Artikel 170, § 4, Grondwet
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het gemeenteraadsbesluit 16 december 2013 betreffende de belasting op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen (activeringsheffing) van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2019;
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Met ingang van 1 januari 2020, voor een termijn eindigend op 31 december 2025, wordt ten behoeve van de gemeente Sint-Katelijne-Waver jaarlijks een belasting geheven op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Het bedrag wordt vastgesteld op 25 euro per strekkende meter van het perceel palende aan de weg. Elk gedeelte van een meter wordt als volle meter beschouwd.
Wanneer een perceel paalt aan twee of meerdere wegen, zal als grondslag van de belasting de helft van de som genomen worden van de twee langste zijden van het perceel die palen aan de behoorlijk uitgeruste weg, de afgeronde of afgesneden hoeken niet inbegrepen. De percelen die in een bocht van 90° liggen van een bestaande weg, moeten in dit kader als hoekpercelen beschouwd worden.
De minimale aanslag bedraagt 350 euro per kavel of bouwgrond. De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. Elk gedeelte van een strekkende meter wordt als volledige meter beschouwd.
De activeringsheffing is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel. Indien er een vruchtgebruik, recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de vruchtgebruiker, de erfpachter of de opstalhouder.
In geval van mede-eigendom, is iedere mede-eigenaar de belasting verschuldigd voor zijn wettelijk aandeel. In het geval dat sommige mede-eigenaars vrijgesteld zijn van de belasting, wordt de belasting enkel gevorderd van de niet-vrijgestelde mede-eigenaars, in verhouding tot hun eigendomsaandeel in het belaste eigendom.
In geval van eigendomsoverdracht onder levenden is de nieuwe eigenaar de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari volgend op de datum van de authentieke akte die hem het eigendom toekent. Er zal geen rekening gehouden worden met de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Alle zakelijk gerechtigden zijn hoofdelijk tot betaling gehouden.
Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.
Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:
Een vrijstelling beperkt tot 1 onbebouwde bouwgrond in woongebied of 1 onbebouwde kavel per kind wordt tevens toegekend aan ouders met kinderen die al dan niet ten laste zijn. Deze vrijstelling wordt toegekend indien het kind op 1 januari van het aanslagjaar voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden:
De activeringsheffing wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:
Een vrijstelling wordt verleend aan de houders van een in laatste administratieve aanleg verleende verkavelingsvergunning, en dit gedurende 5 jaren, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16, §2 VCRO, desgevallend voor die fase van de verkavelingsvergunning waarvoor het attest verleend wordt.
De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden, jaarlijks uiterlijk één maand na ontvangst van het door het gemeentebestuur verzonden aangifteformulier aangifte te doen bij het gemeentebestuur van Sint-Katelijne-Waver, dienst Financiën, Lemanstraat 63, 2860 Sint-Katelijne-Waver. De aangifte dient correct ingevuld en gedag- en gehandtekend te worden ingediend, hetzij per post, hetzij tegen ontvangstbewijs, hetzij per email, op het formulier dat werd afgeleverd door het gemeentebestuur. Zij die geen aangifteformulier hebben ontvangen kunnen er zelf, op eenvoudig verzoek, één aanvragen tot 1 juni van het desbetreffende aanslagjaar, of downloaden van de gemeentelijke website.
Een belastingplichtige is vrijgesteld van de hierboven voorgeschreven aangifteplicht indien hij/zij voor de betrokken vestiging in de loop van het aanslagjaar van de gemeente een voorstel van aangifte ontving en de reeds voorgedrukte gegevens op het voorstel van aangifte overeenstemmen met de werkelijkheid.
Het voorstel van aangifte, dat zo nodig wordt verbeterd of vervolledigd, en in voorkomend geval teruggezonden wordt binnen de maand na ontvangst ervan, heeft dezelfde waarde als een tijdig ingediende aangifte. Het is de belastingplichtige die dient te bewijzen dat hij/zij de aangifte tijdig indiende.
De nieuwe eigenaar is steeds verplicht aangifte te doen van de eigendomsoverdracht vóór 1 januari van het jaar volgend op de eigendomsoverdracht, en dit met opgave van de datum van de akte en de nauwkeurige aanduiding van de identiteit van de vorige eigenaar en van het betrokken perceel
Bij gebrek aan aangifte binnen de in reglement gestelde termijn of in geval van onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging als volgt worden toegepast, waarbij het aangiftegedrag van de belastingplichtige voor dat aanslagjaar in aanmerking wordt genomen:
Deze verhogingen worden per bouwgrond of kavel toegepast, ongeacht of het om één of meer overtredingen per aanslagjaar gaat, en met dien verstande dat tijdige en correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 10% wordt verhoogd.
De gegevens van elk document dat verband houdt met een ambtshalve inkohiering die door het gemeentebestuur fotografisch, optisch, elektronisch of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de belasting.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn.
De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
De vestiging en de invordering van de belastingen evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.