Artikel 170, §4 van de Grondwet: uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor het invoeren van belastingen.
Artikel 93, 4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken (KB van 28 december 1950 houdende het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken) bepaalt dat in alle gevallen ten laste van de Staat komen: de kosten van overbrenging van verdachten, beschuldigden en veroordeelden en van personen die ter beschikking van de regering zijn gesteld, en dit zonder verhaal op de veroordeelde partijen.
Onder bepaalde voorwaarden bestaat de noodzaak om de door de gemeente gemaakte kosten te laten vergoeden van het vervoer van dronken personen of personen die gedragingen stelden die de levenskwaliteit van de inwoners kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt, waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk met zich meebrengt, wordt overstegen.
Koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten, in strafzaken, inzonderheid artikel 93, 4° en latere wijzigingen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het gemeenteraadsbesluit dd. 22 juni 2015 houdende de goedkeuring van de belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2019;
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Met ingang van 1 september 2020 en voor een termijn eindigend op 31 december 2025, wordt door het gemeentebestuur een belasting gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig wegens:
De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 100 euro per rit en per vervoerd persoon.
Als rit dient verstaan te worden het traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming is gebracht.
De eindbestemming is de meest aangewezen eindbestemming naargelang het geval (politiecommissariaat, thuis, bij de meerjarige die het ouderlijk gezag of feitelijk toezicht uitoefent, verpleeginstelling, amigo, ...)
De belasting valt ten laste van de vervoerde persoon of in voorkomend geval, van de voor hem burgerlijk verantwoordelijke persoon.
Zij is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming bereikt heeft.
De belasting is niet verschuldigd bij het vervoer van minderjarigen of gerechtelijk aangehouden personen bedoeld in artikel 93, 4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.
De belasting wordt contant betaald, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de financieel directeur of zijn afgevaardigde.
Het aan de financieel directeur of zijn afgevaardigde in bewaring gegeven bedrag zal van ambtswege als een verworven contantbelasting worden geboekt.
Bij gebrek aan contantbetaling of indien het in bewaring gegeven bedrag niet in overeenstemming is met de reële belastingschuld, zal van ambtswege tot inkohiering van het gehele of gedeeltelijke belasting worden overgegaan.
De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.