Terug
Gepubliceerd op 04/07/2019

2019_RvBAGB_00014 - Voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum - Goedkeuring

Raad van Bestuur Autonoom Gemeentebedrijf
di 25/06/2019 - 20:00 Schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Kristof Sels, Elke Hellemans, Jos Moeyersons, Vera Lauwers, Geert Vertommen, David Verbist, Leen Dom, Jan Van Bogaert

Afwezig

Sander Jeurissen

Verontschuldigd

Ronny Slootmans, Kelia Kaniki Masengo, Sven Verelst, Lore Roelandts, Ann Van Looy

Secretaris

Jan Van Bogaert

Voorzitter

Kristof Sels
2019_RvBAGB_00014 - Voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum - Goedkeuring 2019_RvBAGB_00014 - Voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid (bijzonder)

Artikel 266 van het decreet lokaal bestuur en artikel 13 §2 en §3 van de beheersovereenkomst tussen de gemeente en het Autonoom Gemeentebedrijf.

Argumentatie

Voorgesteld wordt om de voorwaarden voor het voorafgaandelijk visum van het Autonoom Gemeentebedrijf af te stemmen op deze van het gemeentebestuur.

Juridische grond

Artikel 13 § 3 van de beheersovereenkomst tussen het Autonoom Gemeentebedrijf en de gemeente.

Aanleiding en context

In principe zijn alle voorgenomen financiële verbintenissen van het Autonoom Gemeentebedrijf onderworpen aan een voorafgaand visum van de financieel directeur. Het gaat daarbij niet alleen om overheidsopdrachten, maar ook om aanstellingen van personeel, huurcontracten, aankopen van onroerende goederen, enz. 

Het is wenselijk bepaalde categorieën van verrichtingen van dagelijks bestuur uit te sluiten van visumverplichting om de goede werking van het Autonoom Gemeentebedrijf niet in gedrang te brengen. Het is immers organisatorisch niet haalbaar om alle uitgaven te viseren voordat de verbintenis ontstaat. 

Besluit

De raad van bestuur autonoom gemeentebedrijf beslist:

Artikel 1

De volgende categorieën van verrichtingen zijn onderworpen aan de visumverplichting: 

  1. de aanstelling van statutaire personeelsleden;
  2. de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
  3. de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
  4. de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro (excl. BTW);
  5. de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 5.000 euro (excl. BTW);
  6. de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro (excl.  BTW);
  7. de exploitatiesubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro (excl. BTW);
  8. de verrekeningen die meer dan 10% bedragen van het gegunde bedrag.

De volgende categorieën van verrichtingen worden uitgesloten van de visumverplichting:

  1. de aanstelling van contractuele personeelsleden en vervangingen voor een periode kleiner dan één jaar;
  2. de verbintenissen waarvan het bedrag lager is dan 10.000 euro (excl. BTW);
  3. de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag lager is dan 5.000 euro (excl. BTW);
  4. de investeringssubsidies waarvan het bedrag lager is dan 10.000 euro (excl. BTW);
  5. de exploitatiesubsidies waarvan het bedrag lager is dan 10.000 euro (excl. BTW);
  6. de verrekeningen die minder dan 10% bedragen van het gegunde bedrag.

Artikel 2

De bevoegdheid voor het geven van een voorafgaand visum kan gedelegeerd worden naar de adjunct-financieel directeur en het diensthoofd financiën.