artikel 222 van het decreet lokaal bestuur

Audit Vlaanderen evalueert de organisatiebeheersing, gaat na of ze adequaat is en formuleert aanbevelingen tot verbetering daarvan. Audit Vlaanderen kan daarvoor organisatie- en procesaudits uitvoeren en is gemachtigd alle bedrijfsprocessen en activiteiten te onderzoeken.

Audit Vlaanderen is ook bevoegd voor het uitvoeren van forensische audits.

Artikel 223 van het decreet lokaal bestuur

Om zijn bevoegdheid te kunnen uitoefenen, heeft Audit Vlaanderen toegang tot alle informatie en documenten, ongeacht de drager ervan, en tot alle gebouwen, ruimtes en installaties waar taken worden uitgevoerd van de besturen. Audit Vlaanderen kan aan ieder personeelslid de inlichtingen vragen die het voor de uitvoering van zijn opdrachten nodig acht. Ieder personeelslid is ertoe gehouden zo snel mogelijk en zonder voorafgaande machtiging op een volledige wijze te antwoorden en alle relevante informatie en documenten te verstrekken.

Elk personeelslid heeft het recht om Audit Vlaanderen rechtstreeks op de hoogte te brengen van onregelmatigheden die hij in de uitoefening van zijn functie vaststelt.

Buiten de gevallen van kwade trouw, persoonlijk voordeel of valse aangifte die een dienst of een persoon schade toebrengen, kan een rapportering aan Audit Vlaanderen nooit aanleiding geven tot een tuchtsanctie of een ontslag. Dergelijke verklaringen vallen niet onder het inzagerecht, tenzij het betrokken personeelslid daarvoor zijn instemming verleent. Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) heeft de persoon, op wie de rapportering betrekking heeft, geen toegang tot die verklaringen, behalve met toestemming van degene die de onregelmatigheid heeft gerapporteerd.

Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan Audit Vlaanderen beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het vijfde tot en met het dertiende lid.

De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het vierde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van Audit Vlaanderen, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening.

De persoonsgegevens, vermeld in het vierde lid, worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.

De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het vierde lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het vierde lid, rechtvaardigt.

Als de betrokkene in het geval, vermeld in het vierde lid, tijdens de periode, vermeld in het vijfde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.

De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het vierde lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van Audit Vlaanderen zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het elfde lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel.

De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.

De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie.

Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.

Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het vierde lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.

Aanleiding en context

In elke gemeente en in elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt periodiek een audit uitgevoerd door Audit Vlaanderen. In regel wordt elk lokaal bestuur één maal per legislatuur geauditeerd. Aangezien de vorige externe audit door Audit Vlaanderen al van 2014-2015 dateert, is het logisch dat Sint-Katelijne-Waver opnieuw aan de beurt komt.

Regelgeving bevoegdheid

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, latere wijzigingen en uitvoeringsbesluiten

Besluit

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist:

Artikel 1

De raad neemt kennis van de uitvoering van een thema-audit monitoring bij het lokaal bestuur van Sint-Katelijne-Waver door Audit Vlaanderen en van de bijhorende opdrachtdefinitie.